HOMEOPATHISCH MIDDEL TEGEN ASTMA IS EVEN GOED ALS NEPMIDDEL

Een homeopathisch extract van de huisstofmijt biedt geen verlichting voor huisstofallergie bij astmapatiënten. Dat blijkt uit een Engels onderzoek onder 242 astmatici. De helft daarvan kreeg 16 weken lang een standaard homeopathische behandeling met een dertig maal één op honderd (10 keer) verdund extract van de kwelgeest: de huisstofmijt. De anderen kregen, zonder dat te weten, een identiek bereide oplossing zonder mijtmateriaal. De suggestie behandeld te worden werkt dus minstens zo goed als het homeopathische middel (British Medical Journal, 2 maart).

Homeopathie is een geneeswijze waarbij patiënten een hoeveelheid zeer sterk verdunde oplossingen krijgen van stoffen die bij gezonde personen dezelfde ziekteverschijnselen zouden oproepen. Het wonderlijke hiervan is, dat de gehanteerde verdunningen soms zo sterk zijn dat het niet aannemelijk is dat er ook maar één molecuul ziekteverwekkende stof in de toegediende oplossing zit. Toch getuigen patiënten en artsen van succes.

De gangbare manier om te onderzoeken in hoeverre het herstel van een patiënt het gevolg van een medicijn is, is de dubbelblinde, gerandomiseerde en gecontroleerde klinische trial. Patiënten worden dan willekeurig (gerandomiseerd) in twee groepen verdeeld. Eén groep patiënten krijgt de te onderzoeken behandeling. De anderen vormen de controlegroep (gecontroleerd) en krijgen een placebo. De patiënten noch hun behandelaars weten tot welke groep een patiënt behoort (dubbelblind). Na enige tijd wordt nagegaan of de patiënten door de `echte' behandeling beter of sneller opknapten dan de mensen uit de controlegroep.

Dat is ook in dit onderzoek gebeurd. De reactie op de behandeling werd afgemeten aan het volume lucht dat een deelnemer in één seconde kan uitblazen. Dit volume neemt drastisch af als een astmapatiënt benauwd is. Daarnaast hielden de deelnemers daarover een dagboek bij. Er ontstonden geen significante verschillen tussen beide groepen patiënten.

Dat is enigszins verrassend, omdat eerdere trials tot een tegenovergestelde uitkomst leidden. Dit onderzoek is echter overtuigender, omdat er veel meer patiënten aan meededen. In een redactioneel commentaar wordt eraan herinnerd dat het homeopathische medicijn maar één onderdeel is van een veelomvattende, op het individu toegesneden behandeling. Impliciet zeggen de commentatoren daarmee dat de werking van homeopathie niet met een klassiek opgezette klinische trial te toetsen is. Immers: alle deelnemers worden exact gelijk behandeld en dat is in strijd met de op persoonskernmerken gerichte benadering van de klassieke homeopathie. De vraag hoe deze geneeswijze dan wel kan worden getoetst, wordt niet beantwoord. Daarmee wordt homeopathie een geloofsartikel. Patiënten moeten maar aannemen dat de behandeling beter werkt dan andere, omdat betrouwbaar onderzoek om dat te staven onmogelijk zou zijn.