Flessentrekker

Ik was een jaar of zes en liep op een trap achter twee broers van ongeveer mijn leeftijd. Het was 's middags, de Noord-Afrikaanse zon scheen uitbundig en de trap leidde naar een dakterras. Vraag me niet waarom ik op die trap achter die twee broers aanliep en wat de kleur van mijn korte broek was. Wat ik nog heel goed weet, is dat het jongetje dat voorop klauterde plots struikelde. Zomaar. Peinzend staarde hij een kort ogenblik naar zijn ongeschonden knie en begon ongelooflijk hard te loeien. Ik schrok. Niet door het gebrul maar door het korte ogenblik: deze jankpartij was verre van spontaan; het calculerende jongetje had ogenschijnlijk besloten zo hard mogelijk te huilen.

Op dat moment draaide zijn broer zich naar me toe en met een diep trieste stem vertrouwde hij me toe: `let op mijn woorden, ik krijg de schuld. Zo gaat het altijd: hij valt en zegt dat ik hem heb geduwd.' En zo geschiedde. De moeder van de broers stormde de trap op en hoorde van het gevallen jongetje hoe zijn oergemene broer hem had laten struikelen. Voordat ik behulpzaam kon getuigen waren al een paar klappen uitgedeeld.

Bijna veertig jaar na dato, afgelopen zondag, zag ik het slinkse jongetje van de trap weer en voelde de walging mijn hart binnenstromen. Hij was niet meer van mijn leeftijd, was verbazingwekkend jong gebleven en droeg het roodwitte shirt van Ajax. Ook al was hij ondertussen Griek en rijk geworden, ik herkende hem onmiddellijk. Dezelfde valse lichaamstaal, schuine blik, theatrale gebaren. Nikos Machlas. Ik begon hem aandachtig te volgen en het was alsof ik in al zijn voetstappen een spoor van slijm in het gras van de Arena meende te ontwaren. Alsof een walm van rotte lucht om hem heen hing. Ik vroeg me af: hoe kan een gereputeerd voetbalinstituut als Ajax tolereren dat in haar naam de sportethiek op een dergelijke manier vervuild wordt?

Ik weet dat ik naïef ben, maar mijn orthodoxe naïviteit is mijn beste vriend. Vorige week fleste Machlas de boel al door opzichtig te struikelen zonder dat de doelman van Feyenoord hem had aangeraakt. Ik snap wel dat deze strafschop Ajax goed uitkwam. Ik begrijp ook de korte termijnpolitiek van een club die in een nek aan nek race voor de titel verwikkeld is. Het gaat om de punten en niet om de ethiek. Maar op lange termijn wordt je imago toch aangetast.

Zondag tegen De Graafschap probeerde Nikos Machlas keer op keer opnieuw de boel te tillen. Alsmaar vallen met de armen in de lucht zodra een tegenstander bij hem in de buurt kwam. Van scheidsrechter Van Egmond kreeg hij een gele kaart. Het had tien keer schaamrood moeten zijn. Machlas is een oplichter van het ergste soort die niet op een sportveld hoort maar achter de tralies. Ik bedoel: Machlas is geen komediant maar een dief, een matennaaier en meineedmachine. Het type dat in het civiele leven valse getuigenissen aan de lopende band produceert. Het type dat zijn vuilniszak op zondagochtend een deur verder neerzet en vervolgens zijn buren bij de milieupolitie aangeeft. Wie wil Machlas als buurman hebben? Ik begrijp ook heel goed de coulante houding van Ajax-trainer Ronald Koeman jegens zijn flessentrekker van een spits: soort bij soort.

Ik wil niets meer horen over moraliteit en ethiek rond de sportvelden. Geen heilige verontwaardiging meer wanneer Davids met zijn vuisten op de moeder van zijn kind timmert. En ook geen ontstemming als Kluivert weer eens een geldbriefje van zijn balkon laat neerdwarrelen om de taxi van een labiele vrouw te betalen. Dit allemaal gebeurt buiten de sportvelden en buiten de sportvelden hoeven sporters geen voorbeeldfunctie te vervullen. Machlas de zwendelaar, Machlas de fraudeur opereert in stadions en krijgt keer op keer de handen van zijn supporters op elkaar.

Ik kan het niet meer aanzien. Ik zie niets meer. Alleen die trap onder de hete zon met kleine Machlas voorop vlak voordat hij gaat struikelen.