Een remedie tegen de onderstroom van onvrede

Patrick Dewael zit niet in de politiek om de dagelijkse dossiers te beheren. De Vlaamse minister-president luístert naar de kiezers, ook als het zijn politieke tegenstanders zijn, en dat ziet hij zijn Nederlandse collega te weinig doen.

Vlaams minister-president Patrick Dewael en premier Wim Kok ontmoeten elkaar eens per jaar, afwisselend in Brussel en Den Haag. De bijeenkomsten moeten de Vlaams-Nederlandse betrekkingen verstevigen. Bovendien is er altijd wel stof voor een bilaterale discussie, met als belangrijkste dossiers nu de uitdieping van de Westerschelde en het gebruik van de IJzeren Rijn – beide voor de Antwerpse haven van levensbelang, beide moeizaam vorderend.

Maar dit jaar laat Kok tot Dewaels ergernis verstek gaan – de Vlamingen kregen te horen dat het wegens de komende verkiezingen was. Helemaal verrast was Dewael niet. Als Vlaams minister van Cultuur constateerde hij al in de jaren tachtig dat Nederland en Vlaanderen ,,blijkbaar vastlopen'' wanneer op politiek niveau te veel over samenwerking wordt gepraat. Zo sprong destijds een gezamenlijk vertalingenbeleid af op de ,,denigrerende houding van de Nederlanders tegenover Vlaanderens literaire prestaties'', zo schreef Dewael in een paperback over zijn ervaringen.

En nog vorig jaar moest hij premier Kok uitleggen dat bij het Belgische voorzitterschap van de Europese Unie ook Vlaamse ministers raden voorzaten. Kok had zich niet gerealiseerd dat het federale België geen minister van Onderwijs meer heeft, omdat dat beleidsterrein al sinds jaren aan de regio's is afgestaan.

Toch zouden Kok en andere Nederlandse politici, met lastige Kamerverkiezingen op komst, nog wel iets van de 46-jarige Vlaamse minister-president kunnen leren. Eerder dan Nederlandse politici maakte Dewael analyses van de electorale onderstroom van onvrede, waarmee Vlaanderen al begin jaren tachtig te maken kreeg. En hij probeert, sinds hij in 1999 aantrad als Vlaams minister-president, ook concrete antwoorden te formuleren.

Dat constateert ook Tweede-Kamerlid Frans Timmermans (PvdA), die vindt dat Nederlandse politici Vlaanderen te zeer links laten liggen. Nederlandse en Vlaamse zusterpartijen zouden volgens hem veel meer moeten samenwerken. Volgens Timmermans is de recente opkomst van populistische stromingen in Nederland een reden te meer ervaringen uit te wisselen. ,,Als Nederland roepen we dat we vijftig jaar voorop lopen. Maar er was bij ons geen zelfreflectie, omdat we ons comfortabel voelden.''

Die reflectie ziet Timmermans wel bij een aantal Vlaamse politici. Sommigen van hen toonden zich afgelopen week in de Vlaamse media erg verbaasd over de zeer gebrekkige communicatie van Nederlandse politici met hun kiezers. Dewael sprak over het ,,grauwe en grijze'' debat onder de Nederlandse paarse coalitie. Híj weet goed wat onder gewone kiezers leeft, doordat hij, zoals meer Vlaamse politici, ook wortels in de gemeentepolitiek heeft.

De liberale minister-president, die een coalitie van paars-groen plus een splintergroep leidt, wil Vlaanderen tot een `gewoon' land maken. Maar wel binnen een federale Belgische staat: ,,België is voor mij geen toevallig accident.'' Hij wil een regio besturen die niet langer gebukt gaat onder negatieve beeldvorming door de opkomst van het extreem-rechtse Vlaams Blok. Graag vergelijkt hij zich met de premier van een Duitse deelstaat. Goed bestuur, ontdaan van eng nationalisme, is z'n uitgangspunt.

