Wat doen we met Pim Fortuyn?

De populariteit van Pim Fortuyn is geen ziekte die moet worden bestreden. De beste strategie voor zijn tegenstanders is zich net zo gewoon te gedragen als Pim dat op zijn manier ook doet, vindt Rodney Weterings.

Leefbaar Rotterdam is door Pim Fortuyn veruit de grootste partij in de Rotterdamse gemeenteraad. Ook heeft Fortuyn in zijn kielzog in veel gemeenten lokale leefbaarheidspartijen aan een overwinning geholpen, hoewel er gek genoeg nogal wat leefbaarheids-lijstrekkers zijn die zonder blikken of blozen beweren dat zij hun verkiezingsoverwinning aan zichzelf te danken hebben. En als klap op de vuurpijl heeft Fortuyn ook nog even de nationale politieke fine fleur te grazen genomen in het lijstrekkersdebat van woensdagavond laat.

Welbeschouwd heeft Pim Fortuyn deze week dus drie verkiezingsoverwinningen geboekt. Zonder twijfel een prelude op de kamerverkiezingen van 15 mei.

Er is veel te zeggen over de gebeurtenissen van de afgelopen maanden die deze week hun voorlopige climax beleefden. Enkele thema's springen hierbij in het oog.

Dat is allereerst de Nederlandse kiezer. Gevestigde politieke partijen zeggen dat die kiezer op drift is. In praktijk blijkt dit mee te vallen. De kiezer weet goed wat hij wil en dat is op lokaal niveau steeds minder vanzelfsprekend een bekende landelijke partij. De populariteit van leefbaarheidspartijen en Pim Fortuyn is op zich zelf niet zo vreemd. De moderne kiezer herkent zich wel in politici die niet gemakkelijk zijn in te delen bij het traditionele aanbod van politieke partijen.

Daarnaast hebben de talloze lokale regenboogcoalities en acht jaar Paars er voor gezorgd dat rechtse en linkse partijen nauwelijks nog geloofwaardig met elkaar van mening kunnen verschillen. Met name in campagnetijd, waarin juist het onderstrepen van die verschillen tussen partijen centraal staat, wordt dit door de kiezer node gemist. Elk afwijkend geluid is dan welkom.

De herkenbaarheid van politieke partijen en hun programma's heeft zeker ook geleden onder de teloorgang van ideologie als inhoudelijke leidraad voor hun politieke koers. Hiervoor is in de ogen van kiezers eigenlijk nooit iets in de plaats gekomen. Zelfs geen gezond pragmatisme. Wat mag je dan nog verwachten van je volksvertegenwoordigers?

Kiezers hebben ook inhoudelijke kritiek. De beherende en gedogende overheid die op haar kerntaken voortdurend onder de maat presteert, is een belangrijke bron van ongenoegen. `Hoe kan het toch zijn dat het na acht jaar hoogconjunctuur in vitale delen van de publieke sector, zoals in de zorg, het onderwijs, het asielbeleid en het openbaar vervoer, nog steeds een onbeschrijflijke puinhoop is?', is het gevoelen.

Een ander thema dat in dit verband van belang is, zijn de politieke partijen zelf. Wezenlijk voor het succes van Fortuyn is dat hij zich politiek zo heeft weten te emanciperen dat de traditionele rol van politieke partijen in onze democratie voor hem geen betekenis meer heeft. Politieke partijen hebben enorm aan maatschappelijke betekenis ingeboet. Waar zij voorheen dragers waren van sociale bewegingen en het kristallisatiepunt van maatschappelijke en politieke belangenarticulatie, selecteren zij nu slechts nog volksvertegenwoordigers en bestuurders.

Zelfs deze taak kunnen ze gezien de nog steeds dalende ledentallen ternauwernood uitvoeren. D66, bijvoorbeeld, moest alleen al in de provincie Noord-Brabant in twaalf gemeenten reeds voor de verkiezingen de pijp aan Maarten geven, omdat er niemand meer te vinden was die de kar wil trekken.

Direct contact tussen kiezer en gekozene is bepalend voor electoraal succes. Hierin zijn politieke partijen nauwelijks nog belangrijk. Ze zijn hiervoor hoogstens af en toe een bruikbaar platform. Dat was Leefbaar Nederland ook voor Fortuyn.

