Tactisch plan

De houding van de belangrijkste paarse politici tijdens het lijsttrekkersdebat woensdagnacht na de gemeenteraadsverkiezingen was niet louter een tactische fout. Het was erger. Het was een uiting van een soort politieke surseance. En het is niet onopgemerkt gebleven. Ongeveer één miljoen stemgerechtigden zijn ervoor opgebleven. Circa 15 procent van de kiezers – het kernelectoraat – heeft gezien hoe PvdA-leider Melkert zich in woord en gebaar gedroeg, hoe VVD-leider Dijkstal op de vlucht sloeg, hoe Pim Fortuyn-leider Fortuyn zout in de wonden smeerde.

De vraag rijst waarom ze zich zo gedroegen. Het meest gehoorde antwoord is persoonlijk psychologisch. De paarse leiders wisten hun gekrenktheid over de verkiezingsuitslag niet te kanaliseren. Dat was een professionele fout. Was het maar zo eenvoudig. Een politiek psychologische verklaring ligt meer voor de hand. PvdA en VVD hebben tot nu toe simpelweg geen strategie en zelfs geen tactisch plan voor een campagne waarin anderen de agenda bepalen.

Melkert en Dijkstal gingen woensdagavond leeg naar de televisiestudio en konden dat niet maskeren. Het debacle onthult de stand van zaken van de politieke partijen in bredere zin. Politiek is inlichtingenwerk, een soort democratische en openbare spionage. Dat vereist dus mannen en vrouwen in het veld, makelaars tussen de rauwe straat en het bestuurlijke pluche en kanalen om maatschappelijke processen te analyseren en af te tappen. De meeste partijen beschikken daarover niet meer en zijn dus niet in staat tot gesprek. `Communicatie' heet dat in hedendaags jargon. Wortels in de samenleving, werd het vroeger genoemd.

Het antwoord van de partijen is `luisteren'. Dat is eerbiedwaardig. Maar het miskent de andere functie van de politiek. Politici moeten niet alleen luisteren maar ook praten. Ze moeten de durf hebben uit te leggen dat het besturen van de hedendaagse hoogontwikkelde en geïndividualiseerde maatschappij gecompliceerd is.

Het pijnlijkste van het probleem dat zich woensdagnacht heeft geopenbaard, is dat de schuld ook bij de gevestigde oppositie ligt. Behalve de PvdA lijken alle partijen er op voorhand vanuit te gaan dat ze een bijwagen zijn. Het pleidooi van VVD-leider Dijkstal voor minister De Vries (PvdA) als mogelijke premier sprak deze week boekdelen.

Het gevolg is dat partijen boven niet weten wat er beneden leeft en de burgers beneden niet worden uitgedaagd door de politici boven. In twee maanden laat dit zich niet zomaar keren. Strategie is een kwestie van langere adem. Maar voor tactiek is het nog niet te laat. De gevestigde partijen, of ze nu in de oppositie zitten of in de regering, moeten in beweging komen en hun ambities niet verhullen. Dat is niet eenvoudig voor met name PvdA en VVD, nu hun voormannen in de touwen hangen. Verbreding van het programmatische én personele spectrum is geboden. Voor sommige leiders is dat pijnlijk. Het zij zo. Want uiteindelijk gaat het op 15 mei niet alleen om de vraag aan wie, maar vooral ook aan wat de kiezers de macht in Nederland toevertrouwen.