Hockeyploeg raakt achterop bij concurrentie

Met een derde plaats besloot de Nederlandse hockeyploeg zaterdag het WK in Kuala Lumpur, waar het resultaat andermaal het zicht op de realiteit ontnam.

,,Helemaal opgepompt'' had Joost Bellaart zijn selectie voor het duel dat hij vooraf had gebrandmerkt als ,,een graadmeter voor mijn evaluatie van dit wereldkampioenschap''. Maar sneller dan de bondscoach had kunnen bevroeden liep de ballon zaterdag leeg. Tot een val leidde het gezapige optreden evenwel niet in de troostfinale tegen het door blessures geplaagde Zuid-Korea. Of beter: weer niet.

Met dank aan de laffe Koreanen, die net als in de halve finale tegen Duitsland te veel ontzag toonden voor hun tegenstander en weigerden het fletse spel af te straffen. Met dank ook aan (weer hij!) spelmaker Teun de Nooijer, zonder wiens brille en inzet de ploeg reddeloos verloren was geweest. In die zin was het duel een kopie van de olympische finale van Sydney (2000), waar aanvoerder Stephan Veen zijn ploeg met drie treffers en de beslissende strafbal behoedde voor een nederlaag tegen datzelfde Zuid-Korea.

Uitgerekend de speler die zelden scoort (Sander van der Weide) joeg de bal zaterdag, twee minuten voor het verstrijken van de officiële speeltijd, met een zondagsschot in het doel. In de daaropvolgende verlenging haalde Jaap-Derk Buma zijn gram. Getergd door de kritiek als zou hij te weinig scoren gaf de licht ontvlambare spits van Amsterdam in de 73ste minuut het laatste duwtje na een ragfijne combinatie die werd opgezet door Marten Eikelboom.

Met zijn golden goal ontnam Buma het zicht op de realiteit, en die wil dat de titelverdediger – na zes jaar het internationale hockey te hebben geregeerd – is verworden tot een ploeg die te weinig bezieling toont. Een elftal ook dat, bij gebrek aan inventieve middenvelders, niet langer in staat is de tegenstander te overvleugelen met het klassieke Nederlandse aanvalsspel, en veroordeeld is tot de bevliegingen van De Nooijer. Van aanvoerder Jeroen Delmee werd hetzelfde verwacht, maar de voorstopper deed het tegenovergestelde: hij liet te veel steken vallen.

Zo verwend met successen zijn de hockeyers dat de troostfinale op voorhand als een hinderlijke en onnodige verlenging van het toernooi werd beschouwd. Met het pak slaag tegen Australië (4-1) nog in het achterhoofd en enkele spelers die al dagen worden geplaagd door heimwee, bleek de ploeg mentaal niet in staat zich over de teleurstelling heen te zetten. Pas in de slotfase, op het moment dat Korea zich al ten onrechte rijk rekende, schrok het elftal wakker en kwam het zowaar nog in het bezit van de bronzen medaille.

Daarmee voldeed de ploeg op de valreep aan de harde eis die Bellaart uitsprak na het pijnlijke demasqué tegen Australië. ,,Sommige spelers mogen dan nog zo verwend zijn, de derde plaats is geen troostprijs'', luidde de waarschuwing aan het adres van de zelfingenomen routiniers. Bovendien: ,,Er zijn ook jongens voor wie dit het eerste WK is. Die hebben nog niets gewonnen. Voor hen is brons dus wel degelijk een prijs.''

Het wereldkampioenschap leerde vooral dat de achterstand van Nederland (zeven nieuwkomers in vergelijking met de Spelen van Sydney) op Duitsland (vier) en Australië (tien) eerder groter dan kleiner is geworden. Wat beide finalisten wel konden – negen wedstrijden in veertien dagen afwerken onder tropische omstandigheden – kon Nederland slechts met de grootst mogelijke moeite. Niet voor niets zal Bellaart de toelatingseisen aanscherpen.

Personele wijzigingen zal Bellaart sowieso moeten doorvoeren, want voor enkele spelers (Remco van Wijk, Erik Jazet, Diederik van Weel) lijkt het volgende doel, de Olympische Spelen in Athene (2004), één halte te ver. Vraag is alleen hoe de plaatsen op te vullen. Jong Oranje zakte vorig najaar door het ijs bij het WK junioren en kwam op Tasmanië niet verder dan de achtste plaats. ,,We hebben geen klaterend Jong Oranje klaarstaan'', besefte Bellaart.

Over zijn eigen positie hoeft de oud-manager zich daarentegen geen zorgen te maken. Gisteren kreeg hij van het bondsbestuur andermaal een bemoedigende klop op de schouder. Met die carte blanche zal Bellaart vermoedelijk één of meer wijzigingen in het begeleidingsteam aanbrengen, zo heeft hij al laten doorschemeren. Vooral de parttime-expertise van een gelouterd ex-international (Floris Jan Bovelander?) lijkt gewenst.

Voor zover Bellaart het nog niet wist, onderstreepten Australië en Duitsland de afgelopen twee weken dat hockey meer en meer fysieke kracht (explosiviteit) en dus opofferingen vergt. Nederland slaat zichzelf graag op de borst met `de sterkste clubcompetitie ter wereld', de realiteit wijst uit dat tussen de hoofdklasse en het internationaal vereiste niveau een diepe kloof gaapt. Ook die is in Maleisië eerder groter dan kleiner geworden.

Zorgwekkend is ook het niveau van de arbitrage. Toernooidirecteur Wiert Doyer verzuchtte halverwege de eerste week dat ,,de praktijk uitwijst dat slechts een man of zes het topniveau aankan''. Bellaart pleitte zaterdag voor de introductie van technische hulpmiddelen en riep de bestuurders op tot bezinning. ,,Spelers worden constant gewisseld. Waarom scheidsrechters dan niet?''