Andersen kan beter één geheel blijven

Na zijn schandelijke optreden als accountant van het failliete Amerikaanse energieconcern Enron, is het niet moeilijk te bedenken waarom de wereld het prettig zou vinden als accountantsfirma Arthur Andersen tenonder zou gaan. Het is te begrijpen dat zelfs de concurrenten van Andersen graag willen dat de firma van het toneel verdwijnt, waardoor een streep getrokken kan worden onder het hele schandaal.

Zo'n verdwijning van Andersen kan makkelijk worden verwezenlijkt. Een aanklacht van het openbaar ministerie wegens het belemmeren van de rechtsgang zou klanten dwingen te vluchten. Wie wil er nu een stempel van goedkeuring krijgen van een mogelijke crimineel? Een aanklacht zou Andersen ook blootstellen aan de piranha's van de Amerikaanse advocatuur. Hoewel Andersen niets wil prijsgeven over zijn financiële situatie, wordt aangenomen dat het bedrijf zo'n 1 miljard dollar heeft overgehouden aan de verkoop van dochteronderneming Accenture. Dat, en het eventuele kapitaal dat advocaten weten los te weken van partners, zou wel eens niet genoeg kunnen zijn om alle juridische claims te weerstaan.

Een andere mogelijkheid is dat delen van Andersen elders onderdak vinden, als de risico's voor de kopers binnen de perken gehouden kunnen worden.

Deloitte Touche heeft naar verluidt belangstelling voor bepaalde internationale onderdelen en voor individuele partners en groepen van deskundigen. Daardoor zou een Amerikaans rompbedrijf overblijven dat het voor de rechter moet opnemen tegen zijn tegenstanders.

Maar de beste oplossing voor ondernemingen en beleggers is dat Andersen in leven blijft, hoewel niet noodzakelijkerwijs in zijn huidige vorm. Tenslotte blijft voor bedrijven de verplichting bestaan hun boeken te laten controleren. Als het aantal accountantsfirma's tot vier zou worden teruggebracht, zou een capaciteitsprobleem ontstaan dat niet makkelijk zou kunnen worden opgevuld door de overblijvende firma's. Daardoor zouden de tarieven stijgen. Dat gebeurt waarschijnlijk toch al enigszins, omdat het in het post-Enrontijdperk niet veel zin heeft om de controle van de boeken te gebruiken als een lokkertje voor adviseringswerk. Maar als de tarieven nog verder omhoog gaan als gevolg van kartelvorming, is dat een stap in de verkeerde richting.

Onder redactie van Hugo Dixon. Voor meer commentaar: zie www.breakingviews.com. Vertaling Menno Grootveld