Maar Dewael wil meer. ,,De dagelijkse dossiers op de best mogelijke manier beheren is niet de reden waarom ik aan politiek doe'', schreef hij in Vooruitzien, ideeën over een kleurrijk Vlaanderen. In het boekwerkje, dat vorig jaar in eigen beheer in zijn woonplaats Tongeren werd uitgegeven, geeft Dewael z'n visie op zaken als onderwijs, burgerzin, identiteit, thuiswerken en ethisch ondernemen. In zijn paperback over de periode als Vlaams minister van Cultuur schreef hij al over het belang van cultuurbeleid als de ,,warme hand'' waarmee de overheid de samenleving aanraakt. Zijn bezoek aan het befaamde rockfestival van Torhout-Werchter zorgde destijds voor opschudding bij de beau monde van de Vlaamse cultuur, net als toen hij in jeanspak op Zaventem terugkeerde van een dienstreis naar de VS. Voor Dewael was het heel normaal, want zijn hele jeugd had hij de popfestivals al bezocht. Dus waarom zou hij als minister niet genieten van Elvis Costello? Bovendien had hij er een politieke bedoeling mee: laten zien dat Vlaanderen een perfect georganiseerd en hoogwaardig rockfestival heeft.

Hij wilde, zo schreef hij, de cultuur ook ,,van zijn intellectualistische keurslijf bevrijden''. Hij hield ervan bij tweewekelijkse discussies met museumdirecteuren, musici en beeldend kunstenaars een beetje als provocatie ook figuren als volkszanger Will Tura te inviteren.

,,Ik ben helemaal niet liberaal, maar ik vind hem de beste minister van Cultuur die we ooit hebben gehad'', zegt publicist Geert van Istendael zonder aarzelen. ,,Hij was een minister die er echt iets van kende.'' De schrijver van het meermalen herdrukte Het Belgisch labyrint ziet bij Dewael nog een kwaliteit: hij hoort graag de adviezen van mensen die het niet bij voorbaat met hem eens zijn. ,,Dewael heeft iets onconventioneels, ondanks de dure pakken die hij tegenwoordig draagt.''

Als minister liet Dewael een adviesraad voor cultuurbeleid samenstellen die niet langer aan de leiband van de verzuilde politieke partijen liep. Knack-journalist en publicist Marc Reynebeau, die zelf in die raad zat, ziet er een rode draad in voor de manier waarop de Vlaamse minister-president problemen pleegt aan te pakken. ,,Zijn methodiek is altijd tweeledig. Het begint met een reflectie bij hemzelf. Daarna organiseert hij impulsen die van buiten moeten komen. Niet noodzakelijk van politieke vrienden. Dit werkt als een katalysator van vernieuwing.'' Onlangs kondigde Dewael brainstormsessies aan onder de titel `Kleurrijk Vlaanderen' waarvoor hij ,,ons levende bloeiende middenveld, gezinnen, parlementsleden, ministers en individuele burgers'' uitnodigde.

Dewael ziet er een middel in om de hoge maatschappelijke zuurgraad te bestrijden, die een voedingsbodem is voor het Vlaams Blok. De minister-president refereert vaak aan de ,,slachtoffercultuur'' en de ,,underdogmentaliteit'' die veel Vlamingen nog in zich hebben als erfenis van de ontvoogdingsstrijd tegen de Franstalige dominantie.

,,Zonder Dewael was dit mooie stadhuis er niet gekomen'', zegt schepen (wethouder) Hugo Biets van Tongeren. Hij wijst op de atriumachtige constructie die harmonieus aan het oude gemeentehuis is gebouwd. Dewael was ook de drijvende kracht achter het nieuwe cultureel centrum. Tongeren is zijn thuisbasis. Hij is er nog altijd gemeenteraadslid, het burgemeesterschap droeg hij tijdelijk over wegens onverenigbaarheid van functies. In 1977 zette hij er een advocatenpraktijk op met z'n vrouw Marleen.

