Doorgaan

George W. Bush blijft op oorlogspad. In dezelfde geharnaste taal als in zijn vorige grote redes hield de Amerikaanse president gisteren een toespraak ter herdenking van de aanslagen op 11 september, precies een half jaar geleden. De koers is inmiddels bekend: de Verenigde Staten zullen het terrorisme waar ook ter wereld bestrijden. Amerikaanse troepen zijn nu actief in Afghanistan, de Filippijnen, Georgië en Yemen. Washington verwacht van bevriende regeringen dat deze zullen helpen bij de verwijdering van ,,terroristische parasieten, die hun eigen land bedreigen en de wereldvrede in gevaar brengen''. Neutraliteit tegenover zo'n vijand is ondenkbaar. ,,Nietsdoen is geen optie.''

Bush' uitlatingen roepen andermaal vragen op over de urgentie van de strijd tegen het terrorisme en het debat daarover in andere landen dan de VS. De agenda in Europa wordt deels al weer door de routine en de relletjes van alledag bepaald. Dat is begrijpelijk: het waren niet onze Twin Towers die tot as werden verpulverd. En toch wringt het. Bush heeft geen andere agenda dan deze oorlog. Alles is hieraan ondergeschikt gemaakt. De bondgenoten willen het liefst overgaan tot de orde van de dag, maar worden keer op keer door Washington aan hun verplichtingen herinnerd. Ze bakkeleien veel over de vraag of ze de VS nu wel of niet moeten volgen, en in welke mate.

Tot een eensluidend oordeel heeft dat nog niet geleid. Als de VS besluiten Irak aan te vallen – wat dan? Neutraal blijven, handelen door niet te handelen – een Europese specialiteit – zal lastig worden. Bush keurt het af en overigens gaan de VS toch wel door met hun strijd, daarmee de partners op een steeds grotere afstand zettend. De president is zich kennelijk van deze spanningen bewust. In zijn toespraak bedankte hij de vele geallieerde naties die hun bijdrage aan de oorlog hebben geleverd. Als eerste noemde hij Frankrijk, uitgerekend het land dat zoveel kritiek had op Bush' uitspraken over de `as van het kwaad'. Het signaal aan Parijs is moeilijk te negeren.

De president zei dat de oorlog een nieuwe fase is ingegaan. In Afghanistan is dat evident. Maar ook op andere fronten wordt het accent verlegd. De aandacht gaat steeds meer uit naar Irak; de diplomatie is in volle werking – zie de reis van vice-president Cheney naar het Midden-Oosten. Met recht wees Bush op de gevaren van massavernietigingswapens in de handen van terroristen en `schurkenstaten'. Zonder Irak te noemen was duidelijk dat hij dit land bedoelde. Een Amerikaanse `Alleingang' tegen Irak zou onverstandig zijn. Geallieerde steun en mandaat van de VN zijn onontbeerlijk voor de toekomstige verhoudingen in de wereld.

De strijd tegen het terrorisme is niet voorbij. Gisteren werd Nederland opgeschrikt door een gijzeling in de Rembrandttoren in Amsterdam. Honderden mensen waren urenlang slachoffer van de actie van een desperado met waandenkbeelden. Het was een gestoorde man, geen terrorist. Maar ook deze vorm van terreur moet worden aangepakt en het dwingt de autoriteiten, en niet alleen hen, na te denken over de vraag wat er zou zijn gebeurd als het een nauwkeurig geplande gijzeling door Al-Qaeda-aanhangers was geweest.

Bush heeft gelijk met zijn oproep om de strijd tegen het terrorisme serieus te nemen en er mee door te gaan.