Partijen moeten in beweging komen 1

Terecht merkt J.L. Heldring in zijn column van 7 maart op, dat de diepere oorzaak van de recente verkiezingsuitslag gelegen is in de `ontideologisering' van de grote partijen. Een ideologie steunt per definitie op idealen. En waar idealen ontbreken, blijft slechts het platte materialisme over, de keuze tussen iets meer of iets minder koopkracht. En dat is precies de keuze waar de Haagse politiek de kiezer de laatste jaren voor gesteld heeft. Dat betekent dus in feite niets anders dan dat men zijn stem koopt.

Dit gebrek aan politieke idealen leidt automatisch tot een onduidelijke politieke stellingname en een verschuiving naar het politieke midden, uit vrees kiezers ter linker dan wel ter rechterzijde te verliezen. Kortom, het wordt één pot nat. Het `paarse' bouwwerk, vastgemetseld met een strak regeringsakkoord, staat daar model voor. Dat verklaart mijns inziens voor een belangrijk deel, waarom de kiezer de regeringspartijen de rug toekeert: niet alleen heeft hij er genoeg van, uitsluitend op basis van materiële motieven te worden aangesproken, maar hij heeft eigenlijk nauwelijks nog iets te kiezen. Bovendien is hij uitgekeken op een regering die het ontbreekt aan zelfkritiek en zichzelf, met medewerking van de Kamer, in het zadel houdt door alle missers en dat waren er nogal wat met de mantel der politieke liefde te bedekken.

De reactie van de lijsttrekkers van PvdA en VVD op het fortuin van Fortuyn is tot nu toe weinig bemoedigend. Het ontbreekt hun kennelijk aan de moed, om de hand in eigen boezem te steken.

De lijsttrekkers van PvdA en VVD zullen er een zware taak aan hebben om uit te leggen waarom ze een Fortuyn nodig hadden, om erachter te komen dat de kiezer niet bepaald gelukkig was met hun beleid.