In zijn studententijd aan de Vrije Universiteit Brussel was Dewael, zoon van een hoge bestuursambtenaar, lid van de Brusselse afdeling van D66. De Vlaams-liberale PVV (nu VLD) was hem veel te conservatief. Van die periode dateren z'n contacten met partijgenoot (en nu Belgisch premier) Guy Verhofstadt. Met hem heeft Dewael sindsdien een persoonlijke vriendschap.

Zijn politieke talenten bleven in Tongeren niet onopgemerkt. De inmiddels 53-jarige schepen Biets voerde begin jaren tachtig samen met Dewael lokaal campagne: ,,Ik ontdekte dat hij het had. Hij was al bijna de jeune premier. Eindelijk hadden we in dit deel van het land een toekomstig leider.'' Op z'n dertigste werd Dewael voor de VLD in de Kamer gekozen, terwijl hij al in de gemeenteraad zat. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1988 bracht Dewael als lijsttrekker de VLD van 5 op 11 zetels, waarmee de christen-democratische hegemonie werd doorbroken.

Toch is Dewael meer het type van de betrouwbare dan van de populaire politicus. ,,Ik kan moeilijk grappen over hem maken, want hij roept geen emotie op. Maar hij is een goeie jongen'', zegt Vlaams cabaretier en schrijver Geert Hoste. Voorzitter Lionel Vandenberghe van het Vlaams-nationalistische IJzerbedevaartcomité noemt Dewael ondanks politieke verschillen ,,een verstandig man''. Dewael maakt handig – volgens de lokale christen-democratische oppositieleider in Tongeren ál te handig – gebruik van zijn imago van ideale schoonzoon om zijn boodschap over te brengen. Hij gaat graag met iedereen in debat. Op vakantie in Oostenrijk raakte hij aan de praat met Nederlandse wintersporters, die niet wisten dat ze de Vlaamse minister-president voor zich hadden. Hij kwam terug op z'n kabinet aan het Brusselse Martelaarsplein met de boodschap dat er in Nederland met ,,die Fortuyn iets aan het gebeuren'' was.

Wie via de N 614 (afslag autoweg Brussel-Aken) naar het noorden rijdt, moet `Tongres' aanhouden. Want het Zuid-Limburgse Tongeren – dat het Gallo-Romeinse verleden met een museum en stadsmonumenten koestert – ligt een paar kilometer van de taalgrens. De meeste Tongenaars werkten vroeger in het Franstalige Luik, tot de staal- en kolencrisis toesloeg. Nu profiteert de middenstand in Tongeren nog van de vele Walen die er inkopen doen.

De veelvuldige contacten met de Franstaligen verklaren mede waarom Vlaams-nationalisten er geen voet aan de grond kregen. De bij Vlaams-nationalisten heersende anti-Belgische stemming heeft volgens burgemeester (en huisarts) Jef Simon in Tongeren nooit geleefd. ,,Voor veel oudere mensen hier zijn de zwarte leeuw en het Vlaamse volkslied nog het symbool van de collaboratie'', zegt de 66-jarige burgemeester.

Dewaels grootvader van moederskant, ex-minister Arthur Vanderpoorten, overleed aan tyfus in Bergen Belsen. De minister-president voelt zich ook daarom sterk betrokken bij het nog altijd gevoelige onderwerp van de Vlaamse collaboratie in de Tweede Wereldoorlog – de periode waarin het Vlaams Blok z'n wortels heeft. Hij lanceerde het idee voor een holocaustmuseum in Mechelen, vanwaar destijds veel Belgische joden naar Duitsland werden getransporteerd.

Nooit reageerde Dewael zo geëmotioneerd op Vlaams-Blokleider Filip Dewinter als tijdens het debat in het Vlaamse parlement over minister Johan Sauwens, die een jaar geleden moest opstappen wegens het bezoeken van een reünie van ex-Oostfrontstrijders. ,,Telkens als ik u zie, u beluister, uw lichaamstaal aanschouw, stel ik een onvervalst fascisme vast'', brieste hij. ,,Daaruit put ik de kracht om met deze ploeg en met dit democratisch project door te gaan. U hebt het woord walging in de mond genomen. Welnu, dat zelfde gevoel overvalt elke rechtgeaarde democraat, die u bezig hoort.''

