Hoger beroep in ESF-zaak is heel riskant

Ondanks de ingelaste `Actie speurneus' heeft het kabinet niet kunnen voorkomen dat de Europese Commissie een derde van alle Hollandse ESF-uitgaven heeft afgekeurd. Een Europees record. Hoger beroep is nu riskant geworden.

Driekwart jaar heeft Nederland er tegen gevochten. De uitkomst circuleerde al een paar weken, maar sinds gisteren is het officieel: de Europese Commissie vordert 157 miljoen euro (345 miljoen gulden) terug wegens onregelmatigheden bij de besteding en verantwoording van geld uit het Europees Sociaal Fonds (ESF) in de jaren 1994-1996.

Wie dit nieuws graag gunstig uitlegt, kan zeggen dat Brussel vorige zomer nog 203 miljoen euro (447 miljoen gulden) claimde. De strijd van het kabinet tegen die claim heeft dus zin gehad: er is een kwart afgegaan.

Het kabinet is nu voor een tactisch precaire vraag komen te staan. Moet Nederland een jaren slepende beroepsprocedure beginnen bij het Europees Hof van Justitie in Luxemburg?

De claim van 203 miljoen euro die Europees Commissaris Anna Diamantopoulou vorig jaar naar Den Haag verzond, was gebaseerd op een steekproef. Uit diverse onderzoeken was eerder al gebleken dat in Nederland de uitvoering van ESF slordig was. Administratieve bescheiden waren zoek, urenregistraties ontbraken – vaak viel niet meer aan te tonen waaraan het ESF-geld was besteed.

In september 1999 erkende toenmalig minister De Vries (Sociale Zaken) in een brief aan de Kamer dat deze fouten waren gemaakt. Nederland bleek systematisch tekortgeschoten te zijn in de uitvoering van ESF. Zulke systeemfouten legitimeren de Commissie om van Nederland geld terug te eisen op grond van een steekproef.

Die steekproef (onder 45 projecten) bracht aan het licht dat 41 procent van alle ESF-uitgaven niet of onvoldoende kon worden aangetoond, wat omgerekend neerkwam op 203 miljoen euro.

Nederland heeft sinds afgelopen zomer kosten noch moeite gespaard met zijn verzet tegen de terugvordering. Een belangrijk verweer was dat in de periode 1994-1996 voor alle projecten accountantsverklaringen waren afgegeven, en dat deze destijds door Brusselse ambtenaren waren geaccepteerd. Minister De Vries schreef in de genoemde brief in 1999 dat de jaren daarvoor ,,de overtuiging'' was gegroeid dat de verklaringen ,,niet de waarborg zijn voor de rechtmatigheid van de ESF-uitgaven en een deugdelijke einddeclaratie van een ESF-project''. Zo kon de Commissie dit verweer terzijde schuiven.

Sociale Zaken had meer kritiek op de claim. De Commissie zou ten onrechte hebben geëist dat van ieder project de administratie bewaard moest blijven. Maar volgens het kabinet mocht die worden weggegooid als een project drie jaar of langer was afgerond. Bovendien was de extrapolatie van de steekproef naar alle uitgaven in de jaren 1994-1996 – waardoor de claim zo hoog werd – niet reglementair, meende het ministerie. De Commissie was niet geïmponeerd.

Onder leiding van minister Vermeend, de opvolger van De Vries op Sociale Zaken, werd daarop zelfs een Actie Speurneus gestart, waarin werd geprobeerd zoekgeraakte administraties terug te vinden. Het lukte wonderwel, dacht Sociale Zaken.

De Commissie stelde evenwel dat alleen de originele documenten (basic documents) hiervoor ingebracht mochten worden, en geen kopieën. Zo bleef ook de Actie Speurneus zonder resultaat.

Vermeend liet zich toen nog niet vermurwen. Medio oktober schakelde hij het Britse accountantskantoor Robson Rhodes in. Hij liet al het materiaal bekijken dat inmiddels van de 45 projecten was teruggevonden. Robson Rhodes concludeerde een maand later in een rapport dat nu voor 89,7 procent van de uitgaven de correcte aanwending was aangetoond (en dus voor 10,3 procent niet). Daarmee kwam de accountant iets boven de 32 miljoen euro (71 miljoen gulden) schade die onderzoeker Henk Koning, de vroegere president van de Algemene Rekenkamer, vorig jaar voorzag. Maar de Commissie legde ook dit rapport terzijde. Robson Rhodes had zich volgens een hoge Brusselse ambtenaar gebaseerd ,,op tweedehands materiaal''. Uit onderliggende stukken van de accountantsverklaringen was getracht een reconstructie te maken van wat precies bij projecten was gebeurd. ,,De Commissie en de Nederlandse regering hadden al vastgesteld dat het accountantsmateriaal onbetrouwbaar was'', aldus de ambtenaar.

Vermeend had nog één kans: technische kritiek op de statistische waarde van de steekproef. Hiervoor werd de Amsterdamse hoogleraar statistiek J. Bethlehem tweemaal naar Brussel gehaald. Hij maakte indruk. De eerste herberekening hield onvoldoende rekening met de gedeeltelijke goedkeuring van projecten. Sommige projecten hadden daardoor bij de extrapolatie een te zwaar gewicht gekregen. Zo werd het foutenpercentage van 41 door de Commissie teruggebracht naar 31,3 procent. Bethlehem verdiende zo voor Nederland 45 miljoen euro.

De slotsom blijft nu dat een derde van alle Nederlandse ESF-uitgaven tussen 1994 en 1996 niet in orde was, de periode waarin toenmalig minister Melkert (Sociale Zaken) eindverantwoordelijk was. De gisteren officieel opgelegde terugvordering is naar Europese maatstaven een record.

Vaker is gezegd dat de ESF-ellende hier niet eindigt: over de jaren 1997 tot en met 1999 moeten nog worden afgerekend. Als Nederland over die periode een zelfde behandeling krijgt – over die jaren zijn opnieuw `systeemfouten' vastgesteld – is een herhaling van de huidige tegenvaller groot.

De vraag is nu of Nederland er goed aan doet tegen de nu officiële terugvordering in beroep te gaan bij het Europees Hof. Die procedure zou dan worden gevoerd op een moment dat de gedaagde partij – Commissaris Diamtopoulou en haar ambtenaren – opnieuw een oordeel over de Hollandse fouten moet vellen, en in de wetenschap dat, op één na, alle Nederlandse tegenargumenten door diezelfde groep eerder van tafel zijn geveegd.

Daar komt bij dat een medewerker van het Hof, hoogleraar Europees recht Barents, meent dat Nederland ,,uiterst zwak'' staat in een beroep.

Voor sommige politici doet zich dan bovendien de situatie voor dat de afwikkeling van dit toch al pijnlijke dossier nog een paar jaar langer zal duren.