Najaarscouture als ontsnapping op Parijse catwalks

Is mode een illusie? Kopen we wat we zien of kopen we wat we graag wìllen zien, om iets te worden wat we niet zijn? Is het de ultieme ontsnapping uit de realiteit?

Viktor & Rolf boden tijdens de presentatie van hun najaarscollectie 2002/2003 in Parijs een gratis trip naar hun eigen Utopia. Dat deden ze door op staalblauwe delen van hun kleding (een zak, een ceintuur) beelden te projecteren van steden, zonsondergangen en bloemenvelden, die op twee grote videoschermen ook echt zichtbaar werden. De catwalk toonde de werkelijkheid, op de schermen zag je verbeelding van een fantasie. Het concept was origineel en boeiend, vooral tegen het eind, toen blauwe avondjurken, mantels en broekpakken op het scherm een dessin van uiteenspattend vuurwerk of voortrazende auto's kregen. Maar uiteindelijk leidde het teveel de aandacht van de kleding af. Misschien maar goed ook, want dit was niet de sterkste collectie van Viktor & Rolf. Afgezien van enkele volumineuze mantels, simpele, soepele jurken in paisley-dessin en korte soldatenjasjes, was de collectie degelijk en stijfjes. Misschien kwam het door het Beatrix-blauw of door alle geruite stoffen, maar de knie- en kuitlange broeken, rechte plooirokken en sweaters deden het hart niet sneller slaan. Was er in hun vorige collecties nog iets van Nederlandse humor te vinden, dit keer miste de kleding enige lichtvoetigheid.

Maar daarin zijn de Nederlanders niet de enige. Veel najaarscollecties die de afgelopen dagen in Parijs gepresenteerd werden, doen somber en donker aan. Al was het maar vanwege het modderige bruin en de ruwe stoffen die overal opduiken. In tegenstelling tot Milaan, waar de ontwerpers in een dramatische, romantische bui waren, kleden de ontwerpers in Parijs de vrouw komend najaar het liefst in een stoere fluwelen werkmansbroek, leren jas met capuchon of een dikke trui met wijde mouwen, versierd met rafelige linten en ruches. Of ze bedekken haar met wel drie lagen kleren, zoals bij Dries van Noten: gebreide leggings, een te korte pofbroek, een wijde aangerimpelde rok. Voor als het echt koud wordt een schapenvacht of brede sjaal. Van Noten gaf zijn collectie zijn vertrouwde multi-etnische stijl, die deed denken aan die van Oost-Europese zigeuners.

Stoer en ruig waren ook de collecties van Givenchy en An Demeulemeester. De eerste presenteerde zijn petrol-blauwe, scherp gesneden leren pakken en patchwork outfits aan de voet van de Eiffeltoren. Rod Stewart zong Do you think I'm sexy en de mannequins schreden voorbij als zelfbewuste warriors in hun overalls, tops en grove truien met vleermuismouwen. Gelukkig weten de meeste ontwerpers op het juiste moment enige magie aan hun kleding toe te voegen, waardoor alle stoerheid ook iets zachts en twinkelends krijgt. An Demeulemeester deed dat onder de afbladderende gewelven van het Petit Palais. Door haar werkmansbroeken ook uit te voeren in zacht fluweel, of door een transparant, met pailletten versierd laagje over ruwe, suède kilts te wikkelen.

Jean Paul Gaultier bracht de magie van de kledingproductie naar de catwalk. Het podium was als een doos à la Christo ingepakt met linnen en een stuk touw. Erboven hing een rails waaraan hangertjes met kleding de zaal in rolden. De mannequins konden naar believen hun jasjes ophangen of er een kledingstuk vanaf halen. De invloed van Christo keerde terug in de doorgestikte, wattige truitjes die met touw samengebonden leken. Andere hoogtepunten waren opbollende zwemvesten, broeken en overhemden waarvan de pijpen en mouwen ver omgeslagen waren en rokken die als een zeilzak om het lichaam hingen. Magie kan ook zitten in een origineel idee.