Slapeloze nachten in Rio

Correspondent Marjon van Royen leeft in Rio de Janeiro. Ze zet haar benedenburen het huis uit wanneer na een knalfeest voor de derde keer creditcards uit haar huis zijn gejat.

,,En opeens zat ik in een nachtmerrie'', vertelde een Hollandse vriend me onlangs. Er was iets met de airco van zijn buren. Het ding maakte zoveel herrie dat hij er niet van kon slapen. Klassiek recept voor een stevige burenruzie in zomers Rio. Op een nacht gooide hij een lap op het ronkende ding. Buurvrouw boos. Schreeuwen. Zo gaat het soms tussen buren.

Plotseling kwam er een dwangbevel voor een strafrechtelijke procedure. Mijn vriend werd `molest' verweten. ,,Ik kan niet meer slapen'', vertelde hij bleek. Hij maakte zich zorgen. Een strafblad, zijn verblijfsvergunning, zijn baan. ,,Alles is opeens hoofdpijn.''

Ik begreep er niets van. Er was toch niks `ergs' gebeurd? Er was niemand geslagen, niets vernield. Wat nou molest? ,,Maar zo worden de dingen hier uitgevochten', zei hij met de glimlach van iemand die hier al achttien jaar woont. ,,Wie een aanklacht indient, ligt boven.'' Ik begreep het nog steeds niet. Waarom zou zijn buurvrouw zijn leven willen vernielen vanwege een airco? ,,Omdat ze denkt dat ik rijk ben.'' Welnee, troostte ik hem, je weet best dat je niet rijk bent.

Eigenlijk bestaat de categorie `niet rijk' in dit continent niet. Er is arm, en er is rijk. Daartussen zit weinig. Voor mijn buurmeisje Lynda was ook ik `rijk'. Zij was dakloos, en ik liet haar voor 60 Euro per maand op mijn benedenverdieping wonen. Ze hoefde geen gas en licht te betalen. Soms gaf ik cadeautjes. Ik was dus: rijk. Zeker toen ik de laatste spaarcentjes van mijn bank schraapte, om haar vermaledijde vriend Rodrigo een paar maanden in Italië voor kok te laten studeren.

Na een tijdje betaalde Lynda geen huur meer. Het ging niet zo goed met haar. Of ze misschien wat waspoeder, een beetje eten, mijn föhn, mijn stereo even mocht lenen. We waren goede buren. Die helpen elkaar. Van lenen kwam nemen. En van nemen houden. Het was mijn eigen schuld. ,,Grenzen trekken'', zeiden mijn vrienden. Ik ben daar niet goed in. ,,Je begrijpt niet hoe Brazilië werkt'', zei Lynda toen ik haar voorhield dat werk en geld misschien wel iets met elkaar te maken hebben. ,,In Europa kun je een mooie baan als de jouwe krijgen. Wie geeft mij zo'n baan?''

,,Kutwijf'', riep Rodrigo toen ze begin januari uit mijn benedenhuis vertrokken. Ik vond het welletjes. Met kerst hadden ze mijn huis voor een knalfeest gebruikt. Ik kwam terug in de rotzooi van mijn lege flessen. Voor de derde keer waren er geld en creditcards uit mijn huis gejat. Nog steeds kwam er geen huur. En tot slot ontdekte ik een torenhoge telefoonrekening op mijn naam. Rodrigo haatte me, ondanks zijn kokscursus. Maar Lynda was het wel met me eens. ,,Ik begin een nieuw leven'', zei ze monter. Toen ze weg waren deed ik hetzelfde.

Nu zit ook ik in een nachtmerrie. `Arbitraire uitoefening van eigen gelijk' luidt de aanklacht op het dwangbevel dat ik deze week ontving. ,,Ze willen waarschijnlijk geld van je'', zei de advocaat die ik belde. ,,Maar ze zijn míj geld schuldig!'' De advocaat zweeg. Na een doorwaakte nacht bel ik mijn vriend van de airco. Hij slaapt nog steeds niet, vertelt hij. Toch gaat het al beter. ,,Wat is nou rijkdom?'' vraagt hij hees.