Het gaat heel goed met de vroegere Oostduitse communisten

BONN, 8 AUG. Het 'reële socialisme' mag dan sinds een paar jaar uit Oost-Duitsland verdwenen zijn, met de PDS, de opvolgster van de Socialistische Eenheidspartij (SED) die de dienst uitmaakte in de vroegere DDR, gaat het heel goed. Het Bondsdaglid Gregor Gysi, hét gezicht én de handig sprekende mond van de Partij der Democratische Socialisten is een tevreden man. De Oostberlijnse advocaat maakt daar ook geen geheim van in de vraaggesprekken die hij dezer dagen aan de lopende band aan Duitse media geeft.

Dank zij de anti-PDS-campagne die de CDU/CSU is begonnen nadat de SPD vorige maand in de deelstaat Saksen-Anhalt een meerderheidscoalitie met de CDU afwees en in plaats daarvan een minderheidscoalitie aanging met de Groenen, die door de erfgenamen van de SED wordt 'gedoogd', geniet Gysi's partij van een publiciteit zoals zij nooit heeft beleefd sinds zij ruim vier jaar geleden werd opgericht. Dank aan de Westduitse klassevijand, zou zij kunnen zeggen. En dat zegt Gysi zeker, “want het beeld dat mensen zich van ons vormen is in hoofdzaak een mediabeeld, en voor de media ben ik meestal het beeld van de PDS”. En, zoals een vroegere hoofdredacteur van een Nederlands ochtendblad al zei, “het geeft niet wat erover je geschreven wordt, als er maar over je wordt geschreven”.

“De verleider Gregor Gysi flirt met de macht”, zette het Berlijnse weekblad Die Wochenpost vorige week boven een dossier van acht pagina's. Ook andere dag- en weekbladen en radio- en tv-stations houden zich bijna dagelijks met de zogeheten Rote Socken, het handelsmerk van de anti-PDS-campagne, bezig. Zij bespreken vragen als: is de PDS een democratische partij, waarmee andere partijen kunnen samenwerken? En - zo ja - alleen op lokaal of regionaal niveau of ook in de Bondsdag of zelfs ten behoeve van een nationale regeringscoalitie? Vooral de CDU en de CSU zullen er uit Bonn en München voor blijven zorgen dat het debat daarover niet verstomt. En dat het ongemak dat de SPD en haar op kiezers in het centrum mikkende lijsttrekker Rudolf Scharping daaraan overhouden, niet zo snel verdwijnt.

Voorts gaat het 'PDS-debat' over een vraag als: kan die partij ondanks de steun van circa twintig procent en meer die zij de afgelopen maanden bij lokale en regionale verkiezingen kreeg in de vroegere DDR (bevolking vijftien miljoen) op 16 oktober in de Bondsdagverkiezingen de landelijke kiesdrempel van vijf procent passeren? In West-Duitsland, het land der Wessi's met zijn ruim vier maal zo grote bevolking, heeft de PDS immers nauwelijks kiezers. Wat betekent dat zij voor 16 oktober, als de opkomst vermoedelijk veel groter is, in de vroegere DDR nog veel meer kiezers moet zien te vinden die ontevreden zijn over de economische situatie en de psychologische verhoudingen tussen West- en Oost-Duitsland. In de vroegere DDR is zij de partij met de meeste leden, 130.000 (zie staatje), 95 procent van hen was vroeger lid van de SED, die in oktober '89 - vlak voor de Oostduitse Wende begon - 2,3 miljoen leden had.

Daarmee heeft de partij een goed gemotiveerde kern, waarover Gysi zelf begin vorig jaar schreef: “De PDS beschikt over een groep partijgenoten die er groot belang aan hechten door hun lidmaatschap en hun politieke activiteit een bevestiging van hun leven totnutoe, van hun eigen biografie, te ervaren.” Daarbij tekende hij overigens óók aan: “Door zo hun levensloop te verdedigen, verdedigen ze ook - bewust of onbewust - een geschiedenis die het eigenlijk niet verdient zó te worden verdedigd. Hun programmatische tendens is niet alleen marxistisch, maar ook marxistisch-leninistisch (inclusief de hoogst twijfelachtige delen daarvan), omdat ook dat voor de bevestiging van hun eigen biografie nodig is.”

In het augustusnummer van het aan de SPD gelieerde maandblad Die Neue Gesellschaft/Frankfurter Hefte wijst de Franse politicoloog Patrick Moreau erop dat die PDS-leden gebruikmaken van onlustgevoelens in Oostduitse burgerinitiatief-groepen, comités, vakbonden en doelgroepen als milieu-activisten, werklozen, 'progressieve christenen', jeugdrandgroepen enz. Volgens Moreau is de “eigen boodschap” van zulke groepen voor de PDS “van ondergeschikte betekenis zolang zij helpen om haar claim te bevestigen dat zij de enige belangenbehartigster is van de vroegere DDR-bevolking”.