Dewael had zijn eigen ontslagbrief al klaarliggen voor het geval het Vlaams parlement – dat binnen de Belgische constructie de deelstaat-ministers benoemt – minister Sauwens de hand boven het hoofd wilde houden.

Nog altijd vergoelijkt een deel van de Vlaams-nationale beweging de collaboratie, omdat veel collaborateurs alleen een onafhankelijk Vlaanderen dichterbij wilden brengen. Ook is er nog steeds het ressentiment bij heel wat Vlaamse families over de naoorlogse `repressie', waarbij veel onschuldige Vlaams-nationalisten werden bestraft met ontneming van hun rechten. ,,Ik ben ervan overtuigd dat de strijd tegen extreem-rechts pas kan worden gewonnen wanneer Vlaanderen erin slaagt in het reine te komen met dat verleden'', schrijft Dewael in zijn boek Wederzijds respect, de gevaren van het Blok.

Vorig jaar kende Dewael de Prijs van de Vlaamse regering toe aan de groep `Voorwaarts', progressieve intellectuelen onder aanvoering van de Antwerpse hoogleraar Jos Verdoodt, die zo'n verzoening tot stand wil brengen. Het Vlaams parlement werkt nu ook aan de kwestie. Dewael wil ook de Walen bij dat debat betrekken, omdat het oorlogsverleden de Belgen nog altijd verdeelt. Veel Walen beschouwen de collaboratie, ten onrechte, als een overwegend Vlaamse zaak. De Waalse socialistische leider Elio di Rupo presenteert op Dewaels verzoek binnenkort de Franse versie van z'n boek.

Sinds zijn aantreden in 1999 als Vlaams minister-president zijn de communautaire verhoudingen in België verbeterd. Dat is niet alleen Dewaels eigen verdienste. Zijn christen-democratische voorganger Luc vanden Brande gold als communautaire scherpslijper, een niet geheel verdiende kwalificatie die ook volgens diens politieke tegenstrevers te maken had met het feit dat België pas sinds 1993 een echte federale staat is. ,,Vlaanderen moest zich nog bevestigen, vandaag heeft het dat niet meer nodig'', zegt ook Elio di Rupo.

De liberalen zijn nooit radicale flaminganten geweest, al waren velen wel actief in de Vlaamse beweging. Hun benadering was meer op de economie gericht: Vlaanderen moest een welvarende regio worden. Dewael zet die lijn voor een belangrijk deel voort. Hij wil in een volgende regeerperiode een nieuwe staatshervorming, waarbij de regio's op sociaal-economisch gebied meer eigen bevoegdheden krijgen. Volgens Dewael is dat ook in het belang van de minder welvarende Walen, die dan een aangepast beleid kunnen voeren.

Maar eerst wil Dewael zijn `kleurrijk-project', dat van Vlaanderen de komende maanden een soort permanente teach-in zal maken. Elke debatronde zes weken per onderwerp wordt afgesloten met beleidsconclusies. ,,Na inspraak volgt uitspraak'', onderstreept de minister-president in een telefoongesprek vanuit z'n dienstauto.

Dewael hecht aan een maatschappelijk middenveld als het cement in de samenleving. Hij ergert zich aan het doorgeschoten materialisme en egoïsme in Vlaanderen, dat tot de rijkste regio's in Europa behoort. Zulke opvattingen maken hem volgens sommigen tot een atypische liberaal, al spreekt hij dat zelf altijd tegen. Dewael: ,,Liberalisme is geen egoïsme. Ik ben ook geen moralist, maar politiek is niet waardenvrij. Een politicus moet maatschappelijke ontwikkelingen kunnen ontwaren en kunnen ombuigen.''