Wat wil je op je brood? Ha-el-swa!

Twaalf jaar lang kwamen er méér crèches, nu moeten ze béter worden. Morgen debatteert de Kamer erover. In De Kleine Stad in Baarn krijgen kinderen `respect' en `positieve aandacht'.

Negen baby's van nul tot twee mogen er in een groepje zitten. In het groepje van Annet zijn er vandaag zeven. Twee leidsters horen er te zijn, van wie één met een diploma. In het groepje van Annet zijn er vandaag drie: Annet zelf, met diploma, Sonja de vaste invalster, en Jiske die stage loopt. Drie leidsters, zeven kinderen. De jongste, Esmée, is zes maanden. Ze krijgt net een schone luier, ze kijkt naar het gezicht van Sonja en probeert met haar lipjes de bewegingen van Sonja's mond na te doen.

Op de vloer ligt zachtgeel linoleum, de tafels en stoelen zijn van hout. Dit is een van de drie babygroepen van De Kleine Stad in Baarn, onderdeel van Radius Nederland, `professionals in kinderopvang'. Hier wordt gewerkt met een `pedagogisch plan' dat op vier `pijlers' rust: respect, ruimte (psychisch en fysiek), individuele aandacht en een positieve uitstraling.

Het is half twaalf, Michelle (17 maanden), Thomas en Simon (22 maanden) en Sil (20 maanden) krijgen hun slab om en gaan met Annet en Jiske aan tafel. Jelle en Thijs (9 maanden) liggen nog in bed. Esmée ligt op schoot bij Sonja, ze krijgt de fles. ,,Wat wil je op je boterham'', vraagt Annet aan Thomas. ,,Hagelslag? Pindakaas? Jam? Appelstroop?'' Ze houdt het mandje met beleg voor zijn neus, hij mag zelf pakken. Thomas pakt de hagelslag, dan de pindakaas, dan de jam en de appelstroop en zet ze op het blad van zijn kinderstoel. ,,Dat wordt moeilijk kiezen'', zegt Annet. ,,Jam dan maar? En op de andere helft pindakaas?'' Michelle pakt een stukje brood van haar bordje en gooit het op de grond. Annet schuift haar bordje weg en legt één stukje brood voor haar neer. ,,Nee'', zegt Michelle. ,,Wil je nog wat melk?'' vraagt Annet. ,,Nee'', zegt Michelle. Ze duwt haar beker weg. Sil roept: ,,Ha-el-swa! Ha-el-swa!'' Hij lacht. ,,Goed zo'', zegt Annet. ,,Hagelslag.''

Het is kwart voor twaalf, Michelle, Thomas, Simon en Sil zitten nog aan tafel. Thijs en Jelle zijn allebei wakker geworden, ze liggen te huilen in hun bed. Esmée huilt ook. Ze heeft haar fles op en ligt in de box. Sonja zit aan tafel en eet een boterham. Michelle trekt aan haar slab en steekt haar armpjes omhoog. ,,Blijf nog maar even zitten'', zegt Jiske, de stagiaire. Michelle gaat met haar hele lijfje over de rand van haar stoel hangen.

Vervolg KINDEROPVANG: PAGINA 3

Jaja, je fles staat al in de magnetron

Vervolg van pagina 1

Annet loopt naar Esmée en zegt tegen Jiske: ,,Michelle mag er wel uit hoor.'' ,,Jahaha!'' roept Michelle. Ze rent naar de bank, klimt erop en gaat op twee beentjes staan wiebelen. ,,O meissie'', zegt Sonja. Ze loopt achter haar aan, neemt haar mee terug naar de tafel en zet haar op schoot.

Annet pakt Jelle uit zijn bed, geeft hem een schone luier, legt hem op de grond en pakt zijn fles uit de koelkast. Jelle begint te brullen. ,,Jaja'', zegt Annet. ,,Hij staat al in de magnetron hoor.'' Jiske pakt Thijs uit zijn bed. Michelle loopt naar de box van Esmée en duwt een beertje door de pijltjes en daarna nog één. Esmée huilt nog steeds. Michelle wil het beertje terug, maar dat lukt niet. Sil roept: ,,Ha-el-swa!''

Boven, op de eerste verdieping, zit Ankie Loonen. Ze is de directeur van De Kleine Stad en van nog een paar andere crèches in Baarn – bij elkaar 250 `kindplaatsen' en 72 leidsters. Loonen – slank, blond, kort zwartleren jasje – vertelt over de `werkbegeleidsters' die ze van Radius Nederland huurt en over `deskundigheidsbevordering'.

Alle leidsters krijgen minimaal één keer per maand les, ze praten dan bijvoorbeeld over huilen. ,,Ze leren luisteren'', zegt Loonen. ,,Wat wil dit kind zeggen? Wanneer pak ik het op?'' Dat is althans de theorie.

De werkbegeleidster, fulltime in dienst, komt in de groepen kijken of de leidsters ook in de praktijk weten wat ze met huilende kinderen moeten doen. Er wordt nooit geschreeuwd in De Kleine Stad. ,,Respect voor het kind'', zegt Ankie Loonen, ,,betekent ook dat het er hier niet om gaat wat gemakkelijk is voor de leidster. Het gaat om wat het kind wil.'' Niet om negen uur allemaal kleuren en om tien uur allemaal kleien. Kinderen in De Kleine Stad mogen zelf kiezen. ,,Er is met vaste momenten voor eten en slapen al genoeg structuur'', zegt Loonen. ,,Wij willen de fantasie ontwikkelen.''

Het is kwart voor drie, Michelle zit aan tafel en drinkt een beker yoghurt. Ze is net uit bed. Sonja en Jiske zetten Thomas en Simon ook aan tafel. Annet heeft pauze. Sil slaapt nog. Jelle en Thijs liggen in hun wipstoeltjes, Jelle huilt. Esmée ligt in de kinderwagen, ze brult. Sonja loopt naar haar toe, pakt haar op en gaat naast Michelle zitten. Michelle slaat met twee handjes op het tafelblad en lacht. Sonja begint te zingen: ,,Met de vingertjes, met de vlakke hand, met de vuistjes, met de ellebogen, au, au, au.'' Michelle schatert. Ze pakt haar beker en gooit hem op de grond. ,,Wat doe jij nou, Michelle?'', zegt Sonja. Nee, ze wordt niet boos. Ze wordt om zoiets nooit boos, zegt ze. ,,Ik wil alleen dat ze weet wat ze doet.''

Weet Sonja, moeder van twee volwassen kinderen en jarenlang `gastvrouw' in een kindertehuis, waarom Esmée zo moet huilen als ze in de box of de kinderwagen ligt? ,,Ik denk'', zegt Sonja, ,,dat ze in een nieuw ritme moet komen''. Annet komt binnen, Michelle roept: ,,Jahaha!'' Thomas en Simon steken hun armpjes omhoog en roepen: ,,Tatatata! Kek! Kek!'' Ze wijzen naar buiten, daar staat een grote vrachtwagen. ,,Wat een mooie auto hè'', zegt Annet. Ze gaat aan tafel zitten, Sonja neemt Esmée mee naar de bank en pakt een boekje. Weet Annet waarom Esmée steeds huilt? ,,Ik denk'', zegt ze, ,,dat ze haar thuis sneller oppakken. Ze is het eerste kindje.''

Een paar straten verderop, in de serre van een oude villa, zit Dickey Pronk. Zij is de directeur van Radius Nederland, ze begon twaalf jaar geleden met haar eerste kinderdagverblijf. Nu zijn het er zestien, in een franchise. Pronk, zwarte broek en strak zwart jasje, vindt het vreemd dat er zo veel over `het pedagogisch klimaat' van de kinderopvang gepraat wordt en zo weinig over het `pedagogisch klimaat' van het basisonderwijs. ,,Methodisch klopt het allemaal wel. Maar hoe vaak wordt er nagedacht over wat we met kinderen willen?''

Zij durft wel te zeggen dat de kinderopvang in Nederland `heel goed' is, over het algemeen dan. Pronk vertegenwoordigt ook de andere werkgevers in de door de overheid goedgekeurde kinderopvang. Ze weet, zegt ze, dat ze allemaal een pedagogisch plan hebben, of bezig zijn om er een te maken. Waar zij boos van wordt: een GG&GD die komt zeggen dat er geen konijntje in de tuin mag zitten, omdat kinderen daar allergisch voor kunnen zijn. ,,Op de school van mijn zoontje zit er nog gewoon glas in de tussendeuren.''

Het is kwart over drie, de vader van Esmée komt binnen en gaat naast Sonja op de bank zitten. Esmée ligt op schoot bij Sonja, de vaste invalster. Ze lacht.

,,Hai'', zegt de vader van Esmée, geeft Esmée aan haar vader en loopt naar de tafel. Annet, de leidster met diploma, komt naast hem zitten. Ze kriebelt Esmée onder haar kin en zegt: ,,Daar is papa al weer. Dat is boffen!'' Als Esmée en haar vader weg zijn, zegt ze tegen Sonja: ,,Thuis ligt ze nooit in de box.''

,,Mazzel dat ze het hier af en toe wel doet'', zegt Sonja.

,,Ze hebben haar op de arm of ze zit in haar wipstoeltje. Aan tafel, bij de computer, bij alles wat ze doen hebben ze haar bij zich.''