De Bondt brengt eer aan de seriële Bach

,,Mijn vader zaliger heeft me eens verteld hoe hij in zijn jeugd grote mannen hoorde spelen die hun duimen vrijwel niet gebruikten.'' Zo leert Carl Philipp Emanuel Bach ons in zijn fameuze Versuch über die wahre Art das Clavier zu spielen (deel 1 1753, deel 2 1762). ,,En als je je duim niet gebruikt dan laat je hem naar beneden hangen zodat hij je niet in de weg zit.'' Emanuel geeft niet alleen dit soort tips, de toegevoegde Fantasie in c een van de absolute hoogtepunten uit de hele barok. Helaas stond zaterdag in de Matinee in het Concertgebouw Emanuels muzikale graftombe op de dood van zijn vader niet op het programma en werd Cornelis de Bondts Die Wahre Art, Concert voor piano en orkest (1999-2000), gecombineerd met galante concerten en een Sinfonia van Emanuel.

Zo'n Klavecimbelconcert in A moet je eigenlijk beluisteren met een goed glas wijn in de hand, de musici aanmoedigend, even een wenkbrauw optrekkend wanneer de strijkers te hard uitpakken. Want in de Grote Zaal ontstaat al gauw een onbalans met het zacht tinkelend klavecimbel. In het Concerto doppio in Es voor klavecimbel en fortepiano kwam Bart van Oort op het nieuwerwetse instrument dat Emanuel nogal heeft gewantrouwd wel degelijk goed door. En wat pianist Gerard Bouwhuis betreft, deze solist in De Bondts concert handhaaft zich zelfs tegenover een koperbatterij op volle sterkte. Hij is nooit van zijn stuk te krijgen.

De Bondt heeft echter niets met galante muziek. Destemeer met de ernst en plechtstatigheid van vader Bach of met zo'n Fantasie van Emanuel waarin het B-A-C-H-motief serieel is verwerkt, de dynamiek gekoppeld aan de toonhoogte. Verrassender kan haast niet. En over serieel gesproken: ook Weberns Symfonie opus 21 passeert de revu. Het werk wordt in de eerste 25 maten vrijwel onherkenbaar uit elkaar getrokken tot tienmaal zijn lengte en verdeeld over het koper en elektrisch verlengde pianotonen. Ook is nog het Dies irae ingevlochten – galant is anders.

Ondanks alle constructivistische elementen ontstond één van De Bondts meest vrije en zeker ook een van zijn boeiendste stukken. Spannend is vooral de cadens. Uit een aantal toonreeksen maakt de solist zijn keus, waarbij een uitgewerkte versie als voorbeeld dient. Het is een werkwijze die sterk herinnert aan een `freye Fantasie' in een bonte afwisseling van vrij en streng, zoals door Bachs zoon is beschreven. Adembenemend was Bouwhuis hier in de krachtig gehamerde en razendsnel voorbijflitsende akkoorden, onuitvoerbaar zonder sterk ontwikkelde duimspieren

Concert: Concert: Radio Kamerorkest o.l.v. Richard Egarr en Micha Hamel. Gehoord: 9/3 Concertgebouw Amsterdam. Radio 4: 12/3 20.30u.