Morgan Aero 8

Zwartwitfoto van vroeger. Van een gazon dat bijna volledig bedekt is met potten, pannen en deksels. Engeland tijdens de Battle of Britain in 1940. Er was een chronisch tekort aan aluminium voor het bouwen van vliegtuigen. Waarop de bevolking massaal het overtollig keukengerei inleverde.

Kleurenfoto van nu. Van een trotse Charles Morgan in maatpak voor een van aluminium gemaakt en met essenhout afgewerkt chassis van zijn nieuwste product, de Morgan Aero 8. Zijn vader en grootvader hebben vast en zeker het angstaanjagende gebrom van de BMW-motoren boven hun hoofd gehoord. De eilandbewoners wonnen die slag, niet met militair vernuft, maar door een door niemand begrepen koerswijziging van de Duitsers. Je zou denken dat ze daarna nooit meer iets te maken wilden hebben met die vervloekte vastelandbewoners, maar het mooie van een principe is dat het ingeruild kan worden voor een ander. Zo lijdt niemand gezichtsverlies en kan het leven zijn gang gaan. Vandaar dat bijna alles aan deze typisch Engels auto uit Duitsland komt. De motor, chassis en opbouw, de versnellingsbak. En zelfs versnellingspook en achteruitkijkspiegels komen respectievelijk uit de BMW 3-serie en de Ford Ka. Goed goed, het essenhout groeit dan nog wel in de buurt en volgens de spijkerharde belofte van Charles worden er voor elke gekapte boom weer zes nieuwe geplant.

Het uiterlijk van deze auto is spectaculair. Bij een eerste aanblik: wat is ie groot en breed! Maar het immer in de kontzak aanwezige meetlint laat iets anders zien: lengte- en breedtematen zijn die van een Golf. Wel is hij een stuk lager. Het chassis heeft eigenlijk geen verandering ondergaan en is in wezen hetzelfde gebleven als dat van de Morgan 4/4 uit – jawel – 1936. Traditie is volgens velen je ware, maar het duidt ook op een misplaatste vorm van arrogantie, van angst voor vernieuwing. Niet voor niets hebben we het koppensnellen achter ons gelaten en bombarderen we nu veilig en warm vanaf tien kilometer hoogte. Enorme spatborden omkransen het chassis. Ze worden aan de voorkant vastgehouden door een voor voetgangers en huisdieren levensbedreigend scheermes. De radiator is fake, koelen doet de BMW-achtcilinder – die sterk genoeg is om zelfs een groencontainer de grens van 200 km/u te laten passeren – door een snor tussen de spatborden. De koplampen doen denken aan de uitpuilende ogen van Marty Feldman en vormen een prima geheel met de voorzijde.

Ik ben enkele malen als een indiaan om de wagen geslopen en heb met gillen en springen geprobeerd de achterzijde te laten schrikken. Maar telkens was ik degene die aan het kortste eind trok. Eerdere ontwerpen werden unaniem tijdens de jaarlijkse dealerbijeenkomsten afgekeurd, maar deze versie is er blijkbaar doorgeglipt en is een volledig mislukte poging om de voormalige concurrent Marcos te kopiëren. Hang- en sluitwerk is overduidelijk afkomstig van de 4/4 en Plus 8 en dat geeft aan dat men ook hier weer niet heeft weten te kiezen.

Vier verschillende sleutels om deuren, kofferbak, benzinedop en alarm te ontgrendelen – zoiets kun je je klanten niet aandoen. De instap is als bij een jachtvliegtuig, maar bewegingsruimte en uitzicht zijn daar heel wat beter. De zit achter het stuur is als die van een konijn in de waakstand: in het begin voelt het wat onwennig aan maar na een tijdje sturen blijkt het warempel de enig juiste houding voor alert en scherp stuurwerk te zijn. Zonnekleppen ontbreken bij een auto die vooral bedoeld is om – na een vol en arbeidzaam leven – richting op- en ondergaande zon te rijden. Geen rollbar te zien, geen airbags of portierversterkingen te ontdekken: ik vraag me af hoe deze auto zijn typegoedkeuringen heeft kunnen bemachtigen.

Mooi is het dashboard van geborsteld rvs, ook mooi zijn de klokken en knoppen, waarvoor de inspiratie geput is uit de eigenzinnige ontwerpen van concurrent TVR. Vooral 's avonds is het uitermate cosy achter de grommende motor.

Eigenaardigheden waaraan u na bestelling dient te wennen: een door de middentunnel opgewarmd rechterbeen en het door de airco afgekoelde linker. De niet te traceren oorsprong van tochtstromen door het interieur, het bizar slechte uitzicht, een kap die afkomstig lijkt te zijn van een huifkar uit het Wilde Westen. Die zo lawaaiig is dat hij op kruissnelheid de 8-cilinder overstemt en die gaat lekken bij het uitspreken van het woord regen. Dit alles valt onder de noemer traditie en waarom zou ik de fanatieke aanhang van dit rigide merk gaan wijzen op het bestaan van wat meer op comfort gerichte principes van andere geloofsrichtingen?