Het zijn de (moderne) media die een bepalende rol spelen. Zeker in campagnetijd. Zij hebben de intermediaire rol van politieke partijen overgenomen. De partijendemocratie is nagenoeg failliet. Politici scoren niet vanwege, maar eerder ondanks hun partij.

Een derde en laatste thema in het licht van het succes van Fortuyn (of: de ontluistering onder gevestigde politieke partijen) zijn de verkiezingen zelf. Verkiezingen zijn getransformeerd van onbetwist middelpunt naar incidentele versiering van de democratie.

Verkiezingen waren ooit het moment waarop een duurzame vertrouwensoverdracht van kiezer aan gekozene plaatsvond. Tegenwoordig zijn verkiezingen veel meer een noodrem waarmee de kiezer ongewenste ontwikkelingen of in hun ogen onbekwame politici een halt toe kunnen roepen. Juist protestpartijen varen hier wel bij.

Hoe om te gaan met Pim? Dat is dé strategische vraag die vooral Melkert en Dijkstal bezighoudt. Er wordt zelfs gesproken van `remedies', alsof de populariteit van Fortuyn een ziekte is die moet worden bestreden.

Drie strategieën doemen op.

De eerste is de negatieve strategie: negeren en demoniseren. Dat is in feite wat Melkert deed in het lijsttrekkersdebat deze week. Het publiekelijk verketteren van Fortuyn en je afschuw uitspreken over een vermeend hoog ondemocratisch of onderbuikgehalte van zijn ideeën. Dat is vergelijkbaar met de houding van kamerleden in de tijd dat Janmaat nog in de Tweede Kamer zat.

En in het geval hij toch grote zetelwinst boekt, zoals in Rotterdam, is het zaak hem buiten de coalitie te houden en hem in het debat geen weerwoord te geven. Een radicale variant van deze strategie is het cordon sanitaire zoals in Antwerpen het Vlaams Blok ten deel valt. Een op het oog onverstandige koers, omdat Fortuyn wordt gedwongen in een underdogpositie van waaruit hij als geen ander in staat is het politieke debat te monopoliseren. Bovendien wordt in deze strategie het signaal wat kiezers (hebben) willen afgeven, genegeerd.

Een tweede mogelijkheid is de imitatiestrategie: meebewegen en versterken. Fortuyn is streng voor asielzoekers? Wij zijn strenger. Fortuyn is kordaat in het saneren van de publieke sector? Wij zijn kordater. Hiervan zijn vooral sporen te vinden in de rechtervleugel van de VVD, waar sinds woensdag wordt geschreeuwd dat Dijkstal nu maar eens uit zijn luie stoel moet komen en Fortuyn rechts moet inhalen. Maar ook de PvdA vertoont trekjes in deze richting, vooral in het debat over veiligheid en criminaliteit. Voor een geloofwaardige imitatiestrategie is het misschien al wel te laat. Met name voor de PvdA lijkt het risico groot dat zij in dit handelingsperspectief meer kiezers van zich vervreemdt dan zij aan zich kan binden.

Een derde strategie is de inhoudelijke: zegeningen tellen en problemen benoemen. Het in beeld brengen van de winst van Paars: economische groei, een laag begrotingstekort en een lage werkloosheid. En dit gelijktijdig met het publiekelijk erkennen en onomwonden benoemen van de talloze hardnekkige problemen die er het welvarende Nederland nog op te lossen zijn. Dit deed Melkert in de dagen voorafgaand aan de raadsverkiezingen en dit wordt met het in stelling brengen van `staatsman Kok' doorgezet.

In ieder van deze strategieën zitten electorale spanningen of dilemma's gebakken. Het opheffen van die spanningen is lastig, zo niet onmogelijk. Het is de opgave voor Melkert en Dijkstal de kiezer deelgenoot te maken van deze dilemma's.

Een vierde strategie ligt in het verlengde hiervan en is oer-Hollands: blijf jezelf en doe maar gewoon. Ironisch genoeg doet Pim van de Rebellenclub dat op zijn manier ook.

Drs. Rodney Weterings is bestuurskundige en directeur van het Stedennetwerk bestuurlijke innovatie aan de Katholieke Universiteit Brabant