Geflest

Er bestaan twee soorten wijndrinkers. Het type dat in een restaurant zonder probleem een fles wijn terugstuurt en de groep die dat niet durft. De laatste categorie is het grootst. Er mankeert vaak niets aan de flessen die in ongenade zijn gevallen, maar er moet onder de geaccepteerde flessen een flink aantal zijn dat wél wat mankeert. Rond de drie procent van alle flessen wijn lijdt aan `kurk'. Optimisten schatten het op één procent. Sombere wijndrinkers komen zelfs op vijftien procent uit, maar die tellen waarschijnlijk alle wijnfeilen mee.

Je ziet nog wel eens een wijnkelner omstandig aan de kurk ruiken. Dat is een nutteloze handeling. De wijn kan onwelriekend zijn als een mand vuile was, een vergeten volle vuilniszak of een ondergelopen kelder, de kurk speelt de vermoorde onschuld en ruikt gewoon naar kurk.

De aangetaste wijn ruikt overigens niet naar kurk, maar onaangenaam muf. De schuldige is TCA, een stof die voluit 2,4,6-trichlooranisol heet. Die ontstaat door een reactie van de micro-organismen in de kurk en chloor dat voor de ontsmetting wordt gebruikt. De TCA in de kurk `infecteert' de wijn. Er zijn ook andere, soortgelijke verontreinigingen, maar die vallen de kurk niet aan te rekenen.

Meestal is het overduidelijk, maar het kan soms lastig zijn `kurk' te detecteren. Is het `kurk'? Is het voortijdige oxidatie? Is het zwavel? Of wordt de suggestie van kurk opgeroepen door een rijkdom aan tannines, dan wel het uitgesproken minerale karakter van de wijn?

Dan zijn er de gevallen waarin het om een of andere reden pijnlijk is `kurk' te constateren. Omdat de gastheer de wijn al heeft goedgekeurd bijvoorbeeld. Ooit zat ik, jong en onervaren, aan tafel met een aantal van Nederlands grootste wijnkenners. Er waren een paar zeer bijzondere en ongetwijfeld prijzige wijnen te proeven. Een van de wijnen had naar mijn idee kurk. Niet veel, maar toch. Niemand van de wijnkenners zei wat. Ik moet me vergissen, dacht ik. De grote wijnkenner naast me vertrouwde me toe dat het een wijn was waar je even aan moest wennen. Misschien, ging door me heen, wil niemand de gastheer voor het hoofd stoten. Tot, nadat de glazen al half geleegd waren, de allergrootste wijnkenner voorzichtig opperde dat de wijn misschien niet helemaal in orde was. Wat iedereen toen naarstig beaamde.

Het aantal flessen met `kurk' neemt toe. De groei van de wijnconsumptie is voor de kurkbomen niet bij te houden. Er komt inferieure kurk op de markt, maar zelfs bij een kwalitatief goede kurk kan het probleem zich voordoen. Kroonkurken, plastic stoppen, schroefdoppen en synthetische kurken zijn alternatieven voor de natuurkurk. Experimenten hebben uiteindelijk goede resultaten opgeleverd. Aanvankelijk waren er problemen omdat de kunststofstoppen nogal eens onvoldoende afsloten zodat de wijn voortijdig oxideerde. Maar nu zijn er goede kunststofkurken. Sommige zien eruit alsof ze geperst zijn uit kleine stukjes kurk en ze zijn er ook in vrolijke kleuren. Zelfs als conservatief bekendstaande Franse wijnmakers verzekeren me dat het goed zou zijn over te schakelen op kunstkurk. Al bestaat er nog een natuurkurklobby die twijfel zaait over de duurzaamheid van kunstkurken en over de mogelijke effecten van kunstkurk op de wijn op lange termijn. Toch zitten ook de natuurkurkadepten niet stil. Ze hebben een soort kurkcondoom ontwikkeld dat moet voorkomen dat de kurk in aanraking komt met de wijn en toch de minuscule hoeveelheid zuurstof doorlaat die nodig zou zijn voor de ontwikkeling van echte bewaarwijnen. Maar voor vijfennegentig procent van de wijn, die immers bedoeld is om binnen een paar jaar te drinken, is de kunststofkurk een risicoloze oplossing.

Wat let ons om de kunstkurk op grote schaal te introduceren en het probleem van de `kurk' in de wijn in één klap uit de wereld te helpen? Antwoord: de consument. De consument staat zijn eigen wijngenot in de weg en wil niet weten van de kunstkurk. De tijdgeest zit niet mee. `Natuurlijk' staat zonder meer voor `goed'. Het wil er bij de consument niet in dat kunststof beter is dan een natuurlijk product. Wijn zelfs met een prijs van luttele euro's wordt gezien als een drank van de goden. Die kan niet worden afgedekt met iets van kunststof, zelfs als dat superieur is.

Het is eigenlijk onvoorstelbaar. Stel dat vijf procent van de cola ondrinkbaar zou zijn door de afsluiting van de fles. Dat zou toch niemand pikken? En dat terwijl er frisse, kleurige kunstkurken zijn. De oudere liefhebber van een goed glas wijn en een goed gesprek bij de open haard zal er wel niet meer mee te paaien zijn. Maar het moet toch mogelijk zijn aan de jonge tweeverdieners, die blijkens marktonderzoek graag een glas wijn bij de magnetronmaaltijd drinken, zo'n kek kunstkurkje te slijten?