Verkoop mobieltjes voor het eerst lager

De wereldwijde verkoop van mobieltjes is voor het eerst in het bestaan van de sector teruggelopen. In 2001 werden 399,6 miljoen mobiele telefoons verkocht, een daling van 3,2 procent ten opzichte van 2000. Tussen 1996 en 2000 groeide de verkoop jaarlijks gemiddeld met 60 procent.

Dit is vanochtend bekend gemaakt door Dataquest, het statistische bureau van de Amerikaanse marktonderzoeker Gartner. Dataquest ziet, naast een productieoverschot waarmee telecombedrijven vorig jaar kampten, twee belangrijke oorzaken voor de terugloop. Telecombedrijven zijn allereerst massaal gestopt met het `subsidiëren' van mobiele telefoons. Tot voor kort was het gewoon om toestellen onder de kostprijs te verkopen om maar zoveel mogelijk klanten te trekken. Door de malaise in de sector bleek deze praktijk niet langer vol te houden.

Ten tweede komt het steeds vaker voor dat klanten geen toestel kopen maar alleen een `simkaart', de chip in het toestel waarop abonnementgegevens zijn opgeslagen. Dataquest concludeert op basis van deze trend dat er een bruisende handel in tweedehands toestellen bestaat.

Het effect van gprs, de opvolger van de gsm-standaard die snel datatransport over het mobieltje mogelijk maakt, valt tot nu toe tegen. Consumenten die de overstap op geavanceerde mobiele telefonie overwegen, zouden wachten op een groter en gevarieerder aanbod van toestellen.

Van alle gerenomeerde toestelfabrikanten wist alleen Nokia zijn marktaandeel aanzienlijk te vergroten, van 30 naar 35 procent. Daarmee blijft het de onbetwiste marktleider. Ericsson was de grootste verliezer. Zijn marktaandeel daalde van 10 naar 6,7 procent.