Geheim

We lazen voor in Leiden. De trein terug vertrok op tijd, waardoor we hem nog bijna misten. Tien minuten later stonden we stil tussen de weilanden. Via de intercom meldde de conducteur dat er 'een technische storing was opgetreden.' Hierna ging het licht uit.

De nacht verstreek. Na een uur flitste de trein voorbij waarin we hadden gezeten als we ons niet gehaast hadden. In de onze spoedde zich een onafzienbare rij mannen met hoofdlampen op door het gangpad naar achteren en keerde niet meer terug. Mijn reisgenoot trok een blikje bier open en staarde zwijgend in de peilloze duisternis. Buiten huilde de wind in de bedrading. ,,Hoe meer ik erover nadenk'', zei hij tenslotte, ,,hoe vaster ik geloof dat elke goede schrijver een geheim heeft. Denk je niet?'' Na deze woorden trok hij zijn muts over zijn ogen en viel in slaap. Ik bleef met het raadsel alleen tot de conducteur kwam vertellen dat we naar Amsterdam gesleept zouden worden. Hij vroeg niet naar ons kaartje.