Historicus van kruidenmengers

Roy Porter is dood. Voor degenen die hem hebben meegemaakt, is dat moeilijk te bevatten. Zijn werktempo en productiviteit leken te wijzen op een onuitputtelijke vitaliteit. Van zijn hand of onder zijn redactie verschenen tientallen boeken over medische geschiedenis, cultuur- en wetenschapsgeschiedenis, over seksualiteit, waanzin, de Verlichting en tal van andere onderwerpen. Hij werkte meestal aan meer boeken tegelijk, gaf daarnaast colleges, hield lezingen, recenseerde het werk van collega's, was geregeld te gast op radio en tv, en trad tussen de bedrijven door vier keer in (en uit) het huwelijk. Er waren periodes waarin hij nauwelijks nog aan slapen toekwam.

Het bekendst is Porter geworden om zijn medisch-historische werk. Meer dan twintig jaar was hij verbonden aan het Wellcome Institute for the History of Medicine in Londen. Hij was een van de eerste professionele historici die zich met dit gebied bezighielden. Tot dan toe was de medische geschiedenis vooral een hobby van gepensioneerde artsen geweest. Porter was meer geïnteresseerd in de denk- en leefwereld van patiënten dan in de officiële academische traditie en vond daarin veel navolging. Uit die benadering volgde vanzelf dat de aandacht voor de reguliere geneeskunde afnam ten gunste van de praktijk van kwakzalvers, kruidenmengers en andere scharrelaars, die bij het volk vaak meer in trek waren dan hun geleerde concurrenten.

Porter had niet bepaald het voorkomen van een gelauwerd wetenschapper. Hij zag er eerder uit als het cliché van een zigeunerkoning, met zijn overhemd dat aan de onderkant met moeite een te dikke buik omspande en van boven openstond, zodat vrij uitzicht werd geboden op zijn weelderige borsthaar en een gouden halsketting. Vorig jaar ging hij met vervroegd pensioen om zich met nieuwe dingen bezig te kunnen houden. Hij wilde een muziekinstrument leren bespelen, zich vreemde talen eigen maken en gaan tuinieren. Iemand van 55 jaar oud heeft immers nog een leven voor zich. Maar nee. Hij overleed op 4 maart, terwijl hij op de fiets op weg was naar zijn volkstuintje.