Goed nieuws uit Amerika

In Amerika staat het licht op groen. De index van ISM, the Institute of Supply Management, steeg van 49,9 punten in januari van dit jaar tot tot 54,7 punten in februari. Het is voor het eerst in achttien maanden dat de inkoop-index de grens van 50 punten passeert, schrijven The Economist, BusinessWeek, Wirtschaftswoche en Börse on Line. Alle bladen wijzen erop dat de waarde van vijftig punten een keerpunt is. Zodra de ISM-index dit punt is gepasseerd, groeit de productie.

Börse on Line schrijft dat dit herstel de verwachtingen overtreft. De experts reppen niet meer van een voorzichtige opleving, maar van krachtig herstel. Wirtschaftswoche signaleert trouwens ook voor Duitsland gunstige ontwikkelingen. Het blad beroept zich op de eigen Earlybird-index, de conjunctuurbarometer die de Commerzbank in opdracht van het blad wekelijks samenstelt. Deze index zette in februari de stijging voort die in november vorig jaar al begon. De zaken staan er, schrijft het blad, zelfs beter voor dan in de laatste maanden van 1999 en de eerste van 2000. De economen van de Commerzbank voorspellen op grond van de Earlybird-index dat de Duitse economie zich in het tweede kwartaal van dit jaar zal beginnen te herstellen. Dit jaar blijft de groei van het bruto binnenlands product met 0,75 nog heel bescheiden. Maar voor volgend jaar verwacht het blad op gezag van de Commerzbank al weer een groei van drie procent.

Een herhaling van de hausse van de jaren negentig zit er volgens BusinessWeek niet in, maar het blad stelt in het omslagverhaal wel vast dat de deskundigen op dit moment een groeistuip van drie tot vier procent verwachten – terwijl voorspellingen van minder dan één procent groei een maand geleden nog heel gewoon waren. Daar komt bij dat het goede nieuws in Amerika ook goed is voor de rest van de wereld. ,,De Verenigde Staten leidden de neergang van de wereldeconomie en zullen ook de opleving leiden'', concludeert het blad pedant.

BusinessWeek meent dat de te verwachten opleving niet alleen past in de economische cyclus, maar ook duidt op structurele veranderingen in de economie. De cyclische kant van het verhaal is volgens het blad dat het bedrijfsleven over twee maanden door zijn voorraden heen is, en nadien extra veel zal moeten produceren om aan de vraag te kunnen voldoen. Die extra inspanning is goed voor 2,5 procent economische groei. En de consumenten hebben nog geld zat. Want ook al hebben ze veel geld verloren op de aandelenmarkt, daar staat tegenover dat hun huizen door prijsstijgingen meer waard zijn geworden.

Belangrijker zijn de structurele veranderingen van de economie, bijvoorbeeld de technologische vooruitgang. Die heeft er voor gezorgd dat de productiviteit ondanks de recessie kon blijven stijgen. Volgens cijfers van het Amerikaanse ministerie van Economische Zaken groeide de productiviteit vorig kwartaal met vijf procent, veel meer dan de 3,5 procent die was voorspeld. Een andere structurele verandering is volgens BusinessWeek het groeiende reservoir van deeltijdwerknemers. Helemaal zeker van zijn zaak is het blad nog niet: de opleving zal niet lang duren als ,,de vraag niet groot genoeg is en als de winsten niet robuust genoeg zijn''.

Nou is dat laatste geen probleem, want het hanteren van zogenaamde `stretch goals', rekbare doelstellingen, is volgens The Economist ,,bijna de norm geworden in het hedendaagse zakenleven''. Zo onthulde General Motors' inkoopmanager Harvey Kutner dat de kostenbesparing van vier miljard dollar die de onderneming had aangekondigd voor dit jaar, een duidelijk voorbeeld van zo'n `stretch goal' was. In het maandelijkse overzichtsverhaal, dat ditmaal is gewijd aan management, betoogt het blad dat rekbare doelstellingen oneerlijkheid en onverantwoorde manipulaties in de hand werken.

Voor The Economist mag de opleving in de Verenigde Staten nog wel even op zich laten wachten. De recessie is namelijk een goede gelegenheid om de discussie over waarheidsgetrouw boekhouden opnieuw aan te gaan. Vooral de dialoog tussen het bedrijfsleven en Wall Street zal moeten veranderen. Topmanagers moeten volgens het blad weigeren om mee te doen aan het `verwachtingenspelletje'.

Traditionele familiebedrijven hebben veel meer oog voor de economische realiteit, en hebben geen belang bij boekhoudkundige trucs, denkt het blad. Uit recent onderzoek blijkt dat ondernemingen waar de familie een flinke vinger in de pap heeft, beter presteren dan bedrijven waar dat niet het geval is. Dan gaat het overigens niet alleen om kleine bedrijven, maar ook om grote ondernemingen als Cadbury Schweppes en Pearson in Engeland, en bijvoorbeeld Ford en Hewlett Packard in Amerika.

Creatief boekhouden, zo betoogt ook het zakenblad Forbes, wordt in de hand gewerkt door de beloning van veel topmanagers in aandelenopties. Natuurlijk, de meeste managers houden zich verre van wat bij Enron gemeengoed was, maar ze nemen wel riskante beslissingen die alleen maar tot doel hebben de waarde van hun opties te vergroten. Gelukkig beginnen de topmanagers volgens het blad in de gaten te krijgen dat de aandeelhouders echt genoeg hebben van dit soort manipulaties. Want wat goed is voor het uitoefenen van opties, is op lange termijn niet goed voor de aandelen en de aandeelhouders.