Onbemand gevechtsvliegtuig dichterbij dan Den Haag denkt

Het kabinet gaat bij zijn besluit over de opvolging van de F16 door de Amerikaanse Joint Strike Fighter uit van achterhaalde militair-technologische ontwikkelingen, meent A.C.A. Dake.

In 2010 moet de tactische luchtmacht van de Verenigde Staten voor éénderde bestaan uit onbemande bewapende vliegtuigen, zo heeft het Amerikaanse Congres twee jaar geleden vastgelegd als voorwaarde voor de goedkeuring van de defensiebegroting voor het jaar 2001. Als de tekenen niet bedriegen, zal die doelstelling gehaald worden.

Het is pikant dat juist nu de Nederlandse defensieplanners dergelijke bewapende robotvliegtuigen, de zogeheten Unmanned Combat Aerial Vehicle's (UCAV's), niet eerder operationeel zien dan ergens ,,in de jaren na 2030''. Dat valt ten minste te lezen in de brief over de opvolging van de F16 die op 11 februari aan de Tweede Kamer werd gestuurd. Een inventarisatie van de stand van zaken laat zien dat het ministerie van Defensie wel erg conservatief te werk is gegaan met zijn oordeel over de UCAV's, en over de wat eenvoudiger UAV's, de Unmanned Aerial Vehicle's, die het zonder wapens moeten doen.

De UAV's zijn met succes ingezet boven Kosovo voor waarnemingstaken. Ook in Afghanistan hebben UAV's inmiddels hun goede diensten bewezen.

De UCAV's zijn een ander verhaal. Er is een Predator B in de maak, maar dat is een doorontwikkelde UAV die wat hoger kan vliegen en uitgerust kan worden met l4 Hellfire antitankraketten of een zelfde aantal Sidewinder luchtluchtraketten. De Amerikaanse luchtmacht heeft twee exemplaren en de NASA heeft één exemplaar van deze Predator B besteld, die volgende maand afgeleverd worden.

De UCAV is bedoeld als geheel zelfstandig ontwikkeld onbemand vliegtuig, niet een aangepaste versie van een UAV. Dit komt vooral, omdat aan een UCAV een veelheid van taken is toebedeeld die een geheel nieuwe ontwerptechnische aanpak vereist. Een dergelijk direct als UCAV ontwikkeld robotvliegtuig is de X-45 van Boeing, die als een volwaardige vervanger van een bemand gevechtsvliegtuig moet kunnen optreden. Het is zijn taak om de vijandelijke luchtverdediging te ontregelen en de tegenstander in de lucht aan te pakken. Ook het uitschakelen met precisiewapens van doelen tot ver achter het front behoort tot zijn werkzaamheden. Van de X-45 worden dit jaar twee exemplaren technisch getest en in 2004 volgen operationele tests. De zogeheten SDD-fase (System Development and Demonstration) begint in 2008.

Voor de Amerikaanse marine wordt een UCAV/N ontwikkeld, gelijktijdig en in concurrentie door Boeing en door Northrop Grumman. Hoewel nog in het ontwerpstadium, verwacht men dat ook dit toestel tegen 2008 de SDD-fase zal bereiken.

Het Amerikaanse leger bereidt een UCAV voor, ditmaal een voorzien van een rotor-vleugel, zodat het toestel als een helikopter kan starten en landen en verder normaal vliegt. Een eerste model wordt dit jaar gevlogen en ook hier is het ontwerp van Boeing.

Het overwegend sentiment in het Amerikaanse Congres is het Pentagon op het punt van UAV's en vooral UCAV's zijn zin te geven. John Warner, een van de leidende Republikeinse Senatoren, vertolkte dit door te stellen: ,,Dit land zal nooit meer toestaan dat onze strijdkrachten in conflicten verwikkeld raken die aantallen slachtoffers maken van dezelfde omvang als wij historisch hebben meegemaakt. Je werkt dus toe naar onbemande militaire vliegtuigen om missies uit te voeren met een hoog risicogehalte.''

Zoals dat gaat in de VS komt er in een dergelijk politiek klimaat dan ook boter bij de vis. Tussen l990 en l999 heeft het Pentagon meer dan 3 miljard dollar in UAV's kunnen investeren. Voor de periode 2000-2005 werden nog eens 2,3 miljard dollar in het vooruitzicht gesteld. De elfde September heeft ook hier als verdere katalysator gewerkt, vooral in de zin dat tijdschema's ingekort worden en de inspanningen er nu op gericht zijn de operationalisering twee jaar naar voren te halen: waar 2010 stond staat nu 2008.

De vraag is of deze versnelling gehaald kan worden alleen door meer geld ter beschikking te stellen, zoals nu de aanpak schijnt te zijn. Want de op te lossen technische vraagstukken blijven formidabel.

De Amerikanen zijn overigens altijd in voor tussentijdse praktische oplossingen. Op het ogenblik wordt er bijvoorbeeld naar gekeken toch de UAV Predator B als interim-systeem te gaan gebruiken. Er wordt ook gesproken van een "schrootvariant": de afgedankte F16's gebruiken als UCAV.

Zeker is dat de komende jaren aan Amerikaanse kant operationele UCAV's zullen verschijnen. Voor Nederland maakt het niet zo veel uit of dat gebeurt in 2010, 2012 of 2015. Het zal in ieder geval niet `ergens in de jaren na 2030' .

Als Nederland geen rekening houdt met deze snelle en versnelde ontwikkeling, heeft dat de volgende consequenties:

Tegen de tijd dat de luchtmacht de beschikking krijgt over de eerste Joint Strike Fighters – tussen 2012 en 2014 – , worden ook de eerste UCAV's operationeel;

Nederland heeft zich dan voor dertig jaar op de JSF vastgelegd en zal voor significant gebruik van UCAV's geen geld meer hebben;

Met de UCAV als concurrerend gevechtsvliegtuig zullen er minder JSF's wereldwijd afgezet worden, zodat de JSF-prijs voor ons land hoger zal liggen en minder dan de nu gedachte 85 stuks ingekocht kunnen worden;

Andere landen die nu niet voorop willen lopen, zullen omgekeerd een voordeel kunnen bereiken, omdat UCAV's tegen die tijd geschat worden eenderde te kosten van wat voor een JSF betaald moet worden, en de onderhoudskosten éénvierde van die van de JSF zouden bedragen;

Voor ons land echt interessante technologie die nodig is voor UCAV's, zal niet via de JSF-order binnenkomen;

Grootscheeps instappen in robottechnologie en zo Nederland met speerpunttechnologie op de kaart zetten is dan een gepasseerd station;

De conclusie is dat het JSF-besluit van de regering een foute inschatting inhoudt van wat de toekomst militair-technisch in zich bergt.

Dr. A.C.A. Dake is auteur van het boek `Si vis paces'(1998) over het Nederlandse defensiebeleid.