Nederlandse ijshockeyfinale in teken van nostalgie

Oude tijden herleven even in het Nederlandse ijshockey. Amsterdam (Boretti Tigers) en Heerenveen (Formido Flyers) spelen in een best-of-five-serie om de nationale titel. Twee rivalen hebben elkaar na negentien jaar weer gevonden.

Slechts Ron Berteling herinnert in de play-offs van de strijd om de Nederlandse ijshockeytitel aan een periode dat Amsterdam en Heerenveen elkaar jaarlijks bestreden om de prijzen. De huidige coach van de hoofdstedelijke ploeg maakte begin jaren tachtig als speler de titanenstrijd aan den lijve mee. En steeds was het resultaat frustrerend voor de Amsterdammers: de Friezen onder de naam Feenstra Verwarming en later Feenstra Flyers wonnen de titel tussen 1976 en 1983 zeven keer op rij.

Dit tot groot ongenoegen ook van Sjoerd Terpstra, de Amsterdamse voorzitter en sponsor van de ijshockeyclub uit de Jaap Edenhal die toen door het leven ging als De Bisschop. Pas toen de ploeg in 1985 onder de naam Deko Builders speelde, werd de fel begeerde titel binnen gehaald.

Het befaamde team van de Flyers was in dat jaar al ontmanteld en sponsor Sjoerd Feenstra gestopt. Feenstra had slim geprofiteerd van de kinderen van Nederlanders die na de Tweede Wereldoorlog naar Canada emigreerden. Zij waren in het land waar ze opgroeiden met zijn profcultuur op ijshockeygebied te klein voor het tafellaken en te groot voor het servet. Maar in het vaderland van hun ouders groeiden ze uit tot ware helden.

Jack de Heer, de legendarische aanvaller, was bijvoorbeeld twee maanden oud toen zijn vader en moeder emigreerden naar Lethbridge in Alberta. In Canada was hij een miskende ijshockeyer, maar in Nederland groeide hij bij Tilburg Trappers, het nationale team en vooral Heerenveen uit tot een geliefde goalgetter. Zoals De Heer een goalie kon uitspelen, dat is in het huidige Nederlandse ijshockey een zeldzaamheid. De Heer woont nu weer in Canada. Daar heeft hij de drukkerij van zijn vader overgenomen. Hij schreef Feenstra een paar jaar geleden een brief dat een krant in Alberta na twintig jaar had ontdekt dat hij met het Nederlands team in Lake Placid aan de Winterspelen had deelgenomen.

Rond 1980 waren het hoogtijdagen van het Nederlandse ijshockey waar bond en clubs nooit een vervolg aan hebben kunnen geven. In 1979 werd het nationale team verrassend wereldkampioen in de B-poule. De kwalificatie was afgedwongen in de slotwedstrijd tegen de DDR, toen in de tweede en derde periode een 3-0-achterstand werd omgebogen naar een 4-3-zege. De Heer was de grote man met twee treffers. Nederland mocht daardoor een jaar later meespelen in de A-poule met de Sovjet-Unie, Tsjechoslowakije, Canada en Zweden en uitkomen op de Winterspelen in 1980. Dat werd geen succes, daarvoor was het Nederlandse team toch te zwak.

Het Nederlandse team had toen veel baat bij de jaarlijkse rivaliteit tussen Amsterdam en Heerenveen. Amsterdam werd gecoacht door de Zweed Hans Westberg. Hij ging ook mee als bondscoach naar het WK in het Roemeense Galati. ,,De eerste coach die ons systemen leerde'', herinnert Ron Berteling zich. ,,Hij had ook een goede trainingsopbouw. Op het WK hield hij de lijnen van Amsterdam en Heerenveen in tact.'' Westberg was een sfinx. Zijn leven stond louter in het teken van ijshockey. Berteling: ,,Ik kwam als 21-jarige speler pas kijken. Op een training raakte een keer door een klap van een stick een paar van mijn tanden los. Tot verbazing van Westberg verliet ik het ijs. Hij vroeg: `Waar ga je heen?' Ik zei: 'Naar de tandarts, ik heb pijn'. Daar begreep hij niets van.''

Amsterdam speelde in die tijd met meer Nederlandse spelers dan Heerenveen, zoals William Klooster, Jerry Schäffer, Tjakko de Vos en natuurlijk Ron Berteling. De recordinternational, die terugkeerde als coach van Amsterdam: ,,Individueel hadden we zeker geen mindere ploeg. Maar op het juiste moment stond Heerenveen er altijd. Dan speelde het team enorm gedreven. Het respect voor ons was wel groot. Dat heeft Larry van Wieren, toen hij eenmaal bondscoach was, mij nog wel eens verteld.''

Speler/coach Larry van Wieren was de drijvende kracht achter het Flyersteam. De loodgieter had leiderschapskwaliteiten en beschikte over veel spelinzicht. Hij werd geboren in Bolsward, maar zijn ouders verhuisden naar het Canadese Edmonton toen hij drie jaar was. Via HYS en Utrecht kwam hij bij Heerenveen terecht. Onder zijn leiding werden de Friezen vijf keer kampioen. Van Wieren vormde met Jack de Heer en Jan Janssen een gevreesde eerste aanvalslijn, misschien wel de beste van West-Europa. Twee keer haalde Van Wieren met de Flyers de halve finales van de Europa Cup.

Volgens Berteling was het feit dat de ploeg vijf jaar bij elkaar kon blijven de grote kracht van de Friese ploeg. ,,De spelers werden goed verzorgd en betaald'', zegt de toenmalige Heerenveensponsor Sjoerd Feenstra nu. ,,De organisatie er omheen was professioneel. Dat sprak die jongens wel aan.'' Feenstra werkte ruim twintig jaar geleden, mede dankzij de recettes, met een budget van meer dan een miljoen gulden voor zijn ijshockeyteam. Het huidige team kost ongeveer zes, zeven ton. Het bedrijven van topsport is toch vooral een kwestie van geld.

De eerste twee jaar werden de Friezen onder de naam Feenstra Verwarming kampioen, vervolgens vijf jaar als Feenstra Flyers. ,,Die naamsverandering was om de media tegemoet te komen. Het moest niet te commercieel klinken'', luidt de ontboezeming van Feenstra.

Het enthousiasme in de Thialfhal, die nog niet was omgebouwd tot schaatshal, was altijd groot. De thuiswedstrijden van de Friezen werden steevast bezocht door het maximale aantal toeschouwers: 4.000. Zeker bij de wedstrijden tegen Amsterdam. ,,In een van de laatste jaren wilde het team van De Bisschop niet het ijs op omdat de hal uitpuilde van de mensen. Er zaten die avond inderdaad wel meer dan 4.000 bezoekers. Ik ben toen met onze voorzitter Koos Krikke nog de kleedkamer ingegaan om coach Ejay Queen van de Amsterdammers te bewegen toch te spelen. Na enig aandringen begon zijn team aan de wedstrijd.''

Feenstra, nog erelid van de bond, herinnert de confrontaties met De Bisschop ,,als spectaculaire duels''. De spelers werden overal gevolgd door hun fans. ,,Voor de wedstrijden in Amsterdam gingen er altijd 1.000 tot 1.500 mensen mee naar de Edenhal. Dat was toch heel bijzonder.''

De voormalige directeur van een verwarmingsbedrijf constateert dat er wat muziek in het Heerenveense ijshockey is gekomen. Feenstra heeft tegenwoordig twee stoeltjes in het Abe Lenstra Stadion van de voetbalclub, maar gaat een paar keer per jaar nog wel eens kijken naar zijn oude liefde. ,,De voetbalclub heeft momenteel het beste team ooit. Het niveau van het ijshockey is dit seizoen behoorlijk verbeterd. De afgelopen jaren was het zo slecht dat ik soms wel eens wegliep. Ik heb bij het begin van de competitie al gezegd dat de Flyers nu een team heeft dat kampioen kan worden. Maar na het winnen van de bekerfinale lieten ze het afweten, waardoor het nu een stuk moeilijker wordt omdat Amsterdam twee keer mag thuisspelen.''