Het kamp Amari wacht op een Israëlische inval

In het Palestijnse vluchtelingenkamp Amari bereidt men zich voor op een Israëlische legeractie, zoals die elders in de bezette gebieden.

Abu Ahmed leunt naar achter tegen de gedenksteen voor de inwoners uit het Amari-vluchtelingenkamp die vielen in de eerste intifadah, neemt een trekje van zijn sigaret en zegt dan zonder geestdrift of overtuigingskracht: ,,Dan zullen zij de verliezers zijn.'' De vraag was wat deze 30-jarige vader van drie kinderen en zijn medebewoners gaan doen indien de Israëliërs hun bloedige invallen in de Palestijnse vluchtelingenkampen in de Gazastrook en op de Westelijke Jordaanoever uitbreiden naar die in en rond Ramallah, waar Amari ligt.

Een maand geleden nog zouden inwoners van Amari hebben staan trappelen om met naam en toenaam aan journalisten uit te leggen hoe ze de Israëliërs er weer uit gingen slaan. Maar na de Israëlische aanvallen van de afgelopen week waarbij meer dan honderd Palestijnen werden gedood en honderden werden gearresteerd, is de animo aanmerkelijk minder.

,,Iedereen verwacht een Israëlische inval. Men bereidt zich voor'', zegt Abu Ahmed, ,,maar wie of hoe kan ik niet zeggen.'' Strijders zul je nu hoe dan ook niet aantreffen, vervolgt hij terwijl op zijn horloge kijkt, want om elf uur 's ochtends liggen die allemaal nog te slapen; de hele nacht blijven ze op om het kamp te bewaken.

De enige zichtbare voorbereidingen zijn de lege olievaten bij de ingang van het kamp. Voor de rest is het stil tussen de betonnen blokkendozen waaruit het kamp bestaat. Nergens zie je een sprietje gras, laat staan een boom. De krotten zijn klein en de gezinnen groot, dus kinderen groeien op op straat. Dat is volgens Palestijnen buiten het kamp dan ook de reden dat kampbewoners gemiddeld zoveel ongemanierder en oneerlijker zijn. Amari staat ook bekend als de hoerentent van Ramallah.

,,Tuurlijk zullen onze kalasjnikovs de Israëliërs met hun Amerikaanse superwapens niet tegenhouden'', geeft Abu Ahmed direct toe. ,,Het is nu een kwestie van eer. We kunnen ons laten afslachten, of we kunnen verzet leveren terwijl we ons laten afslachten. Premier Baraks eindbod in Camp David toonde aan dat Israël ons nooit een echte staat heeft willen geven, Amerika steunt blind Israël, en toen Arafat in december drie weken alle operaties tegenhield, bleef Sharon gewoon aanvallen.''

Abu Ahmed onderbreekt zijn verhaal even om iemand te vertellen dat de voedseluitdelingen van de Verenigde Naties vandaag niet plaatshebben bij de gedenksteen, maar op de meisjesschool verderop. Van alle Palestijnen zijn de vluchtelingen het hardst geraakt door de intifadah en de resulterende economische crisis.

,,Heb je gehoord dat in Italië gisteren 50.000 mensen voor ons de straat opgingen?'' vervolgt Abu Ahmeds maatje. ,,Kom daar maar eens om in de Arabische wereld. Gisteren was er een minidemonstratie voor de Palestijnen in Jordanië. Meteen werd de helft gearresteerd.'' Abu Ahmed wijst naar boven: ,,De dood of de overwinning. Dat is nu ons motto. Wij Palestijnen staan er helemaal alleen voor. Ja, Frankrijk en Italië begrijpen ons... Allah en Europa, dat zijn onze enige bondgenoten.''

De eerste intifadah was een volksopstand waaraan vrijwel iedereen direct of indirect meedeed. Deze opstand daarentegen is na anderhalf jaar volledig gemilitariseerd. Kleine milities gaan hun eigen gang, over de hoofden heen van de gewone Palestijnen die wel de prijs van de Israëlische vergeldingen mogen betalen. In het begin gooiden sommige `gewone' Palestijnen nog stenen naar Israëlische soldaten, maar toen die daarop met scherp terugschoten op het bovenlichaam van de gooiers was dat ook snel voorbij. Ter vergelijking: de eerste intifadah eiste in zes jaar de levens van veertien inwoners van Amari. Deze intifadah is nog geen 18 maanden oud en kostte al 20 inwoners het leven, onder wie de vijf kinderen die vorige week omkwamen bij een mislukte Israëlische moordaanslag op een Hamasleider.

,,Mijn knieën doen pijn van de angst'', zegt een oude vrouw in het kamp. ,,Zie je die wallen hier?'', wijst ze naar haar ogen. ,,Ik lig al twee nachten naar de helikopters en de bommen te luisteren. Ik ben kapot. Gisteren wilde ik bij mijn dochter in Oost-Jeruzalem te gaan slapen. Maar de Israëliërs willen me de stad niet uitlaten.''

Families zijn nu bezig hun belangrijkste bezittingen naar familie buiten het kamp te verslepen; televisies, videos en ijskasten, en ook boeken, foto's, identiteitskaarten en eventueel papieren die bewijzen dat ze ooit, voor hun vlucht of verdrijving in 1948, een bepaald huis of stuk land bezaten in wat nu Israël is. Iedereen heeft op televisie gezien hoe Israël de afgelopen anderhalf jaar huizen met de grond gelijk maakt, zonder dat de inwoners ook maar iets kunnen redden. En hoe Israëlische troepen kampen binnentrekken en van huis tot huis gaan door de tussenmuren op te blazen – zodat ze niet over straat hoeven. Bij de Israëlische invallen in het Balata-kamp bij Nablus kwamen jochies van veertien met pistolen naar het kamp om te schieten op alles wat Israëlisch was. Dit soort ongevraagde hulp maakte het kamp helemaal onoverzichtelijk en levensgevaarlijk, en belette hulpverleners hun werk te doen.

De uitbater van het koffiehuis van Amari zegt: ,,Het is zo simpel. De Israëliërs willen leven, en wij willen leven. Laat Israël zich terugtrekken uit de bezette gebieden en we hebben allebei vrede. Maar in plaats daarvan sluiten ze ons op in onze steden. Stel je hebt een kat en die stop je heel lang in een kleine ruimte. Vervolgens ga je die ruimte binnen. Wat denk je dat die kat doet? Inderdaad, die grijpt je en probeert je ogen uit te krabben. Wij zijn die kat.''