Onverzettelijke Karadzic populair

Door hun `onverzettelijke' optreden stijgt de populariteit van Radovan Karadzic en Slobodan Miloševic. Tot grote ergernis van hun tegenstanders.

Populair was Radovan Karadzic niet meer in Servië – tot hij vorige week aan de NAVO wist te ontsnappen. De Serviërs vonden het prachtig. Eén man zette de hele Noord Atlantische Verdragsorganisatie voor schut. Helikopters hingen in de lucht, honderden soldaten reden in gepantserde wagens door de straten, maar Karadzic werd niet gevonden. En zo werd hij ineens weer naš, een van ons.

Bij een basketbal-derby in de Servische hoofdstad Belgrado schreeuwde het publiek daags na de mislukte arrestatie zijn keel schor: `Radovan! Radovan! Geef niet op!' Bij de tolpoorten naar Novi Sad waren kalenders te koop met de afbeelding van Karadzic. Er ontstond een opstopping van koopgrage automobilisten.

In populariteit werd de Bosnisch Servische ex-president de afgelopen jaren voorbij gestreefd door zijn generaal-in-oorlogstijd Ratko Mladic. Wie heeft de Servische belangen het best verdedigd, vroeg het Belgradose onderzoeksbureau SMRI een jaar geleden aan het Servische volk. Mladic, luidde het antwoord. Karadzic moest genoegen nemen met een tweede plaats.

Maar nu hij aan de NAVO is ontsnapt, rijst zijn ster. Bij het horen van NAVO denken Serviërs aan de luchtoorlog om Kosovo, zo'n drie jaar geleden, toen Joegoslavië 78 dagen werd gebombardeerd.

Slobodan Miloševic is minder populair onder de Servische bevolking. De oud-president heeft hun belangen beduidend minder goed verdedigd; hij belandde in ieder geval op een schamele vijfde plaats. Maar sinds zijn harde uitvallen naar de NAVO en zijn scherpe kruisverhoren van Albanese getuigen voor het Joegoslavië-Tribunaal in Den Haag stijgt ook zijn populariteit weer.

Vier dagen na aanvang van het Miloševic-proces vierde Servië de Dag van de Constitutie. Iedereen had vrij. Ruim 64 procent van de Servische bevolking volgde die dag Miloševic' openingsspeech op een van de twaalf Servische televisiezenders, berekende het onderzoeksbureau SMRI. Ze zaten gemiddeld 91 minuten aan de buis gekluisterd. En ze waren enthousiast over zijn handelen. Op een schaal van 1 tot 5 scoorde het optreden van Miloševic een 3,8. Slechter deed de persoon Miloševic het. Die kwam niet verder dan een 2,5.

Niet dat het Servische volk van Miloševic houdt. Maar ze haten het tribunaal nog méér. Dat is in hun ogen een politiek gerecht met bevooroordeelde rechters en aanklagers. Het Servische volk staat terecht voor het tribunaal – niet een man. Daar doet de openingsspeech van hoofdaanklager Carla del Ponte (,,hier staat geen staat of organisatie terecht; in de aanklacht wordt niet een heel volk beschuldigd'') niets aan af. Een krappe 40 procent van de bevolking vindt zelfs dat Slobodan Miloševic Servië verdedigt in Den Haag.

,,Miloševic zendt boodschappen uit aan het Servische volk. Zijn hele optreden is gericht op ons, niet op het tribunaal'', zegt Srdjan Bogosavljevic, hoofd van het onderzoeksbureau. Miloševic gebruikt iedere gelegenheid om politieke verklaringen af te leggen, om de bombardementen van de NAVO te bekritiseren, om getuigen op halve leugens te betrappen.

Dat sluit aan bij de beleving van veel Serviërs, die zichzelf zien als slachtoffer. Ze staan daarin niet alleen; ook Kroaten, Bosniërs en Albanezen beschouwen zichzelf als slachtoffer. Drie oorlogen hebben naar schatting driehonderdduizend mensen gedood en honderdduizenden mensen op de vlucht gejaagd maar niemand is die oorlogen begonnen.

De Servische regering maakt zich inmiddels grote zorgen over de stijgende populariteit van hun voormalige tegenstander. Premier Zoran Djindjic heeft zich beklaagd over de `ruimte' die Miloševic krijgt van het tribunaal om zijn ideeën te spuien. ,,Zelfs vanuit een Haagse cel zit hij ons nog dwars'', bromt een andere ex-oppositieleider op een receptie in Belgrado.

De hervormingsgezinde regering van Servië zit inderdaad in de tang. Premier Djindjic moet andere verdachte oorlogsmisdadigers uitleveren om buitenlandse donaties en investeringen te krijgen. Die heeft hij nodig om het aan de grond zittende Servië vlot te trekken. Maar levert hij de verdachten uit, dan boet hij sterk in aan populariteit.

Dat kan hij, met dreigende verkiezingen op komst, niet riskeren. Want de regeringscoalitie DOS – bestaande uit achttien partijen en partijtjes – staat op springen. De nationalistische Joegoslavische president Vojislav Koštunica staat lijnrecht tegenover de pragmatische Servische premier Djindjic. Die laatste wil samenwerken met het tribunaal, maar is zich bewust van de huidige sentimenten in Servië. Daarom zei hij onlangs de door het tribunaal gezochte Mladic niet te zullen uitleveren. ,,Uitlevering van Mladic zou politieke zelfmoord betekenen', zegt Bogosavljevic.

Intussen duurt het kat-en-muisspel tussen de voor- en tegenstanders van Radovan Karadzic voort. In Bosnië hebben zijn aanhangers posters met daarop vijf miljoen dollar beloning voor de gouden tip overgeplakt. Nu kan iedere voorbijganger op de muur lezen: `We zijn niet bang voor de dood en zullen onze broeder Karadzic tot het laatst verdedigen'.

Zijn tegenstanders laten zich ook niet onbetuigd. De Amerikaanse ambassade in Bosnië zou tussen de driehonderd en vijfhonderd tips over de verblijfplaats van de Bosnisch Servische ex-president hebben gekregen. Haar boodschap luidt: je bent nog niet van ons af, Radovan.