Vrolijk stemmende monsters van Lucebert

Op de tentoonstelling Lucebert, schilder-dichter in het Cobra Museum hangen liefst 150 werken van een van Nederlands beroemdste dubbeltalenten. Er zijn schilderijen, tekeningen, foto's, beschilderde borden. Als beeldend kunstenaar was Lucebert zo veelzijdig en zo productief (vanaf 1950 tot aan zijn dood in 1994 maakte hij elke dag al zo'n drie tekeningen), dat dit al stof te over biedt voor een retrospectief, zonder dat zijn dichterschap ook nog aan bod komt. Wat dat laatste betreft komt het Cobra Museum niet verder dan een paar mooie citaten op de muur, dus het `schilder-dichter' uit de titel is een beetje misleidend.

Het boek naar aanleiding waarvan de tentoonstelling werd samengesteld, een prachtige monografie met 123 kleurenplaten, heet dan ook gewoon Lucebert schilder. De tekst is een zorgvuldige analyse van Luceberts geschilderde oeuvre door de Duitse kunsthistoricus Jens Christian Jensen. Jensens taal is soms wat ondoorgrondelijk, maar zijn letterlijke, onopgesmukte weergave van de drie lange gesprekken die hij in het najaar van 1992 met de toen 68-jarige Lucebert voerde zijn een genot om te lezen. In botte, geestige krachtpatserzinnen vertelt de oude baas, die toen al een jaar aan kanker leed, zijn hele leven bij elkaar. Hij groeide op in de Amsterdamse Jordaan als Lubertus Swaanswijk, de eenzame benjamin van een weduwnaar die werkte als huisschilder. Als tiener kreeg hij slaande ruzie thuis, toen zijn vader en brave oudere broer hem in een burgermansbestaan wilde duwen. Na de oorlog, waarin hij dwangarbeid in Duitsland verrichtte en zich kortstondig bij het Canadese bevrijdingsleger aanmeldde, leefde Lucebert een tijd als een soort zwerver, die logeerde bij wie en zolang dat kon. Zijn eerste maecenas was schrijver Gerrit Kouwenaar, die `paf' stond toen hij de gedichten van de jonge wilde las en hem meteen bij de beginnende COBRA-groep introduceerde. Een jaar later werd Lucebert daar alweer `uitgesmeten', maar dat deerde hem weinig: ,,Okee, dan niet. Wat moest dat ook voorstellen: meedoen. [...] Ik voelde me toch altijd al op mijn eentje staan.''

Als kunstenaar, aldus Jensen, was hij op dat moment al gerijpt voor een leven lang schrijven en schilderen. Hij had zich op eigen houtje volgezogen met invloeden Byzantijnse en Renaissance-kunst, Picasso, Klee, Dubuffet en vanaf begin jaren zestig nam zijn artistieke productie een vlucht. Zijn thematiek bleef daarbij opmerkelijk constant: wat op je netvlies beklijft van een bezoek aan het Cobra Museum is één parade van menselijke monsters en monsterlijke mensen, geschilderd in felle kleuren en grove vlakken, met grote bolle ogen en schedels zonder haar. Grote uitzondering vormen de zwart-wit foto's, die wel esthetisch verantwoord, maar ook statig en afstandelijk zijn.

Het spannendst zijn misschien wel de schilderijen waarop Luceberts wezens tussen fantasie en `echte', herkenbare mensen in zweven. De kleine generaal (1972) is een eng peutermonster, dat een bolderkar voorttrekt met daarin een mooi, ernstig kijkend broertje. Hij draagt een medaille op z'n kruippak, die generaal, z'n ogen zijn witte knikkers en hij lacht een rij puntige melktanden bloot. Het broertje heeft, net als het zorgelijke zusje rechts, een echt gezicht.

In de serie Ketters (1981) gaat Lucebert zich tot vijf keer toe te buiten aan monsterlijkheid: de twee zitten met witte puntmutsen op bijeen voor duistere activiteiten als het roken van vuurpijlen of een spelletje handjeklap met messen als vingers. Het is of je ze hóórt gniffelen, zo gemeen verlustigen ze zich. Het fantasiebeest op een tekening in groene en bruine waterverf uit 1978 houdt het midden tussen een baviaan en een Ewok uit de Star Wars-films. Hij kijkt gevaarlijk of is hij alleen maar eenzaam, en bang?

Lucebert zelf had niet het idee dat hij iets op zijn doeken verzon. Hij zag zijn werk als ,,verslag doen'' van ,,een of andere verborgen geschiedenis'', die zich dagelijks vakantie kende hij niet aan hem opdrong. Als schilder en dichter had hij het geluk dat hij wat in zijn hoofd zat kon benoemen, en zo zijn gevoel van ,,melancholie, verveling'' te lijf kon gaan. Misschien is het dankzij die strijdlustige houding dat je deze tentoonstelling, die toch bol staat van alles wat lelijk en slecht is, met een vrolijk, opgeruimd gevoel verlaat. Dwars tegen zijn nachtmerries in hield Lucebert van het leven: dat zie je aan zijn kleurgebruik, zijn humor, zijn werklust. De paar grote foto's van de kunstenaar op leeftijd die er hangen tonen geen gekwelde ziel, maar een beminnelijke bon vivant.

Tentoonstelling: Lucebert, schilder-dichter. T/m 5-5 in: Cobra Museum voor Moderne Kunst, Sandbergplein 1-3, Amstelveen. Open di-zo 11-17 u. Inl: 020-5475033 of www.cobra-museum.nl. Boek E45,15