In dat opzicht zijn Helmut Kohls CDU en Gysi's PDS tegen de achtergrond van de snel verbeterende groeiprognoses voor de Oostduitse economie alle twee, en op hetzelfde terrein, in een gevecht met de tijd gewikkeld. Want zoals de PDS al enige tijd haar voordeel doet met de frustratie over het verdwijnen van gewezen Oostduitse staatsbedrijven, en de grote werkloosheid die daarvan het gevolg is (ruim 15 procent), kan Kohl zich erop beroepen dat de “bloeiende landschappen” die hij de Oostduitsers in 1990 beloofde langzamerhand aan de kim beginnen te verschijnen. Kohl herwint nu snel terrein in de Oostduitse peilingen. Tijdens een campagnedagje vorige week in de deelstaat Mecklenburg-Vorpommern (zes spreekbeurten) werd hij door de bank genomen vriendelijk ontvangen. En deze keer niet bij het doorknippen van linten, voor een zorgvuldig uitgezocht en van vlaggetjes voorzien publiek, maar tijdens het 'bad in de kiezersmenigte' dat hij onder meer op het eiland Rügen en in plaatjes als Ahlbeck, Heringsdorf, Usedom en Zinnowitz nam.

De PDS, die begin vorig jaar in haar programma de huidige Bondsrepubliek de oorlog verklaarde (“Wij willen een andere republiek”) en daarin ook “de voor de mensheid principieel gunstige ontwikkelingen” prees die het gevolg zijn van “de wereldhistorische gebeurtenis die de socialistische oktober-revolutie van 1917 was”, weet heel goed dat zij nu zo door de CDU/CSU wordt aangepakt om de SPD wegens haar experiment in Saksen-Anhalt in verlegenheid te brengen. Dat wil zeggen: zij weet dat de meer dan honderdduizend posters waarop de CDU waarschuwt voor samenwerking met de PDS er vooral op mikken de SPD op haar rechtervleugel kiezers af te nemen. Dat blijkt voorshands ook zo te werken: in West-Duitsland liep Kohl in de peilingen de afgelopen weken nog wat sneller weg van zijn SPD-uitdager Scharping.

De Oostduitse CDU, en haar premiers in vier van de vijf deelstaten daar, mogen dan ongelukkig zijn over die in Bonn ontworpen posters waarop de Rote Socken van de PDS afgebeeld zijn en vrezen dat die gezien de stemming in de vroegere DDR averechts zullen werken (de PDS werft zelf ook met die sokken!). Zij mogen zich door het CDU-hoofdkwartier in het Adenauerhaus in Bonn slecht of zelfs cynisch behandeld voelen, ze mogen zelf posters hebben gemaakt waarop de PDS en de SPD elkaar een hand geven (indachtig de fusie waarin de SPD en de KPD elkaar ooit in de DDR ontmoetten bij de vorming van de SED). Kortom, zij mogen ongelukkig zijn, maar de Westduitse CDU en Gregor Gysi's PDS zijn bepaald niet ontevreden over het verloop der dingen.

In het Wochenpost-vraaggesprek zegt Gysi dat hij er niet op rekent dat de SPD hem in Bonn ooit zal vragen om haar coalitie- of zelfs maar gedoogpartner te worden. “Scharping zal zijn partij er wel van overtuigen dat men de Bondsrepubliek niet met een minderheidscoalitie kan regeren”, zegt hij daarover. Maar een protestfunctie ziet Gysi, zoon van een in 1988 in ongenade gevallen DDR-staatssecretaris, voor zijn partij wel weggelegd, ook straks in de Bondsdag. Want de PDS blijft in de Bondsdag, daar is hij redelijk gerust op.

Dat zit zó: in 1990 gold als uitzondering op de regels van de Duitse kieswet voor één keer dat de destijds net opgerichte Oostduitse partijen, vaak die van dissidente burgerbewegingen, alleen in Oost-Duitsland (dus niet voor de gehele bondsrepubliek) aan het vereiste van de kiesdrempel van 5 procent behoefden te voldoen. De PDS heeft daarvan toen, net als de dissidentenpartij Bündnis '90 (die intussen met de Groenen gefuseerd is), kunnen profiteren. Dit keer wil de PDS gebruikmaken van een andere uitzonderingsmogelijkheid die de kieswet opent. Namelijk dat partijen die hun kandidaten in ten minste drie kiesdistricten rechtstreeks gekozen weten te krijgen (dat wil zeggen: in die districten als grootste eindigen) toegang tot de Bondsdag krijgen, ook al blijven ze gemiddeld in het hele land beneden 5 procent. De PDS heeft al enkele sterke 'rechtstreekse' kandidaten voor Oostduitse kiesdistricten klaar staan: Gysi zelf, partijvoorzitter Lothar Byski, de vroegere DDR-premier Hans Modrow en de 80-jarige partijloze schrijver Stephan Heym. Een bijzondere, zij het waarschijnlijk kansloze, kandidaat heeft zij trouwens in Beieren: Heinrich, graaf van Einsiedel, een achterkleinzoon van Bismarck en als krijgsgevangen militair in Rusland in 1944 al lid van het onder regie van Stalin opgerichte 'Nationaal Comité Vrij Duitsland' (NKFD).

Gysi cum suis zullen de Bondsdag wel halen. En Kohl zal het nooit hardop zeggen, hij zal de PDS officieel blijven verdoemen als (bijna even) ondemocratische voortzetting van de SED, maar zo'n voor zijn CDU nuttige Bondsdag-horzel in de linkerflank van de SPD zou hem ook straks best kunnen bevallen.

    • J.M. Bik