Ook in zijn program is Fortuyn ongrijpbaar

Fortuyns boek laat zich maar moeilijk met gebruikelijke partijprogramma's vergelijken. Ook daarin blijft de nieuwkomer een probleem voor de gevestigde politiek.

In één opzicht heeft lijsttrekker Pim Fortuyn in ieder geval al woord gehouden: zijn gisteren in boekvorm verkrijgbare verkiezingsprogramma is inderdaad heel anders van karakter dan dat van de gevestigde politieke partijen. Het is geen puntenprogramma met politieke doelstellingen, maar eerder een verzameling boutaden, van steeds polemisch, en soms sterk persoonlijk karakter, met daardoorheen concrete aanbevelingen.

Nergens blijkt daarbij dat de `Lijst Pim Fortuyn', waarvoor het boek als verkiezingsprogramma fungeert, in de toekomst dient uit te groeien tot een politieke partij waarin programma's door de leden worden vastgesteld. Integendeel: aan de vooravond van de volgende Kamerverkiezingen belooft Fortuyn met een soortgelijk boek te komen, waarin ,,ik verantwoording zal afleggen over hetgeen ik gedaan en beloofd heb''.

Ook in andere opzichten laat `De puinhopen van acht jaar Paars' zich slechts met moeite vergelijken met de verkiezingsprogramma's van de gevestigde partijen. Zo spreekt Fortuyn al in de eerste zinnen van het boek uit, dat de economie naar zijn mening geen voorwerp van politiek dient te zijn. De economie is het domein van de ondernemers. De politiek gaat slechts ,,over de inrichting van de rechtsstaat'' en het bestuur van de collectieve sector.

Op deze punten komt Fortuyn met veelal radicale voorstellen, soms van eigen vinding, en soms ontleend aan anderen (zoals de flatgebouwen voor varkens). Zeer vergaand zijn de door hem bepleite staatkundige hervormingen: slechts zes ministers, gekozen minister-president, vervanging van de provincies door zes gewesten, opdeling van het land in duizend kleine gemeenten etc. Bij het beheer over de collectieve sector legt de auteur een voorkeur aan de dag voor kleinschalige organisatie, contractvrijheid (bijvoorbeeld in de zorgverzekering) en grootscheepse, aan ontmanteling grenzende sanering van de thans bestaande organisaties op het gebied van gezondheidszorg, politie, justitie en onderwijs.

Zoals beloofd, begeeft Fortuyn zich nergens in economisch beleid, en ook de bestaande organismen van economisch overleg als de SER schitteren in zijn boek door afwezigheid. Ook zegt hij zich in de `Puinhopen' over de financiering van zijn plannen alleen dat hij ,,geen dubbeltje meer dan nu'' wil uitgeven, en vasthouden aan de Zalmnorm.

Hij zet nergens economische maatregelen in om een maatschappelijk effect te sorteren. De door hem bepleite vergaande culturele integratie van reeds in ons land aanwezige vreemdelingen bijvoorbeeld, moet daarom met dwangmaatregelen worden bewerkstelligd: dienstplicht voor alle jongens en meisjes die daartoe één of twee jaar gemengd qua sekse en achtergrond in pensions van veertien kamers met gemeenschappelijke keuken moeten worden ondergebracht; strafkortingen op de uitkering voor wie niet zijn best doet.

Hoewel hij pleit voor aparte integratieprogramma's voor allochtone vrouwen, en aparte huisvestingprogramma's voor minder vermogenden (door Fortuyn ook wel als `volksmensen' of `onderklasse' aangeduid) is in het algemeen een (economisch) achterstandsbeleid uit den boze. Het overheidsbeleid dient uit te gaan van een aantal door Fortuyn vastgestelde criteria van `moderniteit', waaronder het beginsel `gelijke monniken, gelijke kappen': ,,zonder aanziens des persoons'' dat wil zeggen zonder te kijken naar ,,maatschappelijke, economische, religieuze of seksuele positie''.

Zoals de persoon van Fortuyn in het tv-debat vorige week moeilijk grijpbaar bleek voor politici van gevestigde partijen door een verschil in stijl en benadering, zo geldt dat wellicht ook voor dit boek/verkiezingsprogram. Want waar de politieke partijen de ideologie in het politieke debat zoveel mogelijk hebben afgeschaft, is Fortuyns denkwijze in hoge mate ideologisch. Hij vereenzelvigt zich met de eind-achttiende-eeuwse patriottische pamfletschrijver Van der Capellen tot den Pol. Fortuyns aanvallen op Paars, het poldermodel, de heersende `regentencultuur' en de `gesloten politieke elite' lijken naar dat voorbeeld gemodelleerd evenals het radicale democratiebegrip dat de heersende vormen moet vervangen.

Aan het geschetste toekomstbeeld van Fortuyn lijken zekere utopistische trekken niet vreemd: zo vormt Nederland niet zozeer een land, maar een `stadstaat', moeten wat ruimtelijke ordening betreft bedrijven en woonfuncties niet langer worden gescheiden, en is de keuze er niet één tussen centrale kantoren en thuiswerken, maar moeten er in woonwijken ICT-centra komen, van waaruit men op afstand met de onderneming is verbonden. Natuurgebieden zijn niet van belang.

Vrijwel uniek naar Nederlandse verhoudingen, is een zekere isolationistische tendens in Fortuyns ideeën. Het Europese parlement moet worden afgeschaft, de invloed van de EU in het algemeen tegengegaan. De na opheffing van land- en luchtmacht tot louter marine teruggebrachte krijgsmacht mag niet meer deelnemen aan internationale vredesoperaties. En bovenal maar dat is na Fortuyns optreden van de afgelopen maanden geen verrassing meer moet Nederland worden gevrijwaard van allerlei vormen van immigratie en culturele beïnvloeding, met name van moslimzijde.