Alle macht aan de tovenaars

Gaat iets goed, dan raken de mensen eraan gewend. Ze denken dat het een natuurgegeven is. Gaat iets slecht, dan willen ze een ander de schuld geven, en ze verlangen naar iemand die het beter kan. Daarom is de strategische wending in de propaganda, `het onderstrepen van de pluspunten' van de paarse partijen, tot mislukken gedoemd. Natuurlijk heeft Paars goeds gedaan. Stel je voor dat het niet zo was. Maar op 15 mei zullen er weinig zijn zich deze weldaden nog eens dankbaar voor de geest zullen halen.

Een van de grote gebreken van Paars II is, dat het de afgelopen vier jaar zijn publiciteit op de verkeerde manier heeft verzorgd. Over de verdiensten van het poldermodel is op de trom geroffeld tot je er tureluurs van werd. Daar mankeert het niet aan. Nu gaat het om het effect van wat er verkeerd is gegaan, of ondanks de beloften niet tot stand is gebracht. Als iets één of twee keer verkeerd gaat, zal men het in dit lijdzame land weer vergeten, of denken dat het iets nieuws is of dat het zo hoort. Maar het zijn niet de incidenten, het is de opeenstapeling, het meer van hetzelfde. Dat is, om het zacht uit te drukken, ongelofelijk onderschat. Als de politieke leiders van Paars nu de verdiensten van hun bewind in het zonnetje willen zetten, bewijzen ze dat ze de van dit cumulatieve effect niets hebben begrepen. Dat zou pas zorgwekkend zijn.

Bekijk vier jaar boekhouding.

In 1998 zijn we van plan ons te onthaasten. De volksgezondheid dreigt in het gedrang te komen. De wachtlijsten voor de ziekenhuizen worden langer, driekwart van de medici lijdt aan stress, de stadsvernieuwing stagneert. Minister Van Boxtel (Grotesteden- en Integratiebeleid) constateert ,,een proces van geestelijke verloedering''. Hij wil een discussie op gang brengen om de ,,verslonzing van de samenleving aan te pakken''. Hij is bezorgd ,,dat we het niet echt serieus menen met een krachtig herstelprogramma grote steden''. De files baren zorg, de ruzie over Schiphol woedt voort, maar de treinen rijden op tijd.

1999. Het poldermodel bereikt zijn hoogtepunt. De files worden langer, het raadsel van Srebrenica is nog niet opgelost, het cellentekort blijft, er worden een paar vormfouten gemaakt, maar de treinen rijden nog redelijk op tijd. Nog nooit in de geschiedenis is er met de jaarwisseling zoveel kalkoen gegeten en zoveel vuurwerk afgestoken.

2000. Het personeel in het onderwijs en de verpleging voert actie. De criminaliteit baart zorg, maar geen nood, er is een verschil tussen de echte onveiligheid en het gevoel van onveiligheid. Onder escorte van politie en Hells Angels wordt een vooraanstaand lid van de onderwereld, gesneuveld in de strijd, ten grave gedragen. Het treinpersoneel roert zich. Rondje om de kerk wordt in de spreektaal opgenomen. Wachtlijsten worden langer.

2001. Meer van hetzelfde. Bestrijding van de files door middel van tolpoorten en het rekeningrijden mislukt, à raison van 263 miljoen gulden. Aannemers schrijven te hoge rekeningen, topmanagers worden beschuldigd van excessieve zelfverrijking. In het rapport-Oosting over Enschede wordt gevraagd om een ,,culturele revolutie''. Twijfel aan de gedoogcultuur wordt door de minister-president bevestigd: `Weg met het gedogen'. De president van De Nederlandse Bank vraagt zich af of de uiterste houdbaarheidsdatum van het poldermodel niet is overschreden. Hans Wijers, ex-minister en topmanager zegt: ,,Blaas het poldermodel op!''

2002. Bolletjesslikkers worden ontmaskerd, bij honderden. Weinig tegen te doen. Artsen luiden de noodklok. Rapport Srebrenica bijna klaar. Cellentekort. Intussen is de directie van de spoorwegen ontslagen, en als door een wonder rijden de treinen weer min of meer op tijd. Dan naderen de raadsverkiezingen. In de grootste leefbaarheidspartij ontstaat ruzie over de islam. Fatale splitsing? Geen sprake van. Revolutie in Rotterdam. Nederlaag van de gevestigde orde. In het lijsttrekkersdebat na afloop verschijnen de leiders van Paars, van verongelijkt tot pruilend en meelijwekkend.

Vier jaar Paars II. Iedere denkende burger heeft het zien aankomen. De verrassing van deze verkiezingen is niet zozeer de uitslag, daarbij inbegrepen het aantal wegblijvers, maar dat de leiders van Paars verrast waren zo onthutst dat ze zich in de belangrijkste publieke confrontatie na hun nederlaag geen raad wisten. En daarna hebben ze het nog erger gemaakt, door ruzie te gaan zoeken over het leiderschap, als het bestuur van een voetbalclub dat een paar dagen voor de grote wedstrijd tot de ontdekking komt dat de trainer niet deugt. Het is jammer dat wij kiezers niet aan de deur van de bestuurskamer kunnen luisteren.

Ik denk dat een nieuw leiderschap nu, hals over kop, in paniek benoemd, voorlopig niets oplost. Het is zelfs niet rechtvaardig nu een paar gerenommeerde kanonnen in stelling te brengen, al was het alleen maar omdat daarmee de kiezer te veel wordt beloofd. Het gaat niet om een paar mensen, maar om de woekeringen van de paarse consensus. Het `discussies op gang brengen, brede maatschappelijke discussies, om naar de kiezers toe, in goed vertrouwen, in dit land, zoals wij dat hier samen doen, zoals de mensen in gezamenlijkheid met elkaar omgaan, naar een oplossing te zoeken, een culturele revolutie, zeg maar, in dit land', zoals het in algemeen politiek Haags heet. Waarna de kiezer, in dit land, naar zich toe, niets bijzonders ziet veranderen, ook niet bij zichzelf, terwijl hij deel is van het probleem.

Het zijn niet een paar mensen, maar de zeden en gewoonten van Paars en het politiek Haags waarmee de spreker de zekerheid geeft dat hij na het gezegde alle kanten op kan. En tenslotte is het vooral de tegenstelling tussen de verbale hybris van Paars II en de tastbare resultaten. Wat in acht jaar is gegroeid wordt niet met een personele revolutie aan de top weggeopereerd; en evenmin met behulp van een tovenaar die een boekje met toverspreuken heeft geschreven. Het zwaarste verwijt aan Paars is dat het de tovenaars de ruimte heeft gelaten. En dan is het de vraag of de leiders van gisteren geholpen worden met de veertig procent die bij de raadsverkiezingen niet is komen opdagen. Ze hebben nog twee maanden.