Adu en Jozef

Ruim dertig jaar geleden heb ik Die Welt als Wille und Vorstellung van Schopenhauer in het Duits gelezen. Of ik er toen veel van begreep, weet ik niet, maar geïmponeerd was ik wel. Ik herlees het nu in de Nederlandse vertaling van Hans Driessen die een paar jaar geleden bij de Wereldbibliotheek verscheen. Wat een onbedaarlijke hoeveelheid apekool & lariekoek!

Op pagina 226 van het eerste deel zegt Schopenhauer: ,,Terwijl ieder mens beschouwd moet worden als een specifieke en karakteristieke verschijning van de wil – in zekere zin zelfs als een aparte Idee – is het individuele karakter bij de dieren geheel afwezig en heeft hier alleen de soort nog een specifieke betekenis.''

Hoe kan Schopenhauer zoiets achterlijks beweren? Bij dieren zou het individuele karakter geheel afwezig zijn? Ik heb me er altijd over verbaasd dat zelfs twee ratten, afkomstig uit dezelfde worp, wat karakter betreft al zo enorm verschillend kunnen zijn.

Je kunt je nauwelijks twee dieren voorstellen die zo van elkaar verschilden als mijn bokken Adu en Jozef. Adu was even zachtaardig als vraatzuchtig. Alles ging erin. Zelfs kranten peuzelde hij graag op, en hij maakte daarbij geen onderscheid tussen NRC Handelsblad of De Telegraaf. Kwam een interviewer met een ruiker, dan gaf ik die, omdat ik bloemen in vazen verafschuw, zodra de ondervrager z'n hielen had gelicht aan Adu. Zo dankbaar als hij dan was! Onverwijld werd zo'n ruiker naar binnen gewerkt, met zakje Pokon en al.

Adu was uiterst zwijgzaam, ik geloof dat ik 'm twee keer een geluidje heb horen maken. Wie ook maar op m'n erf verscheen – Adu liet zich geduldig strelen, en probeerde ondertussen sjaaltjes los te trekken. In de loop der jaren heeft hij diverse dure damessjaaltjes verorberd. Vaak onder gekrijs van de getroffenen, maar dat deerde hem niet. Z'n merkwaardigste eigenschap was dat hij een erectie kreeg als er een meisje op m'n terrein verscheen dat ik aardig vond.

Aan Jozef kun je een ruiker niet kwijt. Hij snuffelt er voorzichtig aan, zal misschien van een enkel roosje eruit de donkerrode blaadjes afknabbelen, maar de rest vertrapt hij. Hij is verbijsterend kieskeurig. Waar hij van leeft is mij niet duidelijk, want voedselopname staat amper in z'n genen. Een krant hoeft hij niet, naar sjaaltjes taalt hij niet, dus strelers zijn in dat opzicht veilig. Daar staat tegenover dat hij elke poging om hem te knuffelen beantwoordt met een gerichte kopstoot. Het liefst wil hij de hele dag door mensen en andere dieren omver duwen. Omdat constante aanvoer van gegadigden voor dit leuke spelletje doorgaans ontbreekt, staat hij vaak treurig te mekkeren.

Zo zwijgzaam als Adu was, zo spraakzaam is hij. Hij heeft een geweldig arsenaal geluiden tot z'n beschikking. Komt een vliegtuig over, dan zet hij een enorme keel op. Terwijl je Adu niet los kon laten lopen (alle knoppen waren dan weg en hij kuierde m'n terrein af), kun je hem vrij laten rondscharrelen. Knoppen zijn veilig, en het terrein af, ajakkes. Zet ik hem in het weitje van de buren, dan stelt hij alles in het werk om maar zo snel mogelijk terug te zijn op eigen grond. Komt er een aardig meisje, dan krijgt hij niet alleen geen erectie, maar probeert hij haar omver te duwen.

Het is niet te geloven dat twee bokken zo verschillend van elkaar kunnen zijn. Niets van wat ik bij Adu geleerd heb, kan ik bij Jozef in praktijk brengen. Terwijl Adu helemaal uit z'n bol ging als ik hem bietenloof bracht, krijg ik van Jozef een kopstoot als ik hem dat aanbied. Schopenhauer en Kant leken meer op elkaar dan Adu en Jozef.