`Daar is er ook geen bal aan'

Het Leidseplein beleefde gisteravond twee Boekenballen; het officiële en traditionele Bal d'Amour in de Stadsschouwburg en het officiëuze en uitverkochte Bal der Geweigerden in Paradiso. `Is het leuker aan de overkant?'

,,U bent de niet-geweigerden'', sprak Dolf Jansen, de vriendelijke cabaretier die de liedjesvoorstelling van het Boekenbal 2002 in goede banen leidde. De niet-geweigerden, met enkele lege plekken in de zaal, leken zich vooral onhippe kneusjes te voelen: de dagen voor het bal had het alternatieve feest zoveel aandacht getrokken dat veel bevreesde gedachten uitgingen naar `De overkant'. Zou het daar niet leuker zijn?

De verwachtingen voor het Bal d'Amour waren niet hooggespannen: twee jaar geleden was er ruzie tussen Freek de Jonge en Harry Mulisch, vorig jaar schitterde Salman Rushdie met bewakers en verloofde Padma Lakshmi; zo spannend kon het niet opnieuw worden. Dit jaar zat Mulisch tot laat tevreden op zijn traditionele traptrede aan de rechterzijde van het gebouw (,,Het gaat mij om de vier mensen die ik direct om me heen heb. De rest maakt niet veel uit'') en moest de dansvloer het doen met één solistische Rushdie-lookalike.

Dat was lang nadat Dolf Jansen en de zijnen hadden geprobeerd om in een serie liefdesgerelateerde liedjes het thema van Boekenweek en -bal een opkontje te geven. Dat lukte slechts bij vlagen. Afgaande op de optredens (van onder anderen Lucreatia van der Vloot, Hans Dorrestijn, Jan Rot en Brainpower) is liefde een soort kruising van seks en giecheligheid. Kenmerkend was het optreden van Jan Rot, die voor de gelegenheid een uitstekend idee uitvoerde: een lied gebaseerd op de oudste Nederlandse zin, Hebban olla vogala nestas hagunnan hinase hic enda thu wat unbidan we nu, waarin echter halverwege plotseling allerlei komische effecten optraden (regels uit `Du' van Peter Maffay en andere internationale meezingers) die de schoonheid pardoes weer volledig teniet deden. Het omgekeerde gebeurde bij de uitreiking van het eerste exemplaar van de dichtbundel Ja, ik wil met de door de gemeente Amsterdam op 2 februari aan prins Willem-Alexander aangeboden poëzie. Dat begon met een dialoogje waarin burgemeester Cohen van Amsterdam uitsluitend `ja' zei, maar eindigde met de bloedserieuze en mooie voorlezing van het gedicht van Willem Jan Otten uit dezelfde bundel.

,,Weet jij hoe het aan de overkant is?'' informeerden vooral de jongere balgasten tijdens het feest waar Joost Zwagerman als diskjockey optrad. Vic van de Reijt, meestal de opperplaatjesdraaier van het bal, was in Paradiso. En had iemand Gerrit Komrij, die het alternatieve bal opende, al gezien? Mai Spijkers, directeur van de boekendivisie van uitgeefconcern PCM (,,Ik heb één boek uitgegeven dat niet over de liefde ging. Van Frits Bolkestein''), stak rond één uur een reusachtige sigaar op, monsterde de regenval en verklaarde nog naar de geweigerden te willen gaan.

Toen was de grote, natte oversteek tussen Paradiso en de Stadsschouwburg door zoveel mensen volbracht dat het opluchtende ,,Daar is er ook geen bal aan'', het Bal d'Amour toch nog in een stroomversnelling bracht. Bovendien had de CPNB nog een troef: waar het bal officieel om twee uur ten einde zou zijn, ging het feest prompt nog een uur door, waardoor ruim na drie uur de laatste gasten voldaan uit het gebouw werden geveegd, waar op dat moment alleen Youp van 't Hek nog in een geanimeerd gesprek was verwikkeld.