Verloren jaren van Kok 1

In reactie op het artikel van Paul Scheffer `De verloren jaren van Kok' (NRC Handelsblad, 2 maart), hierbij enige opmerkingen n.a.v. zijn analyses.

1. Onder Wim heeft niet zozeer verwaarlozing van de publieke sector plaatsgevonden, maar is er gekozen voor beëindiging van het almaar stijgend aandeel van de collectieve sector in het BBP. Gelukkig hebben we de Bert-norm (weet u nog?) niet gehaald en is de individuele burger er onder Paars op vooruitgegaan. Op de Europese welvaartsranglijst (BBP per inwoner) is Nederland ook flink gestegen na jarenlange relatieve achteruitgang. Ik denk dat eventuele onvrede terzake bepaald niet tot extra populariteit van Pim heeft geleid, evenmin als bijvoorbeeld het gebrek aan paarse daadkracht om de WAO-problemen aan te pakken.

2. Omvangrijke immigratie van buiten Europa, toenemende geweldscriminaliteit en de aanslagen van 11 september spelen daarentegen populistische partijen hier en elders wel in de kaart. Nederland is reeds lang het dichtstbevolkte land van Europa, wij lezen dat van de geregistreerde berovingen in Rotterdam één procent door autochtonen wordt gepleegd en dat allochtone jongeren in Ede juichend de straat opgingen op 11 september. Maar wat konden de ,,paarse kousenvoeten en brekebenen'' aan dit soort min of meer onbeheersbare zaken veranderen? We hebben het hier immers over de kloof tussen Noord en Zuid, over humanitaire verplichtingen, over culturele verwarring en over geopolitiek terrorisme. Alleen harder optreden tegen geweldscriminaliteit kan nu ook volgens Ad in het volgende regeerakkoord.

3. De door ieder herhaalde, potsierlijke mantra over onderwijs, zorg, veiligheid en vervoer geeft de maakbare samenlevers een goed gevoel. Een spending department echter kan alleen meer gaan uitgeven ten koste van een andere publieke taak. De marge voor nationaal beleid, het maken, uitstellen of afstellen van keuzes, is smal tegen de achtergrond van de steeds verdergaande internationale vervlechting.

4. Het openen van markten om de groeiende afstand tussen arm en rijk in de wereld te verkleinen is inderdaad een onontkoombare stap, die de immigratiedruk vermindert en overigens niet ingaat tegen ons economisch eigenbelang. Dat noemen we tegenwoordig globalisering, waarbij de greep van regering en parlement op de inrichting van de samenleving verslapt. Onvrede bij de Europese burger daarover kan ook een voedingsbodem vormen voor weer ander populisme.