VS studeren op aanval

Gisteren in Groot-Brittannië, vandaag in Jordanië - de Amerikaanse vice-president Dick Cheney is begonnen aan een ongewone, tiendaagse missie langs twaalf, hoofdzakelijk in het Midden-Oosten gelegen landen. Het is bijna een studiereis, met als inzet: hoe brengen `we' de Iraakse leider Saddam Hussein ten val, wat zijn de mogelijkheden voor militaire actie en wie doet er mee?

Voor Cheney is het ook een rendez-vous met de geschiedenis: in 1990 bezocht hij als minister van Defensie de Arabische landen al om steun te verwerven voor militaire actie tegen Saddam na diens inval in Koeweit. Twaalf jaar verder is deze Amerikaanse regering van zins het Iraakse regime de doodsteek toe te brengen, nu George W. Bush na 11 september zijn missie als oorlogspresident heeft gevonden. Overtuigd van het `huwelijk' tussen terroristen en `schurkenstaten' zoals Irak, die beide de hand leggen op massavernietigingswapens, en gesterkt door het binnenlandse draagvlak in Amerika en het militaire succes in Afghanistan willen Bush en de zijnen het werk van 1991 afmaken. Conservatieve leden van de regering geloven niet meer in het meedoen aan het kiekeboe-spel met massavernietigingswapens, waarmee Irak de Verenigde Naties jarenlang heeft dolgedraaid.

Cheney's reis is een nieuw rondje `coalitie bouwen', dat anders dan twaalf jaar geleden en een half jaar geleden vóór de aanval op Afghanistan lastig wordt; kort na 11 september was het internationale draagvlak voor actie tegen Al-Qaeda en de Talibaan vanzelfsprekend. In het geval van Saddam Hussein, gesteund door Rusland en Frankrijk en min of meer gedoogd door de Arabische wereld uit angst voor destabilisatie van de regio, ligt dat anders en zijn de Amerikanen op overtuigingsmissie. Het enthousiasme voor een militaire aanval op Irak in het Midden-Oosten en Europa blijft gering. Het Midden-Oosten is nu nog meer bezorgd over het Israëlisch-Palestijnse geweld dan over Saddam Hussein. Zal Cheney daar naar luisteren?

Cheney's reis is ook bedoeld om bondgenoten langzaam voor te bereiden op een militaire actie tegen Irak. Hij zegt voortdurend dat de regering nog geen enkele beslissing heeft genomen. Maar alleen al het feit dat hij de missie uitvoert, en niet minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell, die steeds meer wordt gebruikt voor defensieve, sussende woorden jegens de bondgenoten, zegt genoeg over de offensieve intenties van de regering. Hoe Saddam moet worden verjaagd en wie hem moet vervangen in een stabiel Irak, blijft intussen ook voor de Amerikanen een vraag.