Prikhinder

Kinderen, of liever gezegd: jonge volwassenen, kunnen niet boeren. Als het zover is laten ze de maaggassen bijna altijd door hun neus ontsnappen. Tezijnertijd krijgen ze het onder de knie, maar dat is pas lang nadat ze hebben besloten voortaan Coca-Cola te drinken in plaats van chocomel of appelsientje. Als de jonge volwassene Coca-Cola drinkt stromen de tranen al gauw over de wangen.

Daarom is er onder jonge volwassenen een grote belangstelling voor methoden waarbij het teveel aan koolzuur vlug, veilig en goedkoop en bij voorkeur ook geruisloos en onzichtbaar uit de coladrank wordt afgevoerd. Het was een lezeres die daar op wees, maar het AW-labo kent de interesse ook uit eigen waarneming. De stagiaires worden steeds jonger.

Over het ontgassen van waterige oplossingen dus. Het onderwerp ligt enigszins in het verlengde van het stukje over de vorming van bellen in bier (19 januari) en daaraan valt een nuttig detail te ontlenen. Lezers wezen erop dat de koolzuurbellen in een glas bier vooral ontstaan in de scheuren en krasjes van het glas die zouden als nucleation sites optreden. Brouwerij Moorgat in Willebroek levert Duvel-glazen waarin een cirkeltje is geslepen dat prompt als centrum van belvorming optreedt. Het bewijst dat de krasjestheorie klopt.

De lezeres met de colavraag wist te melden dat eierschalen met hun talrijke poriën ook rijk zijn aan nucleation sites. Gooi wat eischaalschilvers in een glas cola en de gazeuse bruist subiet de rand over, schrijft zij. Maar kort na het bruisen raken ook die wittige vliesjes los van de eischaal en krijgt de limonade soepachtige trekjes, voegt AW daaraan toe.

Eischalen zijn dus niet te gebruiken. Bovendien leert de ondervinding dat ze sowieso te weinig koolzuur uitdrijven, de prik blijft. Hetzelfde geldt voor een schepje suiker, overigens een wondermiddel. Vergroting van het aantal nucleation sites zet weinig zoden aan de dijk en een meer chemische aanpak (azijn, zoutzuur, soda, ammoniak) leidt ook tot niets. Het puur fysische koken of bevriezen, hoe efficiënt ook: geen serieuze optie.

Enfin, iedereen weet dat goed schudden met een blikje prik een probaat middel is. Maar met een al ingeschonken glas cola is dat niet mogelijk, in dat geval is het het beste de cola een paar maal heen en weer te schenken tussen twee glazen. Lucht doorborrelen via het uitgereikte rietje helpt ook uitstekend. In principe kan alle prik altijd binnen een minuut zijn weggenomen.

Zover was het labo gisteren gekomen (en nog verder eigenlijk: het had de colaloca ook nog door wc-papier laten lopen) toen een inspirerende gedachte opkwam. Zou het niet mogelijk zijn het surplus aan kooldioxide uit de oplossing te zuigen? Gewoon met een pompje? Voortaan de cola in flesjes bestellen en daarna aan de slag met de Vacu-Vin, het vermaarde instrumentje dat het verzuren van wijn voorkomt?

De oude Vacu-Vin, hier in het verleden nogal eens honend in de hoek gezet, was uit het zicht verdwenen, maar een nieuwe was snel gevonden. Besloten werd vóór het cola-ontgassen eerst eens voorgoed vast te stellen welke onderdruk zo'n pompje trekken kan. Een lezer had daarvoor een jaar of vier geleden een methode aan de hand gedaan: zuig een lege fles zo ver mogelijk vacuüm, draai hem om, steek de hals onder water en trek er het rubberen hulpdopje af.

Zo gezegd, zo gedaan. Het effect was verrassend: het water spoot met grote kracht naar binnen en vulde de fles al gauw voor viervijfde deel, als het niet meer was. De Vacu-Vin kan dus een omgevingsdruk van 1 bar (100 kilopascal) terugbrengen tot 0,2 bar (20 kilopascal) en misschien nog wel minder. Een indrukwekkende prestatie voor zo'n rottig pompje. Des te teleurstellender was daarom het effect op de cola en rode spa die vervolgens werden ontgast: de drukverlaging leidde tot wat extra belvorming maar de prik bleef. Het beschikbare vrij vloeistofoppervlak staat kennelijk geen voldoende snelle diffusie toe (Waarmee en passant steun is gegeven aan de al bestaande twijfel over het effect van de pomp op wijnbederf.).

De Vacu-Vin kan niet veel betekenen voor de aanpak van prikhinder. Maar hij heeft andere gebruiksmogelijkheden. Juist deze week wordt in Science beschreven hoe makkelijk men kernfusie tot stand brengt in aceton als dat voldoende vrij van vreemde gassen blijft. Amerikaanse onderzoekers bereikten die toestand door de druk boven de vloeistof (van nul graden celsius) op 10 kilopascal te houden. Het komt niet vaak voor dat het AW-labo onderzoek uit Science verifieert, laat staan kernfusie-onderzoek, maar hier lag een mooie kans. Want aceton onder een druk van 0,1 bar dat gaat toch zeker koken?

De Vacu-Vin dopjes passen ook op de acetonflesjes van de drogist en al na een paar slagen zat zo'n flesje op 0,2 bar. Aan de verkeerde kant van de pomp begon het indringend naar het oplosmiddel te ruiken, maar van koken was geen sprake. Dat is te zeggen: niet van koken in de gangbare betekenis van het woord. Opeens was er twijfel over de vraag of alle koken wel altijd gepaard moet gaan met dampbellen die zichtbaar van onder naar boven door de kokende vloeistof trekken. Is dat fenomeen wel onverbrekelijk verbonden aan de andere definities van koken?

Geeft serendipity een kans! Het stond wel vast dat water onder de wijnpomp zéker niet tot koken zou komen, maar het leek aardig eens te kijken of het dan misschien bij lagere temperatuur dan 100 graden koken zou. Een schoongespoelde wijnfles werd voor de helft gevuld met water, zo ver mogelijk vacuüm gezogen en overgebracht naar een grote pan water die heel langzaam op temperatuur kwam. Van tijd tot tijd werd nog wat aan de Vacu-Vin getrokken. Geloof het of niet: al vlak boven een temperatuur van 60 graden begon het water te koken. Het kookpunt van een vloeistof is de temperatuur waarbij zijn dampdruk gelijk is aan de omgevingsdruk. Bij 62 graden is de waterdampdruk 164 mm kwik, zegt een tabel in het Handbook of Chemistry and Physics. Dat is 0,22 bar. Niet gek. En de aceton zat, volgens een andere tabel in het HCP, met zijn temperatuur van 15 graden bij die druk nèt onder het kookpunt.