Winegumkleurtjes tekenen het verschil van een boze duim

De vergelijking met The Rocky Horror Picture Show (Jim Sharman, 1975) doet Hedwig and the Angry Inch veel en weinig goed. Met jarenlange voorstellingen van de oorspronkelijke rockmusical off-Broadway, waardering van popsterren als David Bowie en Madonna, een trouw publiek van `Hedheads' dat avond aan avond maat voor maat meezingt, is de cultstatus van het fenomeen adequaat geschetst.

Nu er een film is van de rockmusical die acteur John Cameron Mitchell en popmuzikant Stephen Trask halverwege de jaren negentig ensceneerden, is de Rocky Horror Picture-parallel onnodige ballast. Hedwig is ontegenzeggelijk krakkemikkiger, maar ook veel energieker. De film wekt soms de indruk de registratie van de live-show te zijn, bijvoorbeeld omdat alle nummers live ingezongen zijn, zodat je gehijg kunt horen en zweetdruppels ziet.

Het verhaal over een Oost-Duitse transseksueel die een geslachtsveranderende operatie ondergaat om als bruid van een Amerikaanse militair (hij verleidt zijn Hänsel met `Gummibärchen') naar de Verenigde Staten te kunnen reizen, maakt zich weinig zorgen om narratieve logic, wat z'n rauwe authenticiteit alleen maar versterkt, maar er is wel degelijk over structuur en filmische middelen nagedacht.

Verteld in flashbacks, winegumzoete animatiefilmpjes en voor de hoofdpersoon semi-autobiografische liedjes waarmee de tot Hedwig getransformeerde Hänsel door Amerika toert, gaat minder over modieuze themas als sekse en `gender' en meer over eeuwige gevoelens van eenzaamheid en liefde. Natuurlijk maakt die ene `angry inch' uit de titel die na de operatie overbleef een wereld van verschil. De verwarring rondom seksuele identiteit en de sociale en uiterlijke codes van een heel scala aan seksuele subculturen zal waarschijnlijk vooral voor de diverse goede verstaanders herkenbaar zijn.

De film beleefde ruim een jaar geleden zijn Europese première op het Filmfestival Berlijn, waar Mitchell, in de film een uitzinnige drag queen, in het echt een iel jongetje, voor een zaal joelende gays verklaarde hoe Hedwig eigenlijk al ontstaan was toen hij als jongeling zelf in Berlijn woonde, waar zijn vader gelegerd was. De decadentie van de Berlijnse clubs, in het interbellum en rond de val van de Muur, vormt dan ook de voedinsgbodem voor Mitchells extravaganza.

De liedjes zijn aanstekelijk en makkelijk in het gehoor liggend, maar nergens braaf, een beetje alsof ze gecomponeerd werden door het bedachtzame broertje van David Bowie. Met name The Origin of Love, gepresenteerd als apotheose, heeft de neiging om op een prettige manier in je hoofd te blijven rondzingen.

Hedwig and the Angry Inch. Regie: John Cameron Mitchell. Met: John Cameron Mitchell, Stephen Trask, Miriam Shor, Michael Pitt, Theodore Liscinski, Rob Campbell, Maurice Dean Wint. In: Kriterion en De Melkweg, Amsterdam; Lantaren/Venster, Rotterdam; Haags Filmhuis.