Abortus

De strijd om de legalisering van abortus is in Nederland lang geleden beslecht. De beschikbaarheid van veilige abortussen bleek een verrassend effect te hebben: Nederland had het laagste abortuscijfer (aantal abortussen per duizend vrouwen) ter wereld. Dat had te maken met openheid, verspreiding van voorbehoedmiddelen – de pil in het ziekenfonds – en seksuele voorlichting. Abortus verdween geruisloos van de agenda van omstreden politieke onderwerpen.

Vorige week maakte de Stichting Samenwerkende Abortusklinieken in Nederland (StiSAN) bekend dat het aantal abortussen de afgelopen tien jaar met 60 procent is gestegen: van vijf naar acht per duizend vrouwen in de vruchtbare leeftijd. België en Duitsland hebben inmiddels lagere abortuscijfers dan Nederland. Wat is er veranderd?

Ten eerste hebben veel landen abortus gelegaliseerd en daarmee hun relatieve achterstand op Nederland ingehaald. In de Europese Unie worstelt alleen Ierland met het abortusvraagstuk, afgelopen week werd een aanscherping van het toch al strenge abortusverbod nipt verworpen. Ten tweede krijgt Nederland te maken met een verschijnsel dat al jaren bekend is uit de Verenigde Staten en Groot-Brittannië: tienerzwangerschappen onder meisjes uit etnische minderheidsgroepen. In Nederland ondergaat één op de elf Antilliaanse meisjes en vrouwen tussen 16 en 20 jaar een abortus. Dit is een ontwikkeling waarvoor te lang weinig aandacht is geweest. Het abortuscijfer is een goede indicator voor de `seksuele gezondheid' in een samenleving en de StiSAN stelt in zijn rapport bezorgd vast dat deze in Nederland achteruitgaat. Meer abortussen, minder gebruik van voorbehoedmiddelen, meer ongewenste zwangerschappen, meer alleenstaande tienermoeders en stijging van het aantal seksueel overdraagbare ziekten wijzen in dezelfde richting.

Wat valt hieraan te doen? Vorig jaar zijn de Rutgershuizen van de NVSH gesloten, ooit voorposten op het gebied van seksuele vraagstukken, voorlichting en voorbehoedmiddelen. Die werden overbodig geacht – seksuele hulpverlening is immers gedemocratiseerd en voor iedereen toegankelijk. Maar vergeten is dat de instroom van telkens nieuwe generaties jongeren, met sterk uiteenlopende culturele en etnische achtergronden, om permanente inspanningen vraagt. Niet zozeer aan basisvoorlichting, maar aan sociaal-culturele beeldvorming. Tienerzwangerschappen en alleenstaand ouderschap voor meisjes zijn meer dan het gevolg van een vrijpartij van onervaren jongeren. Als tweederde van de ruim zesduizend tienerzwangerschappen eindigt met een abortus, moet de samenleving dat serieus nemen.