Jorien

Ineens was hij er weer: Jorien van den Herik. Maandenlang leefde hij ondergedoken, op Cyprus, in St. Moritz, in de Antwerpse binnenstad, wie weet in een Tora Bora van hem alleen. Zo nu en dan waarde zijn geest nog rond in de Kuip, maar fysiek was hij niet meer traceerbaar. Feyenoord geblust tot een digitale liefde, zoiets.

Gelukkig, hij leeft nog.

Deze week trad de Feyenoordpreses ouderwets te voorschijn. Althans, hij liet ouderwets van zich horen. Uiteraard per oekaze. Voor een romantisch dialoogje komt Van den Herik al lang niet meer het huis uit. Als hij spreekt, wil hij nazinderen in een soort aardbeving. Ik weet niet wat het is, maar als ik Jorien zie moet ik aan Pim Fortuyn denken, en omgekeerd. Kale mannen, wellustig van snit en kwek, veel orakelfurie, mondaine toegankelijkheid, dweepzuchtig, nooit bang. Emotionele intelligentie, ook dat: ze kennen de darmen van hun achterban als hun broekzak.

Het misbaar van Van den Herik over de Schwalbe van Niklos Machlas had een populistische signatuur. Niets kan een supportershart meer kwetsen dan verliezen na een sierduik van de tegenstander. Met een ruige tackle, ja zelfs met een doodschop kan iedereen leven, maar de Schwalbe staat voor lafhartig opportunisme. Engelenterreur. Het berekende karakter van de booswicht maakt het sportieve wangedrag zo onverdraagbaar. Van den Herik weet dat als geen ander.

Door gretig in te spelen op het gekwetste rechtvaardigheidsgevoel van het Feyenoordlegioen iconiseert Jorien andermaal zijn reputatie van onverschrokken rebel. Ook al weet hij dat aan zijn verzoek tot optreden van de openbare aanklager van de KNVB nog in geen honderd jaar gevolg zal worden gegeven, dan nog heeft de preses de winst binnen: massale liefde van de aanhang voor de president-underdog. Het is een beproefd scenario van Van den Herik. De cultus van de verongelijktheid wordt bij elk incident zo hoog opgevoerd dat niemand nog naar resultaten vraagt. Het ventielgeluk van de jeremiade volstaat.

Voor alle duidelijkheid: geen goed woord voor Machlas. En ook niet voor Ajax-directeur Arie van Eijden die de actie van Van den Herik als een stuiptrekking van kindsheid afdeed. Een schorsing van de Ajax-spits zou heel terecht zijn. Overigens schittert Machlas alleen nog als irriterende mimespeler. De Killer van de Zestien is al lang dood. Wat overblijft is een vervelend mannetje. De toekomst van Machlas is in het beste geval: zaalvoetbal op Kreta.

Het gestuntel van Dick Jol is ook niet meer om aan te zien. In zijn arbitrage van de laatste maanden is de Haagse bluffer geen schim meer van de scherpfluitende en autoritaire arbiter die hij eens was. Sterker, Jol vervalst de competitie. Hij hielp PSV al eens aan een onverdiende overwinning en de penalty voor Ajax in de wedstrijd tegen Feyenoord was zo mogelijk nog wraakroepender. Oud worden mag dan een mensenrecht zijn, zelfs voor scheidsrechters, maar in het geval van Dick Jol wegen de jaren te zwaar om zich als fluitist te handhaven. Hij had een jaar eerder moeten stoppen.

Aan stoppen mag Jorien van den Herik niet denken. Zijn plaats in het Nederlandse voetballandschap is onvervreemdbaar. Hij is de enige voorzitter met ballen. Een dissonant in het koor van schunnige gezelligheid. Een man die geen vriendschappen koopt, geen relationele privileges koestert, geen avondliederen zingt met gespleten tong. Van den Herik heeft genoeg aan zichzelf en zijn vijanden.

Anders dan Pim Fortuyn heeft de Feyenoord-preses een gezonde afkeer voor het nepotisme van Berlusconi. Het legioen mag gerust zijn: er komt geen vijftienjarige knaap aan het hoofd te staan van hun trotse club. Ook al vertoeft Van den Herik meer op zijn boot in zuidelijke wateren dan in de catacomben van de Kuip, de afwezige heeft Feyenoord wel als een relikwie in zijn hart gesloten. Daar laat hij niet door een schandknaapje mee rommelen.

Je zal vandaag maar supporter van AC Milan zijn. En moeten horen dat de voorzitter ernstig overweegt zijn vijftienjarige zoon op te troon te helpen. Dodelijker kan respectloosheid voor verleden en traditie niet zijn. Het grote AC Milan als speeltje van een kind van een parvenu, in de overzeese bananenrepublieken zou het niet kunnen. Daar zouden zelfs de gevangenen in opstand komen tegen het vermeende erfrecht van een corrupte voetbaldynastie.

Arm Italië, arm Europa!