NIET EEN WORM MAAR EEN BACTERIE LEIDT TOT RIVIERBLINDHEID

Niet de parasitaire worm Onchocerca volvulus, maar in de worm levende Wolbachia-bacterieën veroorzaken rivierblindheid. Als de larven van de worm in het lichaam van een patiënt sterven, komen endotoxinen van de bacterie vrij. Dat lokt een ontstekingsreactie uit. Als dat ter hoogte van het hoornvlies gebeurt, raakt dit blijvend vertroebeld en verliest de patiënt zijn gezichtsvermogen. De immuunfactor TLR4 op de eigen lichaamscellen blijkt essentieel voor het in gang zetten van de ontstekingsreactie, ontdekte eenAmerikaans-Duits-Brits onderzoeksteam door proeven met muizen (Science, 8 maart).

Rivierblindheid of onchocerciasis is een tropische worminfectie waarmee wereldwijd 18 miljoen mensen besmet zijn. Van geïnfecteerden heeft een derde last van ernstige jeuk of huidontstekingen. Door de ziekte zijn in Afrika 270.000 mensen blind. Vooral in dat continent is de ziekte een ernstig gezondheidsprobleem.

Steekvliegen die leven in de buurt van rivieren brengen de wormparasiet over op de mens. In het menselijk lichaam kan de worm minstens 14 jaar overleven. De volwassen vrouwelijke worm, die wel tot een halve meter lang kan worden, produceert in die tijd miljoenen larven die zich door het hele lichaam van de patiënt verspreiden. De levende larven vormen nauwelijks een probleem, maar zodra ze doodgaan, door een natuurlijke oorzaak of door chemotherapie, veroorzaken zij ontstekingen, die nu zijn toe te schrijven aan de vrijkomende bacteriën.

De onderzoekers injecteerden in parallelle proeven met verschillende muizen drie substanties in het hoornvlies: onbehandelde wormlarven, wormlarven die eerst met antibioticum waren behandeld en, ter controle, een zoutoplossing. Onbehandelde wormlarven veroorzaakten duidelijk een opgezet en troebel hoornvlies en een verhoogde aanwezigheid van ontstekingscellen. Dit in scherp contrast met de met antibioticum voorbehandelde wormlarven, die nauwelijks reactie teweegbrachten. Door de antibioticumbehandeling bevatten deze 35 keer minder Wolbachia-bacteriën dan de onbehandelde wormlarven.

Een tweede serie injectieproeven met twee andere parasitaire wormen bevestigde de bacteriële oorzaak van de klachten. Acanthocheilononema viteae, een wormparasiet zonder Wolbachia, gaf heel milde symptomen, terwijl Brugia malay (wel een gastheer van Wolbachia) vergelijkbare resultaten gaf als Onchocerca volvulus. Omdat uit de literatuur bekend was dat voor een immuunreactie tegen de celwand van een bacterie de factor TLR4 op de lichaamscellen vereist is, deden de onderzoekers een derde experiment met een inteeltstam van muizen die een gemuteerde vorm van TLR4 bezitten. In vergelijking met gewone soortgenoten hadden deze muizen veel mildere ontstekingsverschijnselen na injectie van de wormlarven. TLR4 is blijkbaar essentieel voor het op gang komen van de ontsteking.

Een jaar gelden onderkenden de onderzoekers antibiotica al als remedie tegen de ernstige huidbeschadigingen die de worminfectie veroorzaakt. De worm Onchocerca volvulus kan zich zonder Wolbachia niet voortplanten: dankzij de antibiotica komen er geen nieuwe larven meer vrij en kan de huid genezen. De onderzoekers concluderen nu uit het muizenonderzoek dat antibiotica ook het ernstigste symptoom, rivierblindheid, kunnen voorkomen.