Zuurkoolsoep en mosterdsoep

Twee soepen; op de valreep van de lente. Een met een winters tintje die kan dienen als voorgerecht, maar ook als maaltijdsoep voor 2-3 personen. De ander kan het hele jaar door snel bereid worden en doet het ook goed op een etentje. Roer er dan eens stukjes gerookte zalm of Hollandse garnalen door.

Pel en snipper de sjalotten. Snijd de paprika in stukjes. Verhit de olie in een soeppan en bak hierin de spekblokjes met de sjalotsnippers en de paprika gedurende twee minuten op een laag vuur.

Snijd de zuurkoolsliertjes fijn. Doe ze met de bouillon in de pan en breng het vocht aan de kook. Snijd de worst in plakjes. Laat de soep 10 minuten zachtjes koken. Breng de soep met zout, peper en tabasco op smaak. Serveer met stukken bruin brood.

Mosterdsoep: verwarm de olie in een pan en roer hier de mosterd door. Laat 30 seconden pruttelen op laag vuur.

Voeg melk, slagroom en bouillontabletten toe (magere of halfvolle melk brandt sneller aan). Breng de soep al roerend aan de kook en laat de soep zachtjes 5 minuten pruttelen.

Zowel de mosterd als de room geven een lichtgebonden resultaat. Klop de soep met een garde door en voeg naar smaak zout en peper toe. Serveer met geroosterd brood. Ter variatie kunt u het brood met gerookte zalm beleggen.