Blair steunt VS inzake Irak

Iraakse massavernietigingswapens mogen niet in de handen van terreurgroepen als Al-Qaeda komen. Dat hebben de Britse premier Tony Blair en de Amerikaanse vice-president Dick Cheney gisteren gezegd na hun ontmoeting in Downing Street, die vooraf ging aan Cheney's reis naar het Midden-Oosten, onder meer om steun te werven voor een eventuele campagne tegen het bewind in Irak.

Blair zei dat chemische, biologische en nucleaire wapens van Irak een reële bedreiging vormen, maar hij onderstreepte dat er nog geen beslissing is genomen de Iraakse leider Saddam Hussein met geweld af te zetten.

Volgens Cheney moet het Westen zich zorgen maken over een ,,huwelijk'' tussen Al-Qaeda en staten die kennis bezitten over massavernietigingswapens.

Blair zei dat ,,de internationale coalitie tegen terreur'' een besluit over actie tegen Irak ,,kalm en weloverwogen'' zal nemen en zich niet halsoverkop in een militair avontuur wil storten. Blair benadrukt steeds de rol van de coalitie omdat hij vreest dat een solerend Amerika zijn brede steun zou verliezen. De Britse publieke opinie en Blairs kabinet zijn sterk verdeeld over militaire actie tegen Irak, terwijl Europese landen argwaan koesteren over vermeend Amerikaans unilateralisme. De Britse regering zou een militaire campagne pas willen steunen als diplomatieke middelen zijn uitgeput om Irak te bewegen opnieuw internationale wapeninspecteurs toe te laten.

De persconferentie van Blair en Cheney viel samen met een redevoering van de Amerikaanse president Bush, zes maanden na de terreuraanvallen van 11 september vorig jaar, die ook is uitgelegd als een poging afnemend internationaal enthousiasme over de `oorlog tegen het terrorisme' te schragen. Amerikaanse functionarissen hebben de afgelopen dagen gezegd dat er nog geen vastomschreven plan is voor militaire actie tegen Irak. Het zou nog slechts gaan om een reeks opties, waaronder een massale invasie zoals in 1991.

Blair staat in eigen land bloot aan kritiek van parlementariërs die hem ,,de schoothond van Amerika'' noemen, omdat hij Washington slaafs zou navolgen. De Britse regering gelooft daarentegen dat openbare steunverklaringen aan Amerika ruimte scheppen voor invloed achter de schermen.