`We kunnen niet overal in uitblinken'

De Technische Universiteit Delft gaat flink schrappen in haar curriculum. Met een oud-Shellman aan het roer worden disciplines afgestoten en andere extra bedeeld.

Als ik op een conferentie op een Amerikaanse universiteit zeg dat ik uit Delft kom, dan weten andere wetenschappers meteen waar dat ligt. Rector magnificus Jacob Fokkema lacht trots. ,,En dat komt niet door de Delfts blauwe bordjes. De TU staat goed aangeschreven. En dat willen we zo houden.''

Daarom heeft het bestuur besloten tot een nogal rigoureuze stap: 10 procent van de onderzoeksprogramma's wordt geschrapt, één op de tien programma's gereorganiseerd. Het zo bespaarde geld wordt gebruikt om de overige onderzoeksprogramma's te versterken. ,,We kunnen niet overal in uitblinken'', zegt bestuursvoorzitter Hans van Luijk. ,,We moeten keuzes maken.''

De bestuursvoorzitter en de rector zitten samen op de ruime kamer van Van Luijk, in de bestuursvleugel. Fokkema (54) is een onderwijsman. Hij werkt meer dan twintig jaar in Delft en is met de universiteit vergroeid. Van Luijk (58) komt uit het bedrijfsleven. Hij had tot vorig jaar november verschillende leidinggevende functies bij Shell.

Ze spelen ieder hun eigen rol in het `ombuigingsproces', zeggen ze. Fokkema is het ,,wetenschappelijk geweten'', hij kent als hoogleraar de mores van de universiteit. Hij weet dat wetenschappers soms jarenlang met zoveel overgave hun eigen onderzoek doen, dat ze de aansluiting met andere onderzoekers kwijtraken. ,,Sommige onderzoeksgroepen zijn koninkrijkjes. Koninkrijkjes met een ophaalbrug.''

Van Luijk is de ondernemer. Hij weet dat universiteiteiten, zeker de technische, geld van bedrijven nodig hebben om te kunnen overleven. En bedrijven hóeven niet bij de TU Delft aan te kloppen. Alleen door onderzoek van uitstekende wetenschappelijke kwaliteit te bieden dat interessant is voor het bedrijfsleven kan de universiteit onderzoeksopdrachten binnenhalen. Van Luijk: ,,Op bepaalde gebieden moeten we de beste zijn. Dat is geen narcisme, maar noodzaak als we niet overvleugeld willen worden.''

Daarom zijn alle 177 onderzoeksprogramma's doorgelicht en beoordeeld op resultaten in het verleden. ,,Dat is een objectief oordeel, een rapportcijfer, gebaseerd op onder meer visitatierapporten'', zegt Van Luijk. Daarnaast wordt gekeken naar de wetenschappelijke toekomst. ,,We kijken of ze het gaan maken of niet'', zegt Van Luijk. ,,Veelbelovend onderzoek dat nog in een beginstadium is, stoten we natuurlijk niet af.''

Ook onderzoek dat maatschappelijk relevant is, zoals wind- en zonne-energie, wil de universiteit behouden. Maar het onderzoek in onder meer koudetechniek (koelinstallaties, airconditioning), voertuigtechniek, algebra en meetkunde wordt gestopt. In totaal zijn er zo'n 100 mensen bij betrokken. De meesten zullen binnen de TU Delft kunnen blijven werken, al zijn gedwongen onslagen niet helemaal uit te sluiten.

Ook het onderwijs wordt anders. ,,Technische universiteiten leidden hun studenten traditioneel heel mono-disciplinair op'', zegt Fokkema. Maar bedrijven vragen niet meer een elektrotechnicus of een natuurkundige. Ze willen breed opgeleide ingenieurs. Dus eisen de schaarse studenten die nog voor een technische studie kiezen een brede opleiding. Die moeten wij bieden.''

De TU Delft wil de concurrentie met technische universiteiten in het buitenland graag aangaan. Maar in Nederland zoekt de universiteit juist samenwerking. Van Luijk: ,,Het is beter complementair te zijn met de technische universiteiten in Eindhoven en Enschede, zodat we gezamenlijk de studenten en wetenschappers het beste kunnen bieden. Wij hebben bijvoorbeeld voertuigtechniek. Dat is een uitstekende onderzoeksgroep, een krent in de pap. Maar het staat in Delft een beetje alleen, er zijn weinig dwarsverbanden met andere onderzoeksgroepen. Dat past veel beter in Eindhoven. Studenten en wetenschappers die verder willen in de voertuigtechniek, kunnen dat dan daar doen.''

De TU Delft staat met haar ambities om het MIT aan de Schie te worden, naar het voorbeeld van het Massachutsetts Institute of Technology in het Amerikaanse Cambridge, niet alleen. Ook andere universiteiten proberen zichzelf duidelijker te profileren om een stevige positie te krijgen op de onderwijs- en onderzoeksmarkt.

Minister Hermans (Onderwijs) is een voorstander van meer marktwerking in het hoger onderwijs. Concurrentie tussen instellingen komt de kwaliteit ten goede, vindt de minister. Hermans heeft tegen Van Luijk en Fokkema gezegd dat hij de plannen in Delft prachtig vindt.