Kiezers in Colombia negeren FARC

De parlementsverkiezingen in Colombia zijn gisteren betrekkelijk rustig verlopen, ondanks dreigementen van de linkse guerillabeweging FARC. De regering noemt ze daarom geslaagd.

Er werd geweld gevreesd van de FARC (Gewapende Revolutionaire Macht van Colombia). Autoriteiten zeggen dat er 150.000 politiemannen en militairen ingezet waren om de rust te garanderen. Leden van FARC hadden de bevolking opgeroepen niet te gaan stemmen, omdat het hele politieke systeem corrupt is. Ze hadden gedreigd stemmers te straffen.

Voor de stemlokalen opengingen om 8 uur `s morgens, had de politie al acht linkse rebellen gedood.

In 15 van de 1024 gemeenten hebben leden van de FARC de kiezers verhinderd te stemmen door stemlijsten te verbranden, zei minister van Binnenlandse Zaken Estrada. Verder werden weinig incidenten gemeld. Ondands de lage opkomst vindt Estrada dat de Colombianen de guerillastrijders van de FARC verslagen hebben, door toch te komen opdagen. President Pastrana zegt dat ,,de Colombianen het terrorisme kunnen bestrijden met hun stem, en de geweldplegers en onverdraagzamen laten zien dat wij onze democratie willen versterken''.

Vele corruptieschandalen hebben van het Congres een van de minst populaire politieke instituten gemaakt in Colombia. De voorlopige resultaten suggereren dat de Liberale Partij de grootste blijft in beide kamers van het Congres.

Gedurende de verkiezingscampagnes waren er veel problemen met de FARC. Een maand geleden heeft president Pastrana een einde gemaakt aan de vredesbesprekingen met de FARC die drie jaar hadden geduurd. De guerillabeweging heeft er een gewoonte van gemaakt politici te ontvoeren om ze in te ruilen voor gevangen rebellen. FARC heeft ongeveer 750 gijzelaars.

Op 26 mei zijn er presidentsverkiezingen. De resultaten van de parlementsverkiezingen maken niet duidelijk wie van de presidentskandidaten het meest kansrijk is. Maar er zijn aanwijzingen dat kandidaten die de FARC hard willen aanpakken populair zijn. Huidig president Pastrana kan zich grondwettelijk niet meer kandidaat stellen. De belangrijkste kandidaten zijn Horacio Serpa van de Liberale Partij en Alvaro Uribe Velez die een harde aanpak nastreeft. Alvaro Uribe is voortrekker van de `mano dura' (de harde hand), een organisatie die gekant is tegen de guerillabeweging. Hij heeft de Liberale Partij de rug toegekeerd. Hij heeft zelf geen politieke partij.