Opera wacht nu chefloos tijdperk

Na Haenchen en Chailly is Edo de Waart de derde chef-dirigent die opstapt. De Waarts besluit om de Nederlandse Opera voortijdig te verlaten is onverwacht en grillig.

De uittocht van chef-dirigenten uit Amsterdam is compleet. Hartmut Haenchen vertrekt in juni bij het Nederlands Philharmonisch Orkest omdat hij niet kan leven met de door staatssecretaris Van der Ploeg opgelegde bezuinigingen. Riccardo Chailly vertrekt in 2004 bij het Koninklijk Concertgebouworkest, nadat bleek dat een minderheid van de musici niet met hem wilde doorgaan. En Edo de Waart verlaat in 2004 vervroegd de Nederlandse Opera om meer tijd te hebben voor zijn gezin.

Het is de tweede keer dat De Waart voortijdig ontslag neemt als chef-dirigent bij de Nederlandse Opera. In 1985 deed hij dat al eens, nog vóór de tweede voorstelling die hij in de functie zou dirigeren. De Waart was niet tevreden over de kwaliteit van het Nederlands Philharmonisch Orkest dat hij moest leiden. Hij wilde niet jaren gaan `bouwen' aan dat orkest, ontstaan uit een fusie van drie orkesten. Hartmut Haenchen deed het uiteindelijk wel, zestien jaar lang, deels ook als chef-dirigent van de Nederlandse Opera. Haenchen wil nu de afbraak van zijn levenswerk niet meemaken.

De aankondiging van De Waarts vertrek is even verrassend als een paar jaar geleden zijn aanstelling was als opvolger van Haenchen, die vaste gastdirigent bleef. Het favoriete repertoire van de dirigenten loopt vrijwel parallel, zodat de opera aan deze wissel geen interessante `meerwaarde' overhield. De samenwerking tussen artistiek directeur Pierre Audi en chef-dirigent Hartmut Haenchen was soms moeizaam. En ook met De Waart vlotte het niet tijdens hun eerste gezamenlijke werkstuk, de veelgeprezen productie van Wagners Lohengrin, de afgelopen maand in het Muziektheater. In een interview in Trouw klaagde De Waart over het gebrek aan ,,het menselijke in de regie, de emotie.'' Hij sprak denigrerend over de enscenering van Audi. In de inhoudelijke strekking daarvan – extreme desolaatheid en goddelijk onvermogen om de treurnis op aarde ten goede te keren – had hij zich kennelijk niet willen verdiepen.

De Waart hield al nooit van het regisseurstheater en hij heeft er kennelijk geen zin in daar nog langer bij betrokken te zijn. Hij lijkt wat uitgeblust in zijn vak en zoekt het menselijke en de emotie nu liever thuis, bij vrouw en kind. Het is een opmerkelijke houding voor een 60-jarige voor wie nog veel moois in het verschiet lag. Zoals de reprise van Der Ring des Nibelungen (een indrukwekkende enscenering van Audi) in het seizoen 2004-2005. Het leek eerst zelfs alsof hij vooral dáárvoor chef was geworden, maar hij zal de Ring nu zeker niet meer leiden.

De Waarts tweede vertrek bij de Nederlandse Opera is net zo onverwachts en impulsief als het eerste, in 1985. Verrast kan De Waart immers niet zijn geweest door de ensceneringsstijl van Audi, die in 1988 aantrad en met zijn artistiek beleid de Nederlandse Opera internationale faam bracht. De Waart kent de Nederlandse Opera als weinig anderen: hij maakte er sinds 1970 een lange en belangrijke carrière en leidde meer dan vijftig producties.

De conceptuele en intellectuele stijl van de Nederlandse Opera is aan De Waart niet besteed, hij voelt er zelfs weerzin tegen. In september dirigeert hij Madama Butterfly in de `onmenselijke' regie van de beroemde Amerikaan Bob Wilson. In Trouw zei hij al: ,,Ach, dan kijk ik maar wat minder.'' Het was verstandiger als De Waart juist eens wat meer en wat beter zou kijken. Wie goed keek naar de Aida die Wilson pas in Brussel ensceneerde, zag juist een voorstelling waarin het menselijke in de star vastliggende verhoudingen uiteindelijk heftig doorbrak.

Wat nu, met De Waarts opvolging? De weg lijkt vrij voor Haenchens opvolger, Yakov Kreizberg. De Amerikaanse Rus treedt in 2003 aan als chef van het Nederlands Philharmonisch Orkest, dat veel operavoorstellingen begeleidt. Hij zal ook veelvuldig bij de Opera dirigeren. De Waart had geen dubbelfunctie bij opera èn orkest, die het chef-dirigentschap echt inhoud kan geven. Maar Haenchen had in die functie ook weinig te vertellen bij de Opera, hij was niet eens betrokken bij de opstelling van het beleidsplan. Artistiek directeur Pierre Audi en zakelijk directeur Truze Lodder wachten af, en voorzien een voorlopig chefloos tijdperk.