Man van de `tax'

De Amerikaanse econoom en Nobelprijswinnaar James Tobin is maandag overleden. Dit heeft de Yale-universiteit, waar hij sinds 1950 werkzaam was, bekendgemaakt.

Tobin staat te boek als de meest invloedrijke Keynesiaanse econoom van zijn tijd, en blonk uit in diverse disciplines binnen de economie. In 1981 won hij de Nobelprijs voor de economie, voor zijn analyses van de financiële markten en de daarmee samenhangende implicaties voor het macro-economische beleid. Begin jaren zestig was hij adviseur van de regering-Kennedy. Aan Tobin worden de belastingverlagingen toegeschreven die destijds bijdroegen aan de economische voorspoed in dat decennium.

Tobin grossierde in ideeën. Zo is onder meer het principe van een negatieve loonbelasting, om mensen aan het werk te helpen, oorspronkelijk van hem. Maar het meest bekend bij het grote publiek is hij geworden met twee ideeën die daadwerkelijk zijn naam dragen: de `Tobin-tax' en `Tobin's Q'. Met Q berekende Tobin de verhouding tussen de beurswaarde en de vervangingswaarde van ondernemingen: bij een Q van boven de 1 is het goedkoper om een bedrijf van de grond af op te bouwen dan om er aandelen van op de beurs te kopen. Q wordt nog altijd bijgehouden, onder meer door het Britse onderzoeksbureau Smithers & Co. Dat bureau komt voor heel Wall Street op dit moment op een Q van rond de 2, hetgeen betekent dat volgens deze maatstaf aandelen nog steeds een factor twee zijn overgewaardeerd op de beurs.

De Tobin-tax is een heffing op kortlopende transacties op de financiële markten, die door Tobin begin jaren zeventig werd uitgedacht. Het idee, dat overigens nooit werd uitgevoerd, moet begrepen worden in de context van die dagen.

Destijds werd aan het na-oorlogse internationale monetaire systeem, waarin de dollar een sleutelrol speelde, door een golf van speculaties op de valutamarkt de genadeklap gegeven. De laatste jaren is, met name in kringen van antiglobalisten, de Tobin-tax weer onderwerp van gesprek, ditmaal om financiële speculatie tegen te gaan, en tegelijkertijd met de opbrengst een intensivering van de ontwikkelingssamenwerking te financieren. In Europa is een land als België voorstander van een dergelijke heffing.

Tobin zag met lede ogen aan hoe ,,zijn naam werd gekaapt''. Hij liet vorig jaar weten niets meer in de Tobin-tax te zien, en benadrukte juist supporter te zijn van meer globalisering, van het Internationale Monetaire Fonds, de Wereldbank en de Wereldhandelsorganisatie WTO. James Tobin werd 84 jaar.