Van Bart tekent haar gedachten na

Salvador Dali was een meester in het bedenken van optische grapjes. Schilderde hij een veldslag op een zandvlakte, dan bleek er in de ruiters en paarden een vrouwenlichaam verscholen te zitten. Beeldde hij een grillig berglandschap af, dan was de kans groot dat hij er ergens een hond, leeuw of olifant in had verstopt. Bij de Nederlandse kunstenaar Hannah van Bart (1963) is het precies omgekeerd. In haar tekeningen zijn onmiddellijk mensen en dieren te herkennen, maar wanneer je ze beter bekijkt, ontdek je dat hun lichamen allerlei geheimzinnige landschappen herbergen.

Zo is in het Gemeentemuseum Den Haag, waar met veertig tekeningen en een enkel schilderij een bescheiden presentatie van Van Barts werk is ingericht, een grote tekening te zien van een steigerend paard. Zijn hoofd is van zijn romp gescheiden, alsof kunstenaar Damien Hirst met zijn cirkelzaag is langsgeweest. Op het snijvlak dobberen twee vliegdekschepen. De voorbenen van het dier zijn getekend met dikke, zwart-witgeblokte lijnen die doen denken aan het afzettingslint dat de politie gebruikt. Twee bommenwerpers vliegen door het afgebakende gebied. De teugels hebben de vorm van een asfaltweg en op de plek van het zadel zit een soort monitor. En toch blijft het in de eerste plaats een afbeelding van een paard.

Hannah van Bart maakt tekeningen waar je uren naar kunt kijken en waarin je steeds weer nieuwe ontdekkingen doet. Het lijkt of ze ze zonder vooropgesteld plan heeft gemaakt, en zich tijdens het tekenen heeft laten verrassen door de bewegingen van haar hand. De lijnvoering doet denken aan de krabbels die je zelf wel eens onnadenkend tijdens een telefoongesprek op papier zet. Potloodstrepen monden uit in dikke pijlen, loze ruimtes worden opgevuld met arceringen. Sommige lijnen zijn talloze malen uitgegumd en opnieuw neergezet.

In dat zoekende, haast neurotische handschrift tekent Van Bart figuren die lief en eng tegelijk zijn. Jonge meisjes met paardenstaartjes en korte rokjes kijken je ontwapenend aan. Maar hun onschuld is bedrieglijk: als kleine Frankensteins zijn ze opgebouwd uit aan elkaar genaaide losse delen. En wanneer de kunstenaar je een onderhuidse blik gunt, zie je dat ze niet van vlees en bloed zijn, maar gemaakt van rasters, kubusjes en tandwielen. Van Bart tart alle anatomische wetten en tekent, net als Dali, lichamen die als ladenkastjes open- en dicht kunnen.

Intrigerend zijn ze, deze vreemde creaturen. Van Barts tekenstijl is fantasierijk, humorvol en eigen. Haar voorstellingen lijken nooit helemaal af en laten veel ruimte over voor de verbeelding. Want zijn de Frontmannen (2001) nu soldaten die ten strijde trekken, of toch gewoon leden van de plaatstelijke fanfare? En wat is de reden dat de treurige persoon op Voormalig topman (2000) zijn baan is kwijtgeraakt?

In haar schilderijen borduurt Van Bart voort op de thematiek van haar tekeningen, maar deze geschilderde varianten missen hun spontaniteit. Het scherpe, dwingende karakter van de zwarte lijnen gaat verloren zodra met de veel tragere kwast en acrylverf wordt gewerkt. Van Bart is op haar best als ze haar onnavolgbare gedachtekronkels direct met potlood op papier krast.

Het is vreemd dat Van Bart tot nu toe zo weinig bekendheid heeft gekregen. Hoewel ze in 1998 de Philip Morris Kunstprijs kreeg, wordt haar werk sporadisch in Nederlandse galeries en musea getoond. Deze fascinerende tentoonstelling bewijst dat ze tot een van de grootste tekentalenten van ons land gerekend mag worden.

Tentoonstelling: Hannah van Bart, Schijngestalten. T/m 28-4 in het Gemeentemuseum Den Haag, Stadhouderslaan 41, Den Haag. Open di t/m zo 11-17u. Inl. 070-3381111 of www.gemeentemuseum.nl