My favourite things

In de film Manhattan van Woody Allen komt een scène voor waarin het personage van Woody Allen op de bank ligt en in een opnameapparaatje inspreekt wat de dingen zijn waar hij van houdt. De appels van Cézanne herinner ik me, en de krab bij Sam Wo. En uiteindelijk natuurlijk het gezicht van het meisje waar hij verliefd op is. Het is min of meer een filmische versie van het liedje `My favourite things' uit The Sound of Music. Dat zijn ook allemaal van die dingen bedoeld om een goed humeur van te krijgen maar ze zijn wel wat basaler: bruinpapieren pakjes met touwtjes erom, warme wollen wanten, sneeuwvlokken op je neus, dat type. Soms wou je zelf ook wel eens zo'n lijstje maken, om jezelf op te klaren in tijden van algehele matigheid. Of als de wereld zich zo zorgwekkend onaantrekkelijk voordoet als nu, ineens vol van iemand met een brede das die met griezelig ongenuanceerde kreten opmerkelijk veel mensen enthousiast weet te krijgen. Of als je in de Volkskrant leest dat de politie zowat geen enkel misdrijf meer op weet te lossen: zelfs als iemand het adres van een aanrander tegen wie een aanklacht is ingediend weet te achterhalen, en dat adres doorgeeft aan de politie, wordt er nóg niets gedaan. Net zo met de dief die netjes op de video-opnames van de bewakingsdienst te zien was – niet gepakt. Of de mevrouw die opbelde omdat ze een inbreker in huis vreesde te hebben – dat was, zei de agent die ze trof ,,niet urgent''. Capaciteitsproblemen heet dat. Agenten schuiven zulke zaken lusteloos terzijde en het ministerie van Justitie liet weten dat de pakkans alleen maar verder zal zakken. Volgens de Amsterdamse commissaris J. van Riessen moeten de overheid en de burgers er gewoon voor zorgen dat er minder criminaliteit is. Maar hoe? Die das zal het wel weer weten.

En dan het toegenomen aantal abortussen. Flink toegenomen. Jannetje Koelewijn schreef afgelopen donderdag in deze krant over een vrouw uit voormalig Joegoslavië die al aan haar vierde abortus toe was. Haar geschiedenis was er een van miskramen en mishandeling, ze wilde de pil wel, maar die was ze dan van plan in het geheim te gaan gebruiken, want haar man mocht het niet weten. En daar lag ze dan, op die behandelbank en informeerde bezorgd of met het niet-aanstaande kind alles in orde was, en even later was er geen mogelijk kind meer maar alleen nog maar een heel witte vrouw.

In de film Amélie komt nog weer een andere variant van de goedhumeur-rijtjes voor: korte op video opgenomen fragmenten uit allerlei televisieprogramma's, waarmee Amélie een buurman plezierige ogenblikken wil bezorgen. Een paard dat losbreekt als de Tour de France voorbijkomt en opgewekt voor de fietsers uit begint te galopperen. Een man met een houten been die geweldig kan dansen. En zwemmende baby's, hun bolle blije gezichtjes onder water terwijl ze tussen twee vrouwen heen en weer zwemmen.

Ja, dat is kitscherig om zulke baby's zo maar naast die geaborteerde vrouw te zetten. Dat kan niet. Toch moeten die zwembaby's iets te maken hebben met waarom het zo treurig is dat het aantal abortussen toeneemt.

Ooit was het iets progressiefs om `vóór abortus' te zijn. Nu vind ik dat volstrekt idioot klinken, maar toen was het anders en logisch. Want er moest een nieuwe mogelijkheid veroverd worden. Maar nu die mogelijkheid er alweer geruime tijd en vanzelfsprekend is – en het is goed dat die er is – nu is abortus weer gewoon iets vreselijks. Maar ik weet nooit precies waarom.

Iemand schreef ooit eens dat abortus ,,een zonde tegen de hoop was''. Dat klinkt een beetje pathetisch maar misschien heeft het toch iets te maken met waarom het zo erg is. Ik wil niet vinden dat het moord is, er is nog geen mens, er is nog geen moord. Maar er is wel iets dat een mens worden kan.

Nu kun je daarvan ook denken: nu en? Sommige mensen zijn helemaal zo leuk niet, ook al begonnen ze als vertederende baby's. Een vriend zei laatst nog dat hij zich soms met enige moeite probeerde te realiseren dat ook Annemarie Jorritsma een peuter geweest was. Dichters schrijven gedichten waarin de kleine Adolf Hitler kraaiend in de wieg ligt. Remco Campert schreef eens: ,,Sommige van mijn beste vrienden zijn baby geweest.''

Maar het feit dat iemand niet leuk of aardig is geworden, achteraf bezien, betekent vooraf nog niet dat die baby niet moet komen. Die ene, die komt maar één keer. Of niet. Er zijn vaak goede redenen om een kind niet te willen, de kletsverhalen van vrouwen die liever eerst nog even gaan skiën en pas daarna weer zwanger willen worden hebben me altijd antipropaganda geleken en geen waarheid. Al zal er wel eens iemand zijn die het niets kan schelen. De meeste vrouwen veroorzaken door een abortus een soort gat in hun leven, een spijt. Willem Brakman schreef eens over een personage dat hij een man was ,,die een groot verlies in zich omdroeg en daar niet om getroost wilde zijn'' . Dat lijkt hier ook de juiste formulering.

De NVSH is iets van vroeger geworden en seksuele voorlichting iets vanzelfsprekends. Toch gebruiken veel mensen geen voorbehoedmiddelen blijkt nu. Sommigen omdat ze niet mogen, van elkaar of van hun geloof. Anderen omdat ze eenvoudigweg denken dat het wel los zal lopen, dat hun zoiets niet overkomt. Daarom gaan allerlei mogelijke levens niet door. En dan kijkt zo'n vrouw naar zo'n opwekkend bedoeld filmfragmentje met die gezichtjes die op de toeschouwer af zwemmen maar die ook weer wegzwemmen. Het verlies van iets dat je nooit hebt bezeten.

Méér opwekkende lijstjes graag. Blije filmpjes. Vrolijke liedjes. Er schijnt een merk koffie te bestaan dat als reclameleus heeft: `het geheim van een opgewekt humeur' H.C. ten Berge gebruikte de titel voor een (mooie) roman. Die koffie gaan we drinken. En meer voorlichting geven toch ook nog maar.