Geen koude voeten meer op zolder

Betere thermostaten brengen de ideale warmtehuishouding binnen handbereik.

Weinig elektronica is zo vertrouwd als de Honeywell Round. In miljoenen Nederlandse huiskamers hangt het bronskleurige thermostaatklokje onopvallend aan de muur. Sinds de introductie in 1953 verkocht fabrikant Honeywell wereldwijd tientallen miljoenen exemplaren.

`The Round' is opvallend simpel. Achter een plexiglazen ring zitten twee schaalverdelingen. Onder de actuele temperatuur en boven de gewenste temperatuur. Als je aan de knop draait slaat de kachel aan. En weer uit tegen de tijd dat de onderste temperatuur de bovenste heeft ingehaald.

Meer dan veertig jaar was dat elementaire aan/uit-principe synoniem met temperatuurregeling. En voor veel mensen is het dat nog steeds. Toch heeft de moderne thermostaat de oude techniek inmiddels ver achter zich gelaten. Wie mee wil met zijn tijd plaatst een `buitentemperatuuropnemer' tegen de gevel en kiest voor een zelfdenkende, modulerende en optimaliserende klokthermostaat. En voor een schriftelijke cursus thermostaatprogrammeren.

Nadeel van de ouderwetse Honeywell Round en zijn digitale nazaten is dat de kachel 's ochtends pas begint te loeien nadat iemand zich barrevoets naar het knopje van de thermostaat heeft gewaagd. 's Avonds is het steevast bakkeleien wie er naar beneden gaat om te controleren of de verwarming is laaggedraaid. De klokthermostaat biedt soelaas. Volgens een voorgeprogrammeerd dag- of weekprogramma zet de klok de kachel hoog en laag.

De standaardinstellingen waarmee fabrikanten hun klokthermostaten afleveren bieden een mooi kijkje in ons leefpatroon. Of althans in wat de programmeurs daarvan verwachtten. Zo gooit de TP5E kamerthermostaat van het Deense Danfoss Randall de temperatuur al om 6.30 uur naar 20° (opstaan!), om 8.30 uur weer naar 15° (iedereen naar zijn werk) om 11.30 uur weer omhoog (thuis lunchen) en van 13.00 tot 16.30 weer omlaag (iedereen opnieuw aan de arbeid). Om 22.30 uur gaat het arbeidzaam volk slapen.

Gelukkig kun je de programmering van klokthermostaten naar believen bijstellen. En helaas blijf je ook bijstellen. Probleem is dat de kachel vertraagd op de thermostaat reageert. Een graad temperatuurverhoging neemt vijf tot tien minuten. In de winter zal het drie kwartier tot een uur duren voor de gewenste 20° is bereikt. In het voorjaar is dat nog geen kwartier.

Wie graag in een warm huis wakker wordt en toch niet onnodig vroeg wil beginnen met stoken, moet de klokthermostaat telkens corrigeren. Ziedaar de bestaansgrond voor de optimaliserende of zelfdenkende klokthermostaat, die de seizoencorrectie automatisch uitvoert. Is de temperatuur op maandag te laat op niveau dan begint de thermostaat op dinsdag een paar minuten eerder. En als het op dinsdag dan te voorspoedig loopt, op woensdag weer wat later. Zo hobbelt de regeling van de optimaliserende klokthermostaat achter de buitentemperatuur aan.

Je kunt die buitentemperatuur natuurlijk ook direct meten. Monteer een temperatuuropnemer tegen de noordoost gevel en de verwarmingsketel weet precies waar hij aan toe is. Zo'n weersafhankelijke temperatuurregeling lost bovendien nog een ander probleem op. Dat de temperatuur in de woonkamer zelden representatief is voor de rest van het huis. Op een zonnige winterdag kan het in een zuidgeoriënteerde en ruim beglaasde woonkamer al snel broeierig aanvoelen, terwijl vader op zolder zit te vernikkelen van de kou, hoe hij ook aan de radiatorknop draait. Ook de knetterende open haard in de woonkamer zet de temperatuurregeling op tilt.

Weersafhankelijke temperatuurregeling laat zich niet in de war brengen. Het verschil tussen de buitentemperatuur en de gewenste binnentemperatuur is een objectieve maat voor de benodigde warmte. En die warmte wordt vervolgens keurig verdeeld over de kamers. Ook trouwens als iedereen beneden zit tv te kijken. Om te voorkomen dat de energierekening te hoog oploopt, wordt weersafhankelijke regeling wel gecombineerd met thermostaatregeling. Op de thermostaat in de huiskamer zit dan een knop om over te schakelen.

Het blijft gedoe om de temperatuur thuis comfortabel te regelen. Maar de verlossing lijkt nabij. In veel grote kantoorgebouwen wordt de temperatuur in iedere ruimte afzonderlijk gemeten en geregeld. Overal kan de temperatuur naar believen omhoog en omlaag worden gedraaid. Op de radiatoren zitten thermostaatknoppen die radiografisch aan de ketel doorgeven hoeveel warmte ze nodig hebben. De prijs van die knoppen is de laatste jaren flink gedaald, tot 90 euro per stuk (plus 1.100 euro voor het regelsysteem) en komen daarmee binnen het prijsbereik van consumenten.

Ook de aanschaf van een modulerende ketel draagt bij aan een probleemloze warmtehuishouding thuis. Eén op de vier nieuwe ketels is al van dit type. En dat aandeel stijgt snel. `Modulerend' betekent dat de ketel behalve water van 10 en van 80 graden ook water van tussenliggende temperaturen voortbrengt. Het huis wordt geleidelijk verwarmd zonder de warmtestoten van de traditionele ketels.

Zo komt de ideale warmtehuishouding binnen handbereik. Nooit meer koude voeten op zolder, geen tikkende radiatoren en opstijgende bellen met stoffige warme lucht én toch een acceptabele energierekening.