Lucky

,,You are very lucky, sir. You know why you are so lucky?''

Dat zijn geen woorden waarmee een mens dagelijks wordt aangesproken. Mij overkwam het onlangs aan een van de Amsterdamse grachten. De spreker was een Indiaas uitziende man met een groene tulband om zijn hoofd. Hij zat op een bankje voor een winkel. Ik dacht eerst dat hij het tegen een ander had, maar toen ik omkeek zag ik dat er verder niemand in de buurt was.

Ik liep terug. ,,Waarom denkt u dat ik zo gelukkig ben?'' vroeg ik.

Leuke dingen over jezelf wil je nu eenmaal altijd graag horen. Hij moet daar veel ervaring mee hebben gehad, want hij leek het als vanzelfsprekend te beschouwen dat ik was teruggekomen. ,,Omdat u heel gelukkig uit uw ogen kijkt'', zei hij beslist.

Gevleid ging ik naast hem zitten. Hoe maakte ik dit nieuws wereldkundig? Maar eerst moest ik hem de palm van mijn rechterhand tonen. Hij las de levenslijnen, maar ik kon zijn gemompelde Engels slecht verstaan. Daarna klapte hij een soort agenda open met veel losse blaadjes. Hij diepte briefjes met cijfers op waaruit ik een keuze mocht maken, en hij liet me mijn favoriete bloem noemen. Mijn favoriete bloem had ik die eigenlijk wel? Een dahlia, zei ik in halve paniek, hoewel ik aan de dahlia nooit enige gedachte heb gewijd.

Hij begon wat duidelijker te spreken. Het kwam gelukkig hierop neer dat hij in mijn leven meer goede dan slechte dingen zag. Er waren wel enkele problemen, maar daar viel overheen te komen. Welke problemen, vroeg ik. Nou ja, zei hij, er waren twee vrouwen die van me hielden, een oude en een jonge, en dat was behoorlijk lastig.

Hoezo, vroeg ik zo argeloos mogelijk. Het lag niet zozeer aan die vrouwen, stelde hij me haastig gerust, als wel aan de man van een van die vrouwen. Jealousy, you know. Of course, zei ik, but what to do?

Rustig blijven, adviseerde hij wat ik beloofde. Maar was dat genoeg? Hij knikte, en veranderde van onderwerp. Wilde ik nog een of andere vurige wens doen? Twee vrouwen had ik al, begreep ik, dus wat bleef er over? Twee auto's? Maar opeens schoot me iets beters te binnen: zo oud mogelijk worden.

Hij knikte. Geen probleem, hij kon zelfs zien hoe oud ik precies zou worden, maar dan moest ik wel even een briefje in zijn agenda stoppen. Een briefje? Geld bedoelde hij? Ik haalde een euro uit mijn zak. Nee, zei hij licht beledigd, paper money please. ,,I am not a beggar, sir.''

Ik gaf hem beschaamd een biljet van vijf euro. Niet weinig, maar daar stond een pracht van een leeftijd tegenover: 95 jaar! Ik zweeg geïmponeerd, een beetje minder had ook wel gemogen. Maar er zouden in die vele resterende jaren nog wel drie belangrijke dingen met me gebeuren, voegde hij er snel aan toe.

Welke? Hij lachte minzaam. Wilde ik dan eerst nog even een tweede briefje in zijn agenda leggen? Ik stond op. Hij hield niet aan en gaf me een klein, gekleurd steentje. ,,Geef me dat de volgende keer terug'', zei hij, ,,dan praten we verder, eventueel met uw vrouw erbij.''

Leuk idee, dacht ik onderweg, maar hoeveel euro gaat het me dan kosten om hem zijn mond te laten houden over die andere vrouw? Jealousy, you know.