PROEVEN VAN DE MARKT

Je leert problemen oplossen, mensen overtuigen, samenwerken. Onder de studenten van het beroepsonderwijs groeit de belangstelling voor mini-ondernemen.

De grote tafel midden in het lokaal van het ROC Zadkine in Schoonhoven ligt vol met lege transparante hulzen, stukjes kabelbeschermstaal, stickers en magneetjes. Rondom de tafel zitten zeven vierdejaars studenten van de opleiding Goudsmeden. De één plakt stickers op de doosjes, een ander lijmt magneetjes vast en weer een ander vult de hulzen met het eindresultaat: een flexibel collier met magneetverbindingen, de `Maglace'. Als een lopende band werken de studenten samen. Dit is geen studieopdracht, maar een activiteit waarvoor ze zelfs geen studiepunten krijgen. Hier is een bedrijfje aan het werk: mini-onderneming Zoot.Design (spreek uit: zoet). Eerder dit jaar kreeg Zoot.Design de `Young Business Talents Award' toegekend.

Mini-ondernemingen zijn bedrijfjes die door studenten uit het middelbaar en hoger beroepsonderwijs worden opgericht voor de duur van een schooljaar. Dat gebeurt onder de hoede van Mini-Ondernemingen Nederland. Deze stichting is in 1990 opgericht als initiatief van ABN AMRO en VNO-NCW, in samenwerking met het ministerie van Economische Zaken. Hoofdsponsor is de Nederlandse Orde van Accountants-Administratieconsulenten (NOvAA).

Het idee van mini-ondernemingen is ontstaan in de Verenigde Staten in de jaren twintig. De zakenman Horace A. Moses introduceerde het principe van `learning by doing' in de industriële wereld. De eerste van een hele reeks van mini-ondernemingen ging in 1929 in New York van start. In de jaren zestig waaide dit fenomeen over naar Europa.

De belangstelling voor de mini-onderneming is onder studenten sterk gegroeid. In 1990 startten 185 studenten tien bedrijfjes. Dit schooljaar heeft Mini-Ondernemingen Nederland 260 mini-ondernemingen onder zijn hoede op 70 verschillende scholen. In totaal zijn daar ruim 2.700 studenten bij betrokken. Onlangs heeft de stichting een projectplan ingediend bij de ministeries van Economische Zaken en Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen om het verschijnsel mini-onderneming verder in het (beroeps)onderwijs te verankeren en zo 18.000 studenten te bereiken.

Mini-ondernemen is op sommige scholen een verplicht vak, maar het kan ook geheel los van het curriculum staan, zoals in Schoonhoven, waar de school alleen de faciliteiten en begeleiding in de vorm van een mentor biedt. Voor de goudsmeden-in-spé van Zoot.Design speelden verschillende motieven om mee te gaan doen. Algemeen Directeur Chrispijn Klawer (25): ``Ik wil later een eigen bedrijf en dit leek mij wel een goede leerervaring.'' Productiemanager Brigitte Stehouwer (20) vond vooral het echt samenwerken aan een eindproduct leuk. En hun verwachtingen kwamen uit, want met de mini-onderneming bleek de echte wereld de school in te komen. Brigitte: ``Je loopt tegen zoveel problemen aan als je eenmaal je idee rond hebt. Zo gebruiken wij kabelbeschermstaal als basismateriaal. Maar dat wordt eigenlijk alleen per kilometer verkocht. Dan kom je daar met je `mag ik honderd meter?'. Daar zijn heel wat telefoontjes voor nodig geweest. Daar leer je wel van, ja.''

Problemen oplossen, mensen overtuigen, maar vooral van het samenwerken hebben de studenten het meeste geleerd, zo vinden ze zelf. Alles moet immers in samenspraak beslist worden. Er is bijvoorbeeld een hevige strijd geweest over de naam van het bedrijfje, vertelt Petra Bosselaar (23). Want iedereen was erg voor de naam `Acephalous'. Behalve PR-vrouw Carolina Wilcke, voor wie de klankovereenkomst met `fallus' en `syfilis' onoverkomelijk was. Na ellenlange discussies werd besloten dat er dan toch maar een alternatief moest komen, waarop men achterin het Engelse woordenboek begon te zoeken en al snel uitkwam bij `zoot' (trendy), dat gelijk goed werd bevonden.

Het principe van de mini-onderneming is vergelijkbaar met dat van een echt bedrijf. De studenten verrichten zelf marktonderzoek, bedenken en ontwikkelen een product, of kopen het elders in. Ze schrijven een ondernemersplan en vergaren een startkapitaal via aandelen, in dit geval maximaal 120 aandelen van elk elf euro. Zoot.Design's meest opvallende aandeelhouder is prinses Máxima. Tijdens de kennismakingstour bezocht zij de vakschool in Schoonhoven, waar zij een aandeel kreeg aangeboden. ``Want om haar nou om vijfentwintig gulden te vragen'', zegt Chrispijn. Verder zijn het vooral familie en vrienden die een aandeel hebben.

Aan het einde van het studiejaar wordt de balans opgemaakt en verantwoording afgelegd aan de aandeelhouders. Dan blijkt of de mini-onderneming ook in financieel opzicht succesvol heeft geopereerd. Na de uitbetaling aan de aandeelhouders wordt de mini-onderneming opgeheven. Sommige studenten blijken de smaak echter zo te pakken te hebben dat ze zelf doorstarten. Chrispijn acht dat bij Zoot.Design niet zo waarschijnlijk, omdat de productie van de Maglace erg arbeidsintensief is.

Iedere mini-onderneming krijgt ondersteuning van Mini-Ondernemingen Nederland in de vorm van een begeleider uit het bedrijfsleven en een accountant. Mini-ondernemingen kunnen deelnemen aan het internationaal erkende Young Enterprise Europe examen, dat beoordeeld wordt door de Universiteit van Cambridge. Verder organiseert de stichting twee dagen waarop de mini-ondernemers elkaar en hun product kunnen leren kennen. Dan worden ook prijzen uitgedeeld voor onder meer het beste product, het beste logo, de beste promotie en de beste mini-onderneming.

Opvallend is dat de kunstenaars onder de studenten over het algemeen met de prijzen aan de haal gaan, en niet de zakenmannen-in-de-dop. Zo ging de prijs voor het beste product naar HouDING, een mini-onderneming van de kunstacademie in Rotterdam. Zij ontwierpen een stoffen band waarmee je in verschillende houdingen kunt zitten zonder je in te spannen. Zoot.Design gaat medio maart Nederland vertegenwoordigen op de International Fair Trade in Newcastle, waar de beste mini-ondernemingen uit 19 Europese landen om de eer gaan strijden.

Bij Zoot.Design lopen inmiddels de bestellingen voor de Maglace goed. Er zijn er 200 verkocht, onder andere via Internet. Voor de studenten betekent het flink doorwerken. ``Toch wel 15 uur per week'', schat Petra. En dat allemaal naast school en naast de bijbaantjes. Toch hebben ze het er wel voor over. Financieel directeur Brenda Emens (21): ``Je voelt je er toch wel een beetje groot door.''

Meer informatie: www.mini-ondernemingen.nl