Ik kan... tegelen

Mensen houden van tegels. Dat komt doordat tegels je belonen als je ze met water en zeep behandelt. Van pure dankbaarheid gaan ze glimmen en tonen trots hun ritmische afwisseling van glanzend glazuur en smalle voeg. Ja, zo'n tegelwandje kan veel plezier geven! En is goed bestand tegen vocht en vuil.

Dat wil niet zeggen dat tegels de enig denkbare oplossing zijn als je een wandje tegen vocht en vuil wilt beschermen. Je kunt ook een plaat multiplex tegen de muur plakken. Als je die dan in een goede waterwerende verf zet heb je ook een wand die overal tegen kan. Een andere mogelijkheid is een plaat draadglas tegen de muur zetten. Staat buitengewoon chic, maar vergeet niet de plaat aan de achterkant te verven, met muurverf bijvoorbeeld, want anders moet je zo nu en dan machteloos naar de dwaaltochten van een zilvervisje of een mier aankijken. Een laagje verf maakt ze onzichtbaar.

Als er al tegels hangen – en ze zijn van dat oranje of beige dat vroeger zo mooi was – dan is het ook mogelijk ze te verven. Vraag de verfwinkel naar een goede hechtprimer en een afwerklak.

Moeten er nieuwe tegels komen, bik dan niet de oude weg. Dat geeft alleen maar gaten. Tegel er gewoon overheen, je hebt dan gratis een mooie vlakke ondergrond. Er is speciale lijm om tegels op tegels te plakken.

Voor de tegels moet je naar de tegelhandel of de bouwmarkt. Je hebt prima geglazuurde wandtegels voor ongeveer 12 euro per vierkante meter, maar het is geen kunst om er drie keer zoveel voor uit te geven. Weet je niet welke kleur je wilt, neem dan wit.

Koop ook tegellijm – je hebt het kant en klaar in emmertjes, maar ook, goedkoper, in poedervorm. Koop ook een pakje voegmiddel en een tegelsnijder. Misschien is de ondergrond niet geheel vlak, neem daarom ook een pakje vulmiddel mee.

In veel handleidingen wordt tegelen beschreven als een tijdrovend gemanipuleer met paskruisjes, maar op deze plaats wordt een eenvoudige procedure geopenbaard, die toch prachtige resultaten geeft. Het geheim is dat we de tegels gaan plakken zoals bakstenen in een muur worden gemetseld: in verband. Het gaat heel goed – zowel met vierkante als met langwerpige tegels – en het ziet er heel mooi uit. Bovendien ben je ontslagen van de zenuwslopende verplichting om alle hoekjes precies boven elkaar te krijgen.

We gaan beginnen. Teken waterpas een horizontale lijn over de muur, smeer daarboven met een getande lijmkam een stuk van ongeveer een meter breed met tegellijm in. Plak de eerste tegel met een licht schuivende beweging op de muur, zodat de onderkant precies tegen de lijn aanzit. Zet de volgende tegel ernaast en laat een millimeter of drie ruimte tussen de tegels – de voeg. Vertrouw op je oog, je hebt ruimschoots de tijd de tegels recht te zetten en haast je niet.

Plak de volgende rij er verspringend boven. Aan de zijkanten komen onvermijdelijk halve of nog kleinere tegels. Met een tegelsnijder zijn tegels heel gemakkelijk op maat te maken. Zo'n snijder werkt met een stalen wieltje dat een dunne kras over de tegel trekt. Langs die kras breekt de tegel heel gemakkelijk af.

Als de lijm droog is, moet je de voegen met een oude schroevendraaier schoonkrabben. Daarna komt het voegen. Smeer met een rubber spatel het voegmiddel over de tegels heen, en haal het even later op de tegels weer weg. Het voegmiddel blijft dan achter waar het hoort: in de voegen. Maakt de muur een hoek met een andere muur, dicht die voeg dan niet met voegmiddel, maar spuit die met elastische kit dicht. Dat voorkomt barsten als de muur gaat werken.

Als alles klaar is, rest ons niets meer dan de verbaasde complimenten te incasseren, en geheim te houden dat tegelen gemakkelijker is dan het houden van goudvissen.