Vaker ontslag bij buitenlands bedrijf

Directeuren die werken voor een buitenlandse multinational in Nederland worden veel vaker ontslagen dan directeuren bij een Nederlands bedrijf. Tweederde van de directeuren bij een buitenlands bedrijf wordt uitsluitend `afgerekend' op winst of omzet en voelt zich onbegrepen door de moedermaatschappij. Ruim 60 procent van de directeuren die vertrekken (vrijwillig of gedwongen) doet dat omdát het bedrijf buitenlands is.

Dit blijkt uit onderzoek van het Nederlands Centrum van Directeuren en Commissarissen (NCD). Het centrum, dat 4.500 leden heeft, vroeg naar de ervaringen van 240 directeuren die in totaal 300 functies hebben gehad bij buitenlandse bedrijven in Nederland. Meer dan 95 procent van de benaderden ging op de vragen in. Ruim 40 procent van de directeuren bij een buitenlands bedrijf werd ontslagen, zo blijkt, tegen 29 procent van de directeuren bij een Nederlands bedrijf.

Grootste bezwaar van de directeuren die werken voor een buitenlandse moeder is de geringe ruimte die ze krijgen om beleid te voeren naar eigen inzicht. Dat zou de belangrijkste reden zijn om op te stappen, zegt 72 procent van de respondenten. Een kwart zegt dat zij er door die kleine manoeuvreerruimte niet in slagen om het bedrijf succesvol te maken in Nederland. Leidinggevenden in het buitenland – zowel in als buiten Europa – hebben ,,weinig aandacht voor lokale omstandigheden''.

Slechts eenderde van de buitenlandse werkgevers beoordeelt de Nederlandse manager behalve op grond van winst ook op sociaal beleid of bijvoorbeeld milieuvriendelijke maatregelen.

De communicatie met de moedermaatschappij verloopt vaak stroef, vindt bijna de helft van de directeuren. Gemiddeld bezoeken zij zes keer per jaar het hoofdkantoor en komt vier keer per jaar iemand in Nederland langs. Alleen bij bedrijven waar de Nederlandse markt meer dan de helft van de omzet van het hele concern genereert is de communicatie goed. In die gevallen bezoekt het moederbedrijf Nederland zeer regelmatig.

De omgang met het moederbedrijf verschilt per land. Britse leidinggevenden ,,denken eenzijdig''. Duitsers geven te weinig informatie en hebben het te veel over `financiële zaken'. Mediterrane bazen luisteren niet en Amerikanen zijn ,,nauwelijks toekomstgericht''. Opvallend is volgens het NCD dat niet één directeur bij een Duits bedrijf zegt dat Duitsers ,,te veel adhoc en nauwelijks toekomstgericht'' werken, terwijl 27 procent van de directeuren bij een Amerikaans concern dat wel vindt.

Het onderzoek laat zien dat de hoge beloning die buitenlandse werkgevers bieden keerzijden heeft, zegt Jim Bos, directeur van het NCD. ,,Zo'n beloning is echt een risicopremie want het is veel lastiger presteren als je baas in verweggistan zit. Hij eist bijvoorbeeld 25 procent omzetgroei per jaar, omdat dat in België ook lukt. Leg dan maar eens uit dat dat hier heel anders kan liggen.'' Praten met een Nederlandse baas over Nederland is nu eenmaal eenvoudiger, zegt